Samenvatting artikelen pleegzorg, gedrags- en
opvoedingsproblemen.
Inhoudsopgave
Artikel 6: Konijn, Admiraal, Baart, van Rooij, Stams, Colonnesi & Assink (2019). Foster care
placement instability: A meta-analytic review. Children and Youth Services Review, 96, 483-499....2
Artikel 7: Vanderfaeillie, Goemans, Damen, Van Holen, & Pijnenburg (2018). Foster care placement
breakdown in the Netherlands and Flanders: Prevalence, precursors, and associated factors..........4
Artikel 8: Grietens, Van Oijen, & Ter Huizen (2012). Stressvolle levensgebeurtenissen en
traumasymptomen bij pleegkinderen: Een verkennend onderzoek in Noord-Nederland..................6
Artikel 9: Vanderfaeillie, Vanschoonlandt, Van Holen, De Maeyer & Robberechts. (2014).
Traumatische gebeurtenissen en traumatische stresssymptomen bij pleegkinderen........................8
Artikel 10: Wubs, Batstra, & Grietens (2018). Speaking with and without words – an analysis of
foster children’s expressions and behaviors that are suggestive of prior sexual abuse...................10
Artikel 11: Zeijlmans, Lopez, Grietens & Knorth (2017). Matching children with foster carers: A
literature review...............................................................................................................................12
Artikel 12 : Zeijlmans, Lopez, Grietens & Knorth (2018). Nothing goes as planned: Practitioners
reflect on matching children and foster families..............................................................................14
1
,Gedrags- en opvoedingsproblemen l SPO / RUG Groningen l Pre-master Orthopedagogiek l 2020
Artikel 6: Konijn, Admiraal, Baart, van Rooij, Stams, Colonnesi & Assink (2019).
Foster care placement instability: A meta-analytic review. Children and Youth
Services Review, 96, 483-499.
Inleiding.
Kinderen die niet meer door hun eigen ouders opgevoed kunnen worden, worden uit huis geplaatst
en komen veelal terecht bij pleegzorggezinnen. Pleegzorg is een vorm van zorg waarbij een kind in
een andere familie dan zijn eigen familie van herkomst, terecht komt.
Doel van pleegzorgplaatsingen is veelal om stabiliteit te bieden in de leefsituatie van het kind. Echter
vraagt dit van een kind wel een aanpassing aan nieuwe sociale en fysieke omstandigheden en
omgevingen (nieuwe buurt, school etc.). Pleegkinderen kunnen daardoor hun intieme banden
verliezen, hun sociale relaties en bekende plaatsen.
Plaatsingsinstabiliteit verhoogt het risico op gedrag van kinderen, sociale en academische
problemen, negatief zelfbeeld, psychopathologie en toegenomen wantrouwen jegens verzorgers en
andere volwassenen. Dit kan leiden tot een negatieve spiraal waarin het kind moeite heeft met het
herbouwen van een veilige hechting aan de nieuwe ouders/verzorgers, maar ook gedragsproblemen
krijgt.
Werkwijze.
Er zijn diverse studies uit 1990-2017 naar pleegzorg en uithuisplaatsing onderzocht. Verder terug ij
de tijd zou de relevantie van het onderzoek verminderen gezien de recente ontwikkelingen in de
pleegzorg. Er werd gekeken naar lange termijn onderzoeken en factoren die verband houden met de
instabiliteit van pleegzorgplaatsingen. De factoren werden gecodeerd en aan de hand van de
Pearson’s R (correlatiecoëfficiënt) werd het effect onderzocht.
Doel: Factoren die van invloed zijn op (in)stabiliteit in pleegzorgplaatsing en het effect van deze
factoren.
Resultaten.
Er zijn 42 studies onderzocht, waarin 84.470 pleegkinderen voorkwamen. De gemiddelde leeftijd van
een pleegkind was 9,13 jaar en 49% was een meisje. De studies waren veelal in Noord-Amerika (de
VS en Canada), Europa en Australië uitgevoerd.
Domeinen van factoren:
Geslacht: Geen significant verschil.
Leeftijd: Hoe ouder bij de eerste plaatsing, hoe hogere risico.
Etniciteit: Geen significant verschil.
Gedragsproblemen: Grootste risico op externaliserende problemen. Kunnen een oorzaak
maar ook een gevolg zijn van uithuisplaatsing.
Geschiedenis van mishandeling.
Kwaliteit van pleegouderschap.
Type pleegzorg: Niet-verwante pleegzorg (geen familie dus) werd geassocieerd met hogere
uitvalpercentages en verstoringen bij jonge pleegkinderen. Verklaring hiervoor kan zijn de
toewijding en persoonlijke betrokkenheid van familie (onvoorwaardelijke zorg en
plichtgevoel).
Plaatsing met broers en zussen: Wanneer het pleegkind wordt gescheiden van zijn broers en
zussen, voelen ze zich minder veilig en missen zij hen.
Ervaring eerdere plaatsingen buiten huis: Geen significant verschil.
Aantal keren uithuisplaatsingen voorheen: Geen significant verschil. Enige risico voor
jongens.
2
, Gedrags- en opvoedingsproblemen l SPO / RUG Groningen l Pre-master Orthopedagogiek l 2020
De grootste risicofactoren:
1. Gedragsproblemen van het kind, in het bijzonder externaliserende problemen. Leidt tot
opvoedingsstress, negatief effect op ondersteunend ouderschap.
2. Niet-verwante pleegzorg door pleegouders die geen familie van origine van het kind zijn.
3. Lage kwaliteit opvoedingsvaardigheden pleegouders.
4. Relatief oudere leeftijd van het pleegkind bij de eerste plaatsing.
5. Geschiedenis van mishandeling. 70% van de pleegkinderen worden verwaarloosd en/of
misbruikt door hun biologische ouders, waardoor ze traumatische symptomen hebben
opgelopen.
Echter, dient er wel een kanttekening gemaakt te worden bij deze resultaten. In 9 van de 10 factoren
werd een publicatiebias gevonden, wat betekent dat de effectgroottes in bijna elk domein gemist kan
worden. Daarnaast konden een aantal factoren ook niet onderzocht worden wegens gebrek aan
informatie
3