Alle procedures geoefend.
N.v.t.
Theorie toepassen in de praktijk.
N.v.t.
Uitleggen welke invloed DM op het oog kan hebben
- Visus
Verminderde accommodatie
Fluctuerende visus
- Kleurenzien
Tritan-defect
- Diplopie
Beschadiging N III, N IV of N VI
- Cornea
Verminderde gevoeligheid
EBMD
Keratoconjunctivitis sicca
Langere genezing
- Conjunctiva
Micro-aneurysma’s bulbaire conjunctiva
- Pupilreacties
- Oogdruk
Neovasculair glaucoom
- Iris
Rubeosis iridis
- Lens
Diabetische cataract
Vroegere ontwikkeling cataract
Uitleggen welke invloed DM kan hebben op het netvlies (niet proliferatief en proliferatief)
- Micro-aneurysma’s
- Dot-blot bloedingen
- Harde exsudaten
- Cotton-wool spots
- IRMA’s
- Macula oedeem
- Neovascularisatie papil, retina
- Vitreous bloeding
- Ischemische optische neuropathie
- Netvliesloslating
, Niet proliferatief (R2): multipele-, ronde- of vlekkerige bloedingen en/of vastomlijnde IRMA en/of
‘venous beading’ en/of reduplicatie
Proliferatief (R3): nieuwe vaten, pre-retinale fibrose, glasvocht- of pre-ratinale bloeding met of
zonder loslating door tractie
De volgende begrippen herkennen en uitleggen: cotton wool spot, blot en dot bloedinkjes, harde
exsudaten, neovascularisatie van de disc, neovascularisatie elders, macula oedeem.
Cotton wool spot: gezwollen zenuwvezel (witte waas)
Dot-blot bloeding: bloedingen
Dot: Blot:
Harde exsudaten: ophoping van (afval)stoffen zoals eiwitten, wijzen op chronische lekkage