Verkeerseducatie in theorie en praktijk
Hoofdstuk 1 Kaders voor verkeerseducatie
Niet alleen scholen zijn verantwoordelijk voor het aanleren van verkeersveilig gedrag. Er is
een samenspel nodig van school, ouders, gemeente en andere weggebruikers.
Verkeerseducatie keert in verschillende levensfasen weer terug; je eigen verkeersrol
verandert en het verkeer verandert ook. Na het behalen van je verkeersexamen ben je dus
nog niet klaar met verkeerslessen. Mobiliteit en verkeersveiligheid spelen op elke leeftijd
een belangrijke rol, waarbij het niet alleen gaat om de vaardigheden van het individu zelf,
maar om het omgaan met een steeds veranderende verkeersomgeving en de interactie met
andere verkeersdeelnemers.
PVE = Permanente verkeerseducatie = verkeerseducatie komt vaker in je leven terug.
Kerndoelen van het Ministerie van Onderwijs. De nieuwste versie is uit 2006 en is sinds 2010
geldig voor het hele basisonderwijs. In 2005 is het Leerdoelendocument Permanente
Verkeerseducatie uitgewerkt, maar deze spelen in het basisonderwijs geen rol. De
Kerndoelen sluiten hier wel bij aan, maar zijn minder uitgebreid en richten zich uitsluitend
op kinderen.
Verkeerseducatie is onderdeel van het leergebied ‘Oriëntatie op jezelf en wereld’ en
daarbinnen hoort het bij het domein ‘Mens en samenleving’. Relevante kerndoelen in dat
domein zijn:
34: de leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van
henzelf en anderen.
35: de leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer
en als consument.
37: de leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden
en normen.
39: de leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.
Daarnaast komt verkeer in enkele andere kerndoelen zijdelings aan bod, zoals bij het domein
‘Natuur en techniek’ (kerndoel 44 en 45) en bij het domein ‘Ruimte’ (47)
Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) heeft de kerndoelen uitgewerkt in leerlijnen. De school
moet deze leerlijnen zelf uitwerken en afstemmen op de eigen verkeersomgeving en de
ervaring die kinderen daarin buiten schooltijd opdoen. Scholen hebben daarbij een grote
mate van vrijheid.
Bij de toetsing van de onderwijskwaliteit door de inspectie neemt verkeerseducatie geen
plaats in, maar vooral ouders vinden verkeersveiligheid een belangrijk onderwerp en daarom
wordt er veel aandacht aan besteed. Scholen willen zich profileren als ‘verkeersveilige
school’.
Uit onderzoeken van het Cito (PPON Periodieke Peiling Onderwijsniveau) blijkt dat er op de
meeste scholen in de groepen 3 tot en met groep 8 verkeersles wordt gegeven. De
frequentie en lestijd verschilt.
Groep 5 t/m 7: tweederde of meer krijgt wekelijks verkeersles
Groep 3, 4 en 8: een vijfde krijgt incidenteel verkeersles (ongeveer 6x per jaar)
, Vanaf 1996 is er over de gehele linie een daling van de lestijd voor verkeersles te zien.
In 1996 haalde 25% van de kinderen een voldoende voor verkeerskennis (borden en regels)
Dit had 70 tot 75% moeten zijn.
Leraren geven aan dat praktijklessen noodzakelijk zijn, maar veel organisatie vragen.
Scholen hebben veel belangstelling voor het theorie-examen. 86% doet mee. Aan het
praktijkexamen doet in 2006 73% mee, in 1996 was dit nog 63%.
13% van de scholen doet aan geen enkel examen mee.
Verkeersregels zijn vastgelegd in het RVV (Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens) Dat
is in 1990 voor het laatst grondig gewijzigd. Toch vinden er ook ieder jaar wijzigingen plaats
die o.a. in de krant bekend worden gemaakt.
Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat verzorgt een overzichtelijke publicatie van alle
verkeersborden en verkeersregels in Nederland.
Voor iedereen is het belangrijk om deze publicatie regelmatig te bestuderen, omdat je
kennis van de regels niet altijd op orde blijkt te zijn. Verkeersregels kunnen veranderen na
het behalen van een examen. Ook na het behalen van je autorijbewijs.
Op basisscholen wordt de taal van het RVV niet letterlijk gebruikt.
Voetgangersoversteekplaats wordt bijvoorbeeld zebrapad genoemd. Je moet er wel op
letten dat je begrippen op de juiste wijze hanteert.
Onderwerpen in het RVV:
1. verkeersgedrag
2. verkeersregels
3. verkeerstekens
4. aanwijzingen
5. bijzondere bepalingen ten aanzien van gehandicapten
Maatschappelijke kaders
Er zijn meer maatschappelijke ontwikkelingen waarbij verkeerseducatie een rol kan spelen.
Bijvoorbeeld: het aanmoedigen om meer te bewegen, zodat kinderen hun overgewicht kwijt
raken. > fietslessen
Zelfstandigheid van allochtone moeders. Vaak zijn vrouwen in andere culturen niet mobiel,
aanmoediging van fietsen komt hier ook naar voren. Hierdoor doen ouders en kinderen
meer ervaring op in het verkeer.
Een andere maatschappelijke ontwikkeling is dat de sterke individualisering van de
samenleving leidt tot vermindering van sociaal gedrag. In het onderwijs heeft het ertoe
geleid dat er meer aandacht kwam voor pestgedrag en werd er ruimte gemaakt voor sociale
vaardigheden, kanjertraining, leefstijlprogramma’s, etc. Het zo mooi zijn als deze lessen
worden gecombineerd met ons gedrag in het verkeer. (geduld hebben, de ander voor laten
gaan, etc.) Maar dat is nog niet van toepassing.
Verkeerseducatie biedt de mogelijkheid om veel maatschappelijke onderwerpen te
integreren, maar zowel bij de maatschappelijke kaders als in het onderwijs lijkt men dat niet
te herkennen. Het gaat niet alleen om de borden, maar juist ook om het gedrag, het sociale