1. Enzymen
Functie:
Enzymen breken stoffen af zodat het lichaam voedingsstoffen kan opnemen. Ze
versnellen reacties zonder zelf opgebruikt te worden.
Specifiek werk:
Elk enzym werkt alleen op één specifieke stof.
Invloed van temperatuur:
Enzymen werken het beste bij een optimale temperatuur. Te koud of te heet maakt ze
minder effectief.
Invloed van pH:
De zuurgraad beïnvloedt de werking van enzymen. Bijvoorbeeld, enzymen in de maag
werken optimaal bij een lage pH (zuur).
2. Voedselbederf en Conserveren
Voedselbederf:
Bacteriën en schimmels bederven voedsel en kunnen ziekten veroorzaken.
Conserveringsmethoden:
o Koelen: Verlaagt de temperatuur om bacteriën te vertragen.
o Pasteuriseren: Kort verhitten om bacteriën te doden.
o Steriliseren: Langdurig verhitten voor langere houdbaarheid.
o Drogen: Vocht wegnemen zodat bacteriën niet overleven.
o Luchtdicht verpakken: Voorkomt contact met zuurstof en bacteriën.
3. Voedingsstoffen
Vetten:
o Onverzadigde vetten: Gezond, vloeibaar, bijvoorbeeld in noten en olie.
o Verzadigde vetten: Minder gezond, zit in boter en vlees.
Water: Essentieel voor je lichaam; houdt je gehydrateerd en vervoert stoffen.
Mineralen en vitamines: Nodig voor opbouw en bescherming.
o Vitamine C: Voor weerstand.