Bouwkunde, jaar 2, periode 3
,Inhoud
Deel 2 Gegevens verzamelen
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Deel 3 Analyseren
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
,Deel 2 Gegevens verzamelen
Hoofdstuk 7 Kwantitatieve methoden van dataverzameling
Survey onderzoek = enquête- of vragenlijstonderzoek, meest voorkomend = kwantitatieve
methode
Kenmerken:
- Een grote groep personen onderzoeken;
- Meestal op één moment in de tijd;
- Meningen, houdingen, kennis onderzoeken;
- Beschrijvings- en/of verklaringsvragen;
- (half) gestructureerde vragen en antwoorden;
- Een groot aantal vragen;
- (a)selecte steekproef;
- Kwantitatieve analyse.
Vormen van een surveyonderzoek:
- Schriftelijke enquêtes
- toezending per post
- face to face
- Telefonische enquêtes
- Digitale enquêtes
Panel enquête = regelmatig terugkerende enquête onder vooral aangemeld panel, over
uiteenlopende onderwerpen ( denk hierbij aan betaalde enquêtes)
Respondenten = personen die aan vragenlijstonderzoek meedoen
Secundaire analyse = onderzoek met behulp van eerder (door anderen) in één databestand
verzamelde gegevens
Voor- en nadelen van secundaire analyse
Voordelen:
- tijdwinst; er hoeven niet opnieuw enquêtes worden ingevuld
- financiële voordelen: zelf je gegevens verzamelen is een kostbaar werkje
- beschikbaarheid van de data: er is veel data beschikbaar wat al voor andere analyses is
afgenomen
- bruikbaarheid: de datasets zullen niet volledig perfect zijn voor jouw onderzoek maar er
zullen er wel een paar zijn die aan een aantal voorwaarden voldoen
Nadelen:
- je hebt geen invloed op de samenstelling van de data
- de vragenlijsten zijn al gemaakt en afgenomen
, - je moet een oplossing zien te vinden voor de eventuele fouten die bij de oorspronkelijke
dataverzameling zijn gemaakt
- het kan voorkomen dat je je probleemstelling moet aanpassen zodat de al bestaande
data bij je onderzoek past
- vaak moet je de data intensief bewerken zodat het bruikbaar is voor je analyse
Big data-onderzoek = (secundaire) analyse van hele grote datasets
Meta analyse = cijfermatige vergelijking van een groot aantal bestanden ( uit meerdere datasets)
over hetzelfde onderwerp, waarbij de resultaten opnieuw worden geanalyseerd.
Experiment = een onderzoek waarbij proefpersonen in een al dan niet gecontroleerde situatie
worden getest, om zo een effect te meten
Variabelen = de gemeten kenmerken van de eenheden in je onderzoek die telkens een andere
waarde kunnen aannemen
Onafhankelijke variabele = variabele die wordt gebruikt om een situatie te manipuleren en een
verandering te veroorzaken
Afhankelijke variabele = variabele die verandert onder invloed van de onafhankelijke variabelen
Laboratorium- of zuiver experiment = experiment waarbij proefpersonen in een zoveel mogelijk
gecontroleerde situatie worden getest, vrij van invloeden van buitenaf
Quasi- of veldexperiment = experiment dat in de bestaande situatie wordt uitgevoerd; dit is geen
zuiver experiment
Experimentele conditie = blootstelling aan het experiment
Experimentele groep = groep die met de experimentele variabele in aanraking komt (dit in een
experiment met 2 groepen )
Controle conditie = conditie waarbij de groep niet aan het experiment wordt blootgesteld
Controle groep = groep die niet met de experimentele variabele in aanraking komt
Placebo-effect = proefpersonen krijgen geen werkzame stof toegediend, maar ze menen toch
resultaten te merken
Proefpersonen = deelnemers aan een experimenteel onderzoek die worden uitgekozen omdat
ze een bepaald kenmerk bezitten
Randomisatie = willekeurig toewijzen van proefpersonen aan een experimentele- of
controlegroep.