Breuken
+ bij het optellen van breuken moet de noemer van beide breuken gelijk zijn bv +
Wanneer de noemers gelijk zijn mag je de tellers gewoon bij elkaar optellen dus + =
sommen
Wanneer de noemers niet gelijk zijn moet je ze zelf gelijk maken. Door beide te vergroten
tot eenzelfde getal. Wanneer je de noemer met 5 keer vergroot, dan moet je de
bijbehorende teller ook met 5 vergroten.
+ = je kan van beide noemers 12 maken (dan zijn ze gelijkwaardig) de teller vergroot je
dan ook. vergroot je 4x maakt: . Van wil je ook de noemer 12 hebben. Om tot
noemer 12 te krijgen moet je hem vergroten met 3 dus: 3x = de som word dan
+ = het antwoord is dan 7/12
-
Bij min sommen geld dezelfde regel als bovenstaand.
sommen eerst gelijknamig maken en vervolgens beide van elkaar aftrekken.
x 2/3 x 600= in principe weet je deze gewoon: bv 600 : 3 x 2 =
Zo niet?: bij breuken vermenigvuldig je noemer x noemer en teller x teller.
sommen 600= dus dan word het x
Nu: = antwoord dus = = 1200 : 3 = 400.
Ook bij x = = en x = =
: Deel sommen dat is eigenlijk een keer som maar dan x het omgekeerde van de tweede
sommen breuk dus: Delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde =
: = maak je eerst een x som van door de tweede breuk om te draaien.
x = dit is dan dus dezelfde som als: : =
Bij elke deel som mag je de tweede breuk in de som omdraaien om er zo een keer som van
te maken. Wanneer je vervolgens een keer som heb, dan reken je het ook weer uit als een
keer som. Dus:
Nu: = antwoord dus = = 1200 : 3 = 400.
Ook bij x = = en x = =