naar minderjarige veelplegers in Friesland.
In dit onderzoek is aan de hand van een literatuuronderzoek een kenmerkenlijst opgesteld van
veelplegers in het algemeen, waarmee is onderzocht wat een Friese veelpleger daadwerkelijk
typeert.
Aanleiding.
Naar aanleiding van een onderzoek in Amsterdam, waar veel veelplegers zijn, werd vastgesteld dat
hier 40% een LVB van hebben. Jeugdige veelplegers kregen vaak een traject opleiding/werk
aangeboden om terugval te voorkomen, maar waren hier niet gemotiveerd genoeg voor. Tevens zijn
de huidige interventies onvoldoende afgestemd op deze doelgroep, waardoor er gekeken moet
worden naar nieuwe/ aangepaste interventies.
De OM wil het proces ook verbeteren door deze doelgroep beter op te sporen, de interventies te
verbeteren, sneller en consequenter te straffen. Dit willen ze doen aan de hand van 3 hoofdlijnen:
1. Lik-op-stuk beleid.
2. Intensieve begeleiding.
3. Ingrijpen in gezinnen.
Ze hopen hiermee het aantal delicten terug te dringen en schade voor de samenleving te voorkomen.
Probleemstelling.
Veelplegers zijn veelal jongeren die in grote steden leven, maar ook in Friesland. Echter zijn de
kenmerken van deze groep in Friesland niet duidelijk. Vermoedelijk zijn dit LVB.
Doelstelling.
Doel onderzoek: Het opstellen van een kenmerkenlijst om de Friese veelplegers in kaart te brengen.
Deze lijst wordt later gebruikt om risico jongeren op basisscholen te kunnen herkennen.
Onderzoeksmethode.
Hoofdvraag: Welke gemeenschappelijke persoonskenmerken en kenmerken uit de sociale context
typeren een (jeugdige) veelpleger in Friesland?
Deelvragen zijn beantwoord met behulp van de kenmerkenlijst (opgesteld op basis van een
literatuuronderzoek en het classificatiesysteem CAP-J) en het dossieronderzoek (OM, Bureau
Jeugdzorg Leeuwarden).
Kenmerkenlijst: Demografische gegevens, persoonskenmerken, kenmerken van de sociale
context.
Criminaliteit- gedrag dat bepaalde – in wetboeken vastgelegde – normen overtreedt en waarop een
straf staat (intentioneel gedrag; gebeurd niet per ongeluk)
Straf= de consequentie van het overtreden van rechtsregels.
Loeber en collega’s (1998) laten op basis van onderzoek zien dat er 3 ontwikkelingstrajecten zijn die
een jongere kan doorlopen en die kunnen leiden tot ernstig crimineel gedrag:
1. Een traject dat begint met openlijk probleemgedrag (agressie, oppositie)
2. Een traject dat begint met heimelijk probleemgedrag (diefstal, vernieling)
3. Een traject dat begint met autoriteitsconflicten voor het twaalfde jaar.
1