Hoofdstuk 1 Wat is opvoeding?
Opvoeding: Het helpen en begeleiden van kinderen op weg naar volwassenheid
Ontwikkeling: Het veranderen door ervaring, gaat het leven lang door. Zelfopvoeding stopt nooit.
Klinische pedagogiek: Onderzoekt de invloed van sociale culturele en economische factoren op
opvoedingsprocessen in zijn algemeenheid
Sociale pedagogiek: Onderzoekt de sociale omstandigheden van de pedagogiek in zijn algemeenheid
Historische pedagogiek: Onderzoekt de filosofisch historische wetenschap binnen de pedagogiek
Transculturele pedagogiek: Onderzoekt de opvoeding van kinderen die opgroeien in een andere cultuur
dan het land van herkomst
Co-evolutie: Opvoeding neemt als omgeving een deel over van de baanmoeder, met als gevolg dat de
hersenen zich ook vormen naar het opvoedingsklimaat.
Opponeerbare duim/pincetgreep: In staat om voorwerpen vast te pakken.
(Corticaal) manipuleren: Bewust manipuleren, zoals het leren lopen (aap kan dit al en is onbewust).
Mensen kunnen hierdoor bv. Ballet en voetbal aanleren.
Animal educandum: Dier dat opgevoed dient te worden. Humanisatie is hier voor mensen.
Kerngezin: Ouders en of verzorgers.
Opvoedeling: Totale opvoeding; opvoedingsplichten, andere opvoeders en degene die opgevoed wordt
(kind/jongere).
Subsystemen: Komt uit gezinspedagogiek en betekent dat er twee fronten tegenover elkaar staan: ouders
versus kinderen, leerkrachten versus leerlingen et cetera. Het ene front voedt het andere op.
Veilig gehecht: In een vreemde situatie zonder hechtingspersoon -> Protesteren, huilen en roepen en is
blij als de opvoeder terugkeert.
Sensitief handelen van opvoeder: Hier wordt tegenwoordig veel op gefocust in het kader van hechting,
eerder reageren op signalen van ongenoegen of verdriet van de baby door deze nabijheid en troost te
bieden.
Responsief handelen: Opvoeder probeert te beantwoorden aan de behoefte van de opvoeding en hem of
haar speelgoed, voedsel of ervaringen aanreikt waar het non-verbaal om vraagt.
Zelfopvoeding: De rest van je leven blijft ontwikkelen en aanpassen aan de steeds veranderende eisen en
codes van de maatschappij.
Persoonlijkheidsontwikkeling: Uitgroeien naar een uniek individu dat van anderen te onderscheiden is.
Vijf typen opvoeders
De conceravtieve materialisten: opvoeders met behulpzaamheid hoog achten -> goede banen en
goede inkomsten voor hun kinderen.
De doeners: opvoeders die primaire deugden (hoffelijkheid en goede manieren) centraal stellen ->
willen dat kinderen goed presteren, dapper en trots zijn en weten te handhaven in maatschappij.
De sociale idealisten: opvoeders sturen aan op ontwikkelen van sociale eigenschappen (goede
communicatie en verantwoordelijkheid)
De onopvallende conservisten: opvoeders die aansturen op eerlijkheid en bevordering van
gezondheid
De gematigde hedonisten: opvoeders vinden levensvreugde belangrijk, optimisme humor tolerantie
en oog hebben voor de medemens