LECTURE 4: Dementie
Dementie:
- Letterlijk (Latijn): zonder
geest
- Syndroom: meerdere
verschijnselen tegelijk
- Geen uitspraak over
oorzaak
- Belang: prevalentie!
o 6% van de 60+
o ~ 250.000 mensen
totaal
o In toekomst
toename door dubbele vergrijzing
o 2050: waarschijnlijk ~410.000 mensen totaal
Wie gaat voor hen zorgen?
Bevolkingspiramide NL: aandeel ouderen/patiënten neemt sterk
toe, terwijl aandeel werknemers sterk afneemt
Risicofactoren dementie:
- Leeftijd!!!
o 11% 75-84 jaar
o 35% >85 jaar
- Vaatlijden
- Genetische kwetsbaarheid
o APO-E4
o Amyloïde mutaties
- Bepaalde aandoeningen
o Down
o Parkinson
- Depressie in voorgeschiedenis
- Herhaaldelijk hoofdletsel
- Opleiding???
DSM-IV criteria:
- Minstens 2 cognitieve functiestoornissen:
o Geheugenproblemen
o Afasie, apraxie, agnosie
o Stoornissen in uitvoerende controle functies
o Vertragingen van denken en handelen
- Beperkingen in beroep of sociaal functioneren
- Achteruitgang t.o.v. premorbide niveau (situatie vóór aandoening)
- Geen delier
- Aanvullende criteria:
o Mogelijk niet-cognitieve veranderingen:
Stemming (depressie, prikkelbaarheid, euforie)
Gedrag (oordeelsstoornis, ontremming, apathie)
Realiteitstoetsing (hallucinaties, wanen)
Motoriek (hypokinesie, rigiditeit)
, DSM-5 criteria:
- Neurocognitieve stoornis (NCD)
o Mild NCD (MCI)
o Major NCD (dementie)
- Geheugen tussen andere functies + sociale cognitie
Verschillende vormen van dementie:
- Meest voorkomende en/of bekende vormen:
o Ziekte van Alzheimer (60-70% van dementiegevallen)
o Lewy-lichaampjes-dementie (15-25%)
o Vasculaire dementie (10-20%)
o Parkinson dementie (5%)
o Fronto-temporale dementie
o Ziekte van Huntington
- Corticale dementiesyndromen
o Geheugen
o Bijv.: Alzheimer
- Subcorticale dementiesyndromen
o Tempo
o Bijv.: Parkinsondementie
- Mengbeeld
o Mix
o Bijv.: FTD of LBD
Ziekte van Alzheimer:
- Meest voorkomende oorzaak; 60-70%
- Ook op jonge leeftijd mogelijk
o Preseniele AD (<65 jaar): 10%
o Seniele AD (> 65 jaar): 90%
- Kenmerken:
o Geheugenstoornissen (met name opslag)
o Afasie, apraxie, agnosie
o Afname zelfzorg
o Geleidelijk beloop
- Oorzaak/oorzaken?
o Cholinerge hypothese – Bartus (1982)
Afname in cholinerge neuronen in basale voorbrein (o.a. hippocampus,
nucleus basalis van Meynert) => cognitieve stoornissen
Acetylcholine is de neurotransmitter die verantwoordelijk is voor
prikkeloverdracht binnen het parasympatische- en sympathische
zenuwstelsel
o Genetisch
Eiwitmutaties in het brein:
Seniele plaques: opeenhoping amyloïde eiwit extracellulair en in de
vaatwand
Neurofibrilaire tangles: samenvoegingen van TAU-eiwit intracellulair
APO-E4 allel (19): aanwezigheid van apolipo-proteïne
o Niet-genetisch
Leeftijds-gerelateerde afname in (glucose) metabolisme
Leeftijds-gerelateerde toename in vrije radicalen, veroudering
Dementie:
- Letterlijk (Latijn): zonder
geest
- Syndroom: meerdere
verschijnselen tegelijk
- Geen uitspraak over
oorzaak
- Belang: prevalentie!
o 6% van de 60+
o ~ 250.000 mensen
totaal
o In toekomst
toename door dubbele vergrijzing
o 2050: waarschijnlijk ~410.000 mensen totaal
Wie gaat voor hen zorgen?
Bevolkingspiramide NL: aandeel ouderen/patiënten neemt sterk
toe, terwijl aandeel werknemers sterk afneemt
Risicofactoren dementie:
- Leeftijd!!!
o 11% 75-84 jaar
o 35% >85 jaar
- Vaatlijden
- Genetische kwetsbaarheid
o APO-E4
o Amyloïde mutaties
- Bepaalde aandoeningen
o Down
o Parkinson
- Depressie in voorgeschiedenis
- Herhaaldelijk hoofdletsel
- Opleiding???
DSM-IV criteria:
- Minstens 2 cognitieve functiestoornissen:
o Geheugenproblemen
o Afasie, apraxie, agnosie
o Stoornissen in uitvoerende controle functies
o Vertragingen van denken en handelen
- Beperkingen in beroep of sociaal functioneren
- Achteruitgang t.o.v. premorbide niveau (situatie vóór aandoening)
- Geen delier
- Aanvullende criteria:
o Mogelijk niet-cognitieve veranderingen:
Stemming (depressie, prikkelbaarheid, euforie)
Gedrag (oordeelsstoornis, ontremming, apathie)
Realiteitstoetsing (hallucinaties, wanen)
Motoriek (hypokinesie, rigiditeit)
, DSM-5 criteria:
- Neurocognitieve stoornis (NCD)
o Mild NCD (MCI)
o Major NCD (dementie)
- Geheugen tussen andere functies + sociale cognitie
Verschillende vormen van dementie:
- Meest voorkomende en/of bekende vormen:
o Ziekte van Alzheimer (60-70% van dementiegevallen)
o Lewy-lichaampjes-dementie (15-25%)
o Vasculaire dementie (10-20%)
o Parkinson dementie (5%)
o Fronto-temporale dementie
o Ziekte van Huntington
- Corticale dementiesyndromen
o Geheugen
o Bijv.: Alzheimer
- Subcorticale dementiesyndromen
o Tempo
o Bijv.: Parkinsondementie
- Mengbeeld
o Mix
o Bijv.: FTD of LBD
Ziekte van Alzheimer:
- Meest voorkomende oorzaak; 60-70%
- Ook op jonge leeftijd mogelijk
o Preseniele AD (<65 jaar): 10%
o Seniele AD (> 65 jaar): 90%
- Kenmerken:
o Geheugenstoornissen (met name opslag)
o Afasie, apraxie, agnosie
o Afname zelfzorg
o Geleidelijk beloop
- Oorzaak/oorzaken?
o Cholinerge hypothese – Bartus (1982)
Afname in cholinerge neuronen in basale voorbrein (o.a. hippocampus,
nucleus basalis van Meynert) => cognitieve stoornissen
Acetylcholine is de neurotransmitter die verantwoordelijk is voor
prikkeloverdracht binnen het parasympatische- en sympathische
zenuwstelsel
o Genetisch
Eiwitmutaties in het brein:
Seniele plaques: opeenhoping amyloïde eiwit extracellulair en in de
vaatwand
Neurofibrilaire tangles: samenvoegingen van TAU-eiwit intracellulair
APO-E4 allel (19): aanwezigheid van apolipo-proteïne
o Niet-genetisch
Leeftijds-gerelateerde afname in (glucose) metabolisme
Leeftijds-gerelateerde toename in vrije radicalen, veroudering