MBDD model
Biomechanische belasting Psychosociale belasting
- Werk - Life-events
- Hobby - Pesten
- ADL - Intern-conflict
Biomechanische belastbaarheid Psychosociale belastbaarheid
- Leeftijd - Coping
- Genetische factoren - Cognitie
- Functies (spierfuncties) - Persoonlijk
- Acceptatie
- Attributie
- Locus of control
- Emoties
Diagnostisch proces
Screeningsproces
Anamnese
Observatie
Palpatie
AROM / PROM
Speciale test
Conclusie
RPS-Formulier
Stoornis volgens therapeut Activiteiten volgens therapeut Participatie volgens therapeut
NRS Functionele inspectie (Als er PSK
VAS moeite is met tillen, kun je een
AROM / PROM patient iets laten tillen.
MRC-testen
Handhelddynamometer PSK
Stabiliteit (stevig houden in
bepaalde houding)
- Actief (spieren)
- Passief (bot/ligament)
BEP = bewegingsuitslag
(pijn/eindgevoel)
Uithoudingsvermogen van
specifieke spier (RM-test)
Biopsychosocial model
Includeert biologische, psychologische en sociale verklaringen over gezondheid en ziekte-
ervaring. In dit model staat de patiënt centraal, want het gaat niet alleen om de ziekte maar
ook om het ziek zijn.
Het model is niet alleen om de symptomen te verklaren maar ook om de klacht te begrijpen. De
term: ‘’Helen is beter dan genezen’’ wordt gebruikt. Hierbij is luisteren belangrijk, want de patiënt
moet zich gehoord voelen. De fysiotherapeut heeft zijn expert-kennis, maar ook de ervaringskennis
van de patiënt krijgt zijn plaats.
, DTF-systeem
Directe toewijzing fysiotherapie. Dus zonder verwijzing van huisarts, medisch specialist of iets
dergelijks mag de patient gelijk naar de fysiotherapeut. Patiënten die op eigen initiatief bij de
fysiotherapeut komen ondergaan een screening door de fysiotherapeut. Tijdens de screening wordt
door middel van gerichte vragen binnen een bepaalde tijd (circa 10 min) vastgesteld of de patient
met zijn klachten aan het juiste adres is bij de fysiotherapeut.
Wanneer de klacht/ hulpvraag niet overeenkomt met de kennis van de fysiotherapeut (conclusie:
niet-pluis), wordt de patient geadviseerd om contact op te nemen met een arts. Wanneer de
fysiotherapeut tot de conclusie pluis komt, informeert hij de patient over de mogelijkheid, zonder
tussenkomst van een arts, door te gaan met het diagnostische fysiotherapeutisch proces.
Overzicht van behandeling:
Screening Pluis of niet pluis
Anamnese Hypotheses
Lichamelijk onderzoek Conclusie
Conclusie:
Na 1 van bovenstaande afspraken mag je altijd de behandeling nog stoppen en de
patient verwijzen naar bijvoorbeeld een huisarts.
De huisarts is nog altijd de meest voorkomende verwijzer, ondanks het stijgende aandeel
verwijzingen door de medisch specialist.
99% van de patiënten is na de screening ‘’pluis’’
Screening
Hulpvraag
Ontstaanswijze / beloop van klachten
Rode vlaggen
o Rode: Mogelijk alarm
o Oranje: Psychopathologie
o Gele: Gedrag, gevoelens en gedachten
o Blauwe: Sociaal en economische factoren
o Zwarte: beroepsmatige factoren
Voorbeelden rode vlaggen bij screening:
Tractus (streek)
o Musculoskeletaal
Pijn, jeuk, prikkelingen, warmte, krampen, stijfheid in de spieren, de pezen,
de ligamenten, de zenuwen en de gewrichten
o Cardiovasculair
Hart- en vaatziekten
o Endocrien
Werkt samen met zenuwstelsel om activiteiten van organen en fysieke
systemen te reguleren. Het is actief bij aansturing van emoties, driften, de
stimulering van groei en herstel van spieren en weefsels. Daarnaast is het
actief bij seksuele ontwikkeling, regulering van lichaamstemperatuur.
o Neurogeen
Niet goed functionerende zenuwstelsel, door bijvoorbeeld tumor in een
zenuw, uitval van zenuwfunctie bij behoud van continuïteit van de zenuw,
doorsnijding van een zenuw of de tijdelijke pijn door mechanische invloed of
door epilepsie.
Biomechanische belasting Psychosociale belasting
- Werk - Life-events
- Hobby - Pesten
- ADL - Intern-conflict
Biomechanische belastbaarheid Psychosociale belastbaarheid
- Leeftijd - Coping
- Genetische factoren - Cognitie
- Functies (spierfuncties) - Persoonlijk
- Acceptatie
- Attributie
- Locus of control
- Emoties
Diagnostisch proces
Screeningsproces
Anamnese
Observatie
Palpatie
AROM / PROM
Speciale test
Conclusie
RPS-Formulier
Stoornis volgens therapeut Activiteiten volgens therapeut Participatie volgens therapeut
NRS Functionele inspectie (Als er PSK
VAS moeite is met tillen, kun je een
AROM / PROM patient iets laten tillen.
MRC-testen
Handhelddynamometer PSK
Stabiliteit (stevig houden in
bepaalde houding)
- Actief (spieren)
- Passief (bot/ligament)
BEP = bewegingsuitslag
(pijn/eindgevoel)
Uithoudingsvermogen van
specifieke spier (RM-test)
Biopsychosocial model
Includeert biologische, psychologische en sociale verklaringen over gezondheid en ziekte-
ervaring. In dit model staat de patiënt centraal, want het gaat niet alleen om de ziekte maar
ook om het ziek zijn.
Het model is niet alleen om de symptomen te verklaren maar ook om de klacht te begrijpen. De
term: ‘’Helen is beter dan genezen’’ wordt gebruikt. Hierbij is luisteren belangrijk, want de patiënt
moet zich gehoord voelen. De fysiotherapeut heeft zijn expert-kennis, maar ook de ervaringskennis
van de patiënt krijgt zijn plaats.
, DTF-systeem
Directe toewijzing fysiotherapie. Dus zonder verwijzing van huisarts, medisch specialist of iets
dergelijks mag de patient gelijk naar de fysiotherapeut. Patiënten die op eigen initiatief bij de
fysiotherapeut komen ondergaan een screening door de fysiotherapeut. Tijdens de screening wordt
door middel van gerichte vragen binnen een bepaalde tijd (circa 10 min) vastgesteld of de patient
met zijn klachten aan het juiste adres is bij de fysiotherapeut.
Wanneer de klacht/ hulpvraag niet overeenkomt met de kennis van de fysiotherapeut (conclusie:
niet-pluis), wordt de patient geadviseerd om contact op te nemen met een arts. Wanneer de
fysiotherapeut tot de conclusie pluis komt, informeert hij de patient over de mogelijkheid, zonder
tussenkomst van een arts, door te gaan met het diagnostische fysiotherapeutisch proces.
Overzicht van behandeling:
Screening Pluis of niet pluis
Anamnese Hypotheses
Lichamelijk onderzoek Conclusie
Conclusie:
Na 1 van bovenstaande afspraken mag je altijd de behandeling nog stoppen en de
patient verwijzen naar bijvoorbeeld een huisarts.
De huisarts is nog altijd de meest voorkomende verwijzer, ondanks het stijgende aandeel
verwijzingen door de medisch specialist.
99% van de patiënten is na de screening ‘’pluis’’
Screening
Hulpvraag
Ontstaanswijze / beloop van klachten
Rode vlaggen
o Rode: Mogelijk alarm
o Oranje: Psychopathologie
o Gele: Gedrag, gevoelens en gedachten
o Blauwe: Sociaal en economische factoren
o Zwarte: beroepsmatige factoren
Voorbeelden rode vlaggen bij screening:
Tractus (streek)
o Musculoskeletaal
Pijn, jeuk, prikkelingen, warmte, krampen, stijfheid in de spieren, de pezen,
de ligamenten, de zenuwen en de gewrichten
o Cardiovasculair
Hart- en vaatziekten
o Endocrien
Werkt samen met zenuwstelsel om activiteiten van organen en fysieke
systemen te reguleren. Het is actief bij aansturing van emoties, driften, de
stimulering van groei en herstel van spieren en weefsels. Daarnaast is het
actief bij seksuele ontwikkeling, regulering van lichaamstemperatuur.
o Neurogeen
Niet goed functionerende zenuwstelsel, door bijvoorbeeld tumor in een
zenuw, uitval van zenuwfunctie bij behoud van continuïteit van de zenuw,
doorsnijding van een zenuw of de tijdelijke pijn door mechanische invloed of
door epilepsie.