Experimenteel
Meervoudige ANOVA met NHST en Bayesiaanse toets.
Eerder hebben we gekeken naar het verschil in gemiddelde rekenscore tussen de
directe instructiegroep, eigen inbrenggroep en controlegroep. We keken naar de
invloed van deze factor op de afhankelijke variabele. In de ANOVA kun je ook
meerdere factoren combineren. Dan heet het een meervoudige ANOVA.
Het verschil is dat we gaan kijken naar het effect van meerdere onafhankelijke
variabele (factoren) op de afhankelijk variabelen.
We gaan kijken naar als we de twee factoren bij elkaar stoppen in de ANOVA,
gebeurt er dan iets bijzonders? Iets anders dan als we dat niet doen à
interactie-effect.
We gaan na het opstellen van de hypothesen, eerst kijken naar de beschrijvende
statistieken. Om te bepalen of er in de steekproef een hoofdeffect is, moeten we
kijken naar de gemiddelden.
Het gemiddelde diagram: alle groepsgemiddelden worden weergegeven in dit
diagram. Het rondje geeft het groepsgemiddelde aan. Dat betekent dat je uit dit
diagram ook hoofdeffecten kunt aflezen, we moeten daarvoor de
groepsgemiddelden combineren.
, We zien daar ook dat het gemiddelde in het speciaal onderwijs iets hoger ligt. à
Deze methode werkt alleen als de groepen ongeveer even groot zijn.
Interactie-effect: het effect van de ene factor, verschillend is voor de niveaus
van de andere factor.
Als we dat toepassen, betekent dit dat het effect van conditie anders is voor
kinderen in het reguliere onderwijs, dan voor kinderen in het speciaal
basisonderwijs. Hoe kun je dit zien?
Als het effect van de ene factor hetzelfde is voor de niveaus van de andere
factor, dan verwacht je dat de lijnen parallel lopen. Dan is het niveau voor de
factoren hetzelfde (geen interactie-effect). Als de lijnen niet parallel lopen, dan is
het effect van conditie verschillend voor de typen onderwijs à Interactie-effect.
Als ze parallel lopen is er geen interactie-effect. Als de lijnen niet parallel lopen is
er wel een interactie-effect.
Het effect van conditie is verschillend voor de twee typen onderwijs. Directe
instructie werkt het best voor het speciaal onderwijs. En eigen inbreng werkt
beter voor kinderen in het reguliere onderwijs. We zien in de steekproef een
interactie-effect, we gaan in de ANOVA toetsen of we dit kunnen generaliseren
naar de populatie.
Hoofd-en interactie-effecten
Hoofdeffect leeftijd Nee Wel
Hoofdeffect sekse Ja Ja
Interactie-effect Nee Nee