Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Week 8 Gribnau Legitieme belastingheffing- recht, governance en vertrouwen.docx

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
6
Geüpload op
28-11-2019
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting van een artikel behorend tot de verplichte literatuur.

Voorbeeld van de inhoud

Deze samenvatting dekt alle relevante lading van het artikel

Gribnau - Rechtsbeginselen en evaluatie van belastingwetgeving

1. Inleiding
Probleemstelling is hoe (juridische) rechtvaardigheid hanteerbaar te maken ten behoeve van de
beoordeling van de Wet IB 2001. Dat zal hier gebeuren door een aantal evaluatiecriteria in de vorm
van beginselen te ontwikkelen
vanuit de centrale idee van rechtvaardigheid, gekoppeld aan aspecten van met name rechtsgelijkheid
en rechtszekerheid.

In deze bijdrage wordt rechtvaardigheid primair vanuit een juridisch perspectief geanalyseerd.

2. Rechtvaardigheid en belastingwetenschap
2.1 Rechtvaardigheid in soorten en maten
Door verschillende vormen van de rechtvaardigheid te onderscheiden, zien we dat er veel meer
consensus is over de opvattingen van het begrip dan men zich vaak realiseert. Als eerste noem ik de
procedurele rechtvaardigheid. procedures moeten aan bepaalde eisen van rechtvaardigheid voldoen
(procedural justice); denk bijvoorbeeld aan de beginselen van onpartijdigheid en openbaarheid.

De beoordeling van de rechtvaardigheid van de Wet IB 2001 richt zich echter hoofdzakelijk op de
materiële rechtvaardigheid en niet zozeer op de procedurele rechtvaardigheid.

Binnen die materiële rechtvaardigheid kunnen twee vormen worden onderscheiden: enerzijds een
‘politiek-maatschappelijke’ rechtvaardigheid, anderzijds een juridische rechtvaardigheid.

Politiek-maatschappelijke rechtvaardigheid betreft de vraag hoe een rechtvaardige samenleving
(maatschappij) er uit ziet, c.q. ingericht zou moeten zijn. De democratische gelegitimeerde wetgever
geeft heel concreet inhoud aan de politiek-maatschappelijke rechtvaardigheid op allerlei terreinen van
het maatschappelijke, economische en culturele leven. In een democratie maakt de politieke
(parlementaire) meerderheid wetten die in meer of mindere mate een vertaling zijn van de in de
samenleving levende (meerderheids)opvattingen over de politiek-maatschappelijke rechtvaardigheid
in concrete beleidsdoelen.

2.2 Rechtsbeginselen en belastingwetenschap
Juristen zullen zich traditioneel in eerste instantie richten op de rechtvaardigheid vanuit juridisch
perspectief; de inhoudelijke beoordeling van politiekmaatschappelijke rechtvaardigheid en
beleidsdoelstellingen behoort immers niet tot hun speciale expertise. Vooralsnog onduidelijk wat
juridische rechtvaardigheid is, maar er lijkt een verschuiving naar rechtsbeginselen.

3. Rechtvaardigheid, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid
De bekende rechtsfilosoof en strafrechtjurist Radbruch betoogt dat het recht gericht is op een abstract
ideaal, de rechtsidee. Deze rechtsidee, de rechtvaardigheid, is de uiteindelijke waarde waar het recht
op gericht is. Rechtvaardigheid is de rechtswaarde bij uitstek, dat wil zeggen dat het recht, dus ook het
belastingrecht, beoogt rechtvaardigheid te realiseren. Radbruch is echter realist genoeg om te zien dat
we niet in een ideale wereld leven: het recht streeft naar de verwerkelijking van de rechtvaardigheid
zonder deze ook daadwerkelijk (volledig) te kunnen realiseren. Maar ook al is er sprake van onrecht,
van een tekortschietend rechtssysteem, het recht is toch gericht op rechtvaardigheid.

Wat is nu die rechtvaardigheid? Radbruch maakt deze abstracte rechtvaardigheid wat concreter door
drie bestanddelen te onderscheiden: rechtsgelijkheid, doelgerichtheid en rechtszekerheid.

De eerste component is de rechtsgelijkheid (rechtvaardigheid in enge zin): gelijke gevallen dienen
gelijk, ongelijke gevallen dienen ongelijk naar de mate van hun ongelijkheid te worden behandeld, zo
luidt de bekende formule. Het is een louter formele bepaling, een inhoudelijk leeg begrip. Deze

, rechtsgelijkheid zegt dus op zich niets over welke gevallen als gelijk en welke als ongelijk moeten
worden beschouwd.

Daarom is een tweede bestanddeel van de rechtvaardigheid nodig: de ‘doelgerichtheid’ die een
inhoudelijke invulling geeft aan recht(vaardigheid). Het recht is gericht op de verwezenlijking van een
doel dat extern is aan het recht. Wat is dan dat doel? Dat is grofweg het algemeen welzijn, dat in de
praktijk natuurlijk uiteenvalt in meerdere doelen. Het algemeen welzijn is immers niet
eendimensionaal. Deze doelgerichtheid stuurt als het ware het gelijkheidsbeginsel. De doelgerichtheid,
de vigerende opvattingen over het algemeen welzijn, bepaalt welke
gevallen als gelijk moeten worden beschouwd en welke behandeling daarbij past. De doelgerichtheid
is afhankelijk van een afweging van maatschappelijke en politieke waarden en (beleids)doelen.
Voor de goede orde: Radbruchs doelgerichtheid is dus iets heel anders dan doelmatigheid in de zin van
effectiviteit (deze valt bij Radbruch eerder onder rechtszekerheid).

Er moet dus uiteindelijk een keuze gemaakt worden tussen waarden, doelen en voorkeuren die voor
iedereen geldt, een keuze die alle burgers bindt. Er moet een algemene (rechts)orde zijn die boven
individuele waardeoordelen en opvattingen uitstijgt. Vandaar dat Radbruch als derde gelijkwaardige
bestanddeel van de rechtvaardigheid de rechtszekerheid introduceert. De zekerheid van het recht eist
positiviteit van het recht. Er moet bepaald worden wat recht is. Beter slecht recht dan helemaal geen
recht. Zonder rechtszekerheid geen rechtsstaat.

Het is belangrijk te constateren dat ieder van deze rechtswaarden – de formele rechtsgelijkheid en de
doelgerichtheid op politieke en beleidsdoelen en de rechtszekerheid – een relatieve waarde toekomt.
Geen van deze is op zich absoluut of doorslaggevend. Deze drie bestanddelen zullen vaak op
gespannen voet met elkaar staan en in de praktijk bij elke nieuwe regeling met elkaar verzoend moeten
worden. Politieke en beleidsdoelen moeten dan steeds getoetst worden aan de rechtsgelijkheid en de
rechtszekerheid. Goede argumenten zullen moeten motiveren en overtuigen waarom een bepaalde
rechtswaarde in een bepaalde regeling een groter gewicht toekomt (zonder dat overigens de andere
rechtswaarden geheel waardeloos worden). De rechtsgelijkheid
en de rechtszekerheid vormen zo als het ware een juridisch filter, een check, voor de – aan het recht
externe – politieke en beleidsdoelen die in het recht geïnjecteerd worden (die dus voor de noodzakelijk
inhoud van een
rechtssysteem zorgen). Het zijn randvoorwaarden, minimumeisen om te kunnen spreken van legitiem
recht.

4. Spanning binnen rechtszekerheid
Onduidelijke wetgeving kan er toe leiden dat belastingplichtigen onzeker zijn over hun rechten en
verplichtingen – inclusief eventuele sancties – en zich terughoudend gedragen. Vage en onzekere
belastingwetgeving beperkt dan de handelingsvrijheid, de mogelijkheid tot rationele planning en de
autonomie van het individu. Rechtsonzekerheid is zo een bedreiging van de vrijheid van de burger (het
zgn. chilling effect).

Daarnaast gebruikt de overheid het belastingrecht zeer frequent om het handelen van burgers te
beïnvloeden. Rechtsonzekerheid resulteert als dit belastingrecht de burger onvoldoende richting biedt
voor zijn handelen. Zo dienen belastingplichtigen tijdig bekend te zijn met de regels, niet alleen
omwille van de naleving van de hen opgelegde verplichtingen, maar ook om gebruik te kunnen maken
van hun rechten. De burger moet tijdig kunnen weten wat zijn rechtspositie is. Rechtsonzekerheid staat
hier haaks op een effectieve sturing van het gedrag van de burgers.

De burger wil dus zekerheid omtrent de eenzijdig door de overheid opgelegde fiscale verplichtingen.
Op basis van het geldende belastingrecht nemen burgers immers allerlei beslissingen met betrekking
tot hun persoonlijke leven en hun werk, gaan ze transacties aan. De burger heeft dus behoefte aan
transparantie, voorspelbaarheid en bestendigheid van deze ingreep in zijn bestedingsvrijheid.
Onduidelijke, complexe of snel veranderende belastingwetgeving bevordert de afhankelijkheid van de
burger van deskundige adviseurs, hetgeen verlies aan autonomie (zelfredzaamheid) betekent.

Documentinformatie

Geüpload op
28 november 2019
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€6,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
baksteen75

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
baksteen75 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
5
Lid sinds
13 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
44
Laatst verkocht
4 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen