Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting bewegingsvaardigheden blok 1 en 2

Beoordeling
3,0
(1)
Verkocht
1
Pagina's
26
Geüpload op
27-12-2019
Geschreven in
2018/2019

Samenvatting bewegingsvaardigheden blok 1 en 2 ALO jaar 1

Voorbeeld van de inhoud

Theorie Bewegingsvaardigheden
Atletiek
Hoofdstuk speerwerpen
Binnen de aanloop van het speerwerpen zijn er twee delen: cyclische deel (vooruitlopend) en
het acyclische (bestaat uit 5 fases/Finse pas) deel. Het eerste is een versnelling van het
geheel, bij het tweede is er een verdere versnelling en voorbereiding voor de afworp.

Hoe kan de werper de speer zo ver mogelijk werpen?
● Zo groot mogelijke afwerpsnelheid op het moment dat je de speer loslaat → dit door
een optimaal lange versnellingsbaan.
● Zo gunstig mogelijke stijgingshoek: tussen de 32-36.
● De afwerphoogte speelt een belangrijke rol, bepaald door de lengte van de werper en
de lichaamsstrekking op het juiste moment uit te voeren.

Van belang voor de afwerpsnelheid zijn:
● Snelheid = voorwaartse beweging
● Strekking = opstrekken van het lichaam
● Oprekking = voorgerekte spieren (spanboogeffect)
● Torsie = verwringing
● Rotatie = draaiing
Daarnaast is het belangrijk om de opgewekte krachten van het ene systeem over te brengen
op het andere (overdragen op de speer uiteindelijk). Ten slotte moet de niet-werparmkant
worden geblokkeerd zodat alle opgewekte snelheden in versnelde vorm door de andere kant
worden overgenomen → wet van behoud van energie (‘de vrachtwagen waar je tegenaan
loopt’).

Er zijn 3 verschillende handgrepen: normaal greep, Finse greep, vork greep
(gezondheidsgreep → blessure elleboog).

De aanloopfase
De aanloop begint vanuit een rechtopstaande houding, speer boven schouder op
voorhoofdhoogte. Belangrijk: ontspannen handhouding.

De eerste pas uit de Finse pas
De langste (soms sprongachtig) → inleiding voor het naar achteren brengen van de speer

De tweede pas
Speer wordt naar achteren gebracht: in een rechte lijn met gebogen arm. Tussen schouder-
en hoofdhoogte. Aan het eind van de pas moet de lichaamshouding zo zijn: de
werpschouder wordt 90 naar achteren gedraaid, de heupas is 45-90, speerpunt op
wanghoogte, lengteas van het lichaam maakt een rechte hoek met de speer, achterover
neigen van het lichaam van ongeveer 30 → hierdoor komt de speer in de goede afwerphoek.

De derde pas: lichaam blijft onveranderd.

De vierde pas
Dit is de impulspas. Voorwaarden voor een lange versnellingsweg in de afwerpfase: optimale
uitvoering in de tweede pas van naar achteren draaien schouder en heup, het achterwaarts
neigen van het lichaam, het actief plaatsen (over de buitenkant) van de rechtervoet onder
een hoek van max 45 (half open, gesloten). Rechterbeen mag geen remhefwerking
oproepen, zodat de heupen naar voren kunnen gaan: soft-stap.

,De vijfde pas is de afwerppas.
De afwerpfase
Dit begint op het moment dat het LZP tijdens de laatste aanlooppas boven het steunvlak van
het rechterbeen komt. Eindversnelling door: voet zo neerzetten dat er niet te veel remming
optreedt en het lichaam als het ware wordt opgetild, rechtervoet en knie draaien in
werprichting, werparm gestrekt houden, draaibeweging van de romp → bovenlichaam krijgt
een snelheidsimpuls doordat het onderlichaam remt, gestrekte arm inrollen, de afworp vindt
laat plaats. De linkerzijde van het lichaam blokkeert + strekking linkerbeen (ondersteunt
impulsoverdracht + afwerphoogte)

De omsprong
Speer losgelaten → omspringen om de resterende voorwaartse snelheid af te remmen. Dit
moet voor de afwerplijn zijn!

Hoofdstuk hoogspringen
Er zijn 3 verschillende hoofdtechnieken bij hoogspringen, namelijk:
1. De schotse sprong (mechanica van de straddle)
2. De fosburyflop
3. De straddle

De fosburyflop
Bij hoogspringen ligt het accent op de verticale stijgingssnelheid. Het LZP speelt een erg
grote rol, door de armen en zwaaibeen omhoog te gooien bij de afzet, wordt het LZP
verhoogd. Afzethoek is 60-65°.

De straddle
De grootte en richting van de voorwaartse en afzetsnelheid bepalen de grootte en richting
van de resulterende snelheid.
Hoe kleiner de afstand tussen het LZP en de onderste begrenzing van het lichaam is, hoe
gunstiger dit is voor de sprongwijze. De schotse sprong is daarom een minder gunstige
sprongwijze.

Bewegingsbeschrijving van de schotse sprong
● Aanloop: links afzetten, rechts beginnen. De aanlooplengte is van 3- tot en met 7-
pasaanloop. De aanloop is versnellend.
● De afzet: met het buitenste been ten opzichte van de mat, de armen ondersteunen
de afzet.
● De vluchtfase: afzetbeen wordt volledig gestrekt en ondersteund door het zwaaibeen.
Boven de lat scharen de benen langs elkaar.
● De landing: eerst op het zwaaibeen en het afzetbeen volgt. De landing is op beide
voeten op de mat.
Bewegingsbeschrijving van de fosburyflop
● De aanloop heeft 2 functies: optimale snelheid bereiken (deel 1) en een zo gunstig
mogelijke positie voor de afzet bereiken (deel 2) → de baan van het LZP van
horizontaal naar verticaal doen veranderen. Aanloop: op school 7 passen → 4 schuin
richting de lat, 3 passen in de bocht. Belangrijk: snelheid behouden in deel 2!
● Laatste 3 passen: voorwaartse snelheid omzetten in een omhooggaande beweging.
● De afzet: rotatie waardoor de springer met de rug over de lat gaat.
● De vluchtfase: rotatie om lengteas, brughouding en knieën buigen om de rotatie te
versnellen.
● De latpassage: spanboog volhouden totdat de heupen de lat zijn gepasseerd, daarna
hoofd naar de borst + benen omhoog klappen.

, ● De landing: spanning in heupgewricht, benen gespreid evt, uitgespreide armen.
Bewegingsbeschrijving van de straddle
● De aanloop: rechte lijn, 9-pasaanloop. Eerste 6: versnellend, laatste drie vindt de
instelling op de afzet plaats. Ritme: kort-lang-kort.
● De afzet: plaatsing afzetvoet met hiel eerst aan de grond, excentrische fase
(voorspanning die voorwaartse snelheid afremt, begin verticale snelheid),
concentrische fase (snelheid in verticale richting verder opbouwen → afzetbeen
volledig gestrekt)
● Ondersteunende werking van zwaaibeen en armen bij afzet: krachtig en snel
opzwaaien, vrijwel gestrekt in de knie opzwaaien, opzwaai van zwaaibeen doorlopen
tot het hoogste punt.
● De zweeffase: de lat bevindt zich tussen beide benen in.
Twee variaties:
1. Afzetbeen over de lat weggedraaid waardoor de knie op het hoogste punt van de
sprong op heuphoogte komt.
2. Afzetbeen wordt boven de lat gestrekt of weggeschopt, in combinatie met het naar
beneden slaan van het zwaaibeen, hoofd en schouders.

Hoofdstuk kogelstoten
Kogelstoten en speerwerpen zijn rechtlijnige worpen → de verplaatsing van het zwaartepunt
van het materiaal vindt plaats langs een rechte lijn. Bij discuswerpen en kogelslingeren
maken de materialen een kromme bewegingsbaan (draaiworpen). Bij alle werpnummers zijn
er 4 fasen te onderscheiden:
1. De voorbereidingsfase
2. De inhaal- en voorspanfase
3. Hoofdfase
4. Omsprongfase
Kogelstoters moeten groot zijn, over sterke armen en benen beschikken en een natuurlijke
snelheid hebben.
Hoe kan de kogelstoter een zo groot mogelijke afstand bereiken?
Door de afwerpsnelheid, de stijgingshoek en de afstoothoogte optimaal te krijgen.
Stijgingshoek: tussen 37 en 41°.
Verder zijn van belang: rotatie, torsie (verwringing) en strekking.

Bewegingsbeschrijving van het kogelstoten
1. Vasthouden van de kogel: kogel laten rusten op drie middelste vingers tot aan
handwortelbeentjes. Duim en pink lichtelijk gespreid tegen de zijkant van de kogel.
De kogel ligt tegen de hals van de stoter, onder de kin, in het kuiltje van de
sleutelbeen.
2. Uitgangshouding vanuit stand voor uitstoot: rug in stootrichting wijzen, linkervoet
tegen stootblak, elleboog van stootarm licht opgestild, schuin naar beneden wijzend.
3. Uitstoot: explosief strekken, lichaam om linker lichaamszijde draaien. Linkerbeen
zorgt voor een blokkeer- en heffunctie.
4. Omsprong: om meer snelheid te creëren zijn er verschillende voorbewegingen,
namelijk de staptechniek, de aanglij-techniek en de draaistoottechniek.
Binnen het onderwijs staat de standstoot centraal.

Staptechniek: begin in schredestand, lichaamsgewicht op rechterbeen, rug wijzend naar de
stootrichting. De beweging wordt ingezet doordat de stoter de linkervoet dicht bij de
rechtervoet plaatst.

Documentinformatie

Geüpload op
27 december 2019
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2018/2019
Type
SAMENVATTING
€3,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
DeniseW0610
3,0
(1)

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

3,0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
DeniseW0610 ROC van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
10
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
10
Documenten
73
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3,0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen