3.1
VZ – GK – OZ - ZO
, Verpleegkundige zorgverlening
Les 3.1
De aspecten rondom de functie, stadia en beïnvloedende factoren van het slaap-waakritme benoemen.
Verschillende slaapproblemen bij zorgvragers en de gevolgen hiervan op het dagelijks leven herkennen.
Noemen wat de verpleegkundige taken zijn om het slaap waakritme te bevorderen.
1.1 Slaap-waakritme
Ieder mens heeft een eigen slaap-waakritme, wat ook wel de biologische
klok heet. De behoefte aan slaap wordt bepaald door zijn levensritme, zijn
daginvulling en voor een deel de leeftijd.
1.2 Functies van slaap
Tijdens de nachtrust ontspannen zowel lichaam als geest; de lichamelijke en psychische activiteit
nemen af. Rust = ontspanning (geen emotionele spanning en lichamelijk ongemak).
Ontspanning van het lichaam
Lichaamscellen groeien en herstellen tijdens de slaap. Kinderen in de groei en zorgvragers die
herstellen van een ziekte hebben meer rust en slaap nodig dan gezonde volwassenen bij te weinig
slaap herstellen ze langzamer.
Ideale slaaphouding: licht gebogen houding op de zij. Door regelmatig draaien ontspannen alle
spieren zich.
Ontspanning van de geest
Tijdens slaap is het bewustzijn minder. Mensen met te weinig slaap worden lusteloos en prikkelbaar
en hebben onvoldoende energie voor de dingen van de dag. Omdat iedereen droomt, rusten de
hersenen nooit helemaal. Tijdens het dromen wordt onbewust arbeid verricht, en dat kost energie.
Wanneer iemand heel actief is geweest in zijn dromen kan hij moe wakker worden.
1.3 Stadia van slaap
Het slaap-waakritme wordt gestuurd vanuit de hersenen. Slaap bestaat uit stadia van negentig
minuten. Normaal doorloop je vijf slaapstadia. Totale slaapcyclus duurt 90 minuten.
Slaapstadium Kenmerken
Stadium 0: Ontspanning Iemand begint zich te ontspannen; de vitale functies vertragen en de lichaamstemperatuur
wordt lager.
Stadium 1: Vertraging van De belangrijkste lichaamsfuncties zoals de hartactie, de ademhaling en de bloeddruk
lichaamsfuncties vertragen en de spieren ontspannen zich.
Stadium 2: Totale Je bent totaal ontspannen. Je kunt nog wel vrij gemakkelijk wakker worden. Dit stadium
ontspanning bereik je ongeveer vijftien minuten nadat je in slaap gevallen bent.
Stadium 3: Moeilijk te Je bent in dit stadium moeilijk te wekken. De bloeddruk en de lichaamstemperatuur zijn
wekken gedaald.
Stadium 4: Lichamelijk Je bent volkomen ontspannen: er is geen beweging waar te nemen, je bent moeilijk te
herstel wekken. Er komt een hormoon vrij dat de groei beïnvloedt en weefselgenezing bevordert.
Slaapwandelen en bedplassen komen hier vrij.
Stadium 5: Remslaap Je droomt, de activiteit van lichaamsfuncties wisselt en de ogen bewegen snel heen en
weer. Spieren in nek en gezicht ontspannen verder. Adrenaline wordt stootsgewijs in de
bloedbaan afgegeven.
,1.4 Factoren die de slaap beïnvloeden
Er zijn een aantal factoren die een rol spelen bij de slaap:
Leeftijd van een persoon en Lawaai en ongemakken tijdens het
slaappatroon slapen
Gebruik van medicijnen
Hoofdstuk 2 Methodisch werken om het slaap-waakritme te bevorderen
Je schat de zorgbehoefte in, stemt je maatregelen af op de doelgroep, observeert de
gezondheidstoestand en je coördineert en evalueert alle zorg rondom de slaap van de zorgvrager.
2.1 Zorgbehoefte inschatten
Je verzamelt gegevens om in te schatten hoeveel zorg de zorgvrager nodig heeft door antwoord te
geven op de volgende vragen:
Wat zijn de wensen en gewoonten van Heeft hij problemen met inslapen?
de zorgvrager? Maakt hij gebruik van hulpmiddelen?
Is de zorgvrager gewoonlijk goed Heeft hij last van dromen?
uitgerust?
2.2 Zorgvrager observeren
Bij het verzamelen van gegevens over de zorgvrager hoort dat je de zorgbehoefte en de
gezondheidstoestand van de zorgvrager observeert.
2.3 Coördinatie en evaluatie van het slaap-waakritme
Bij het bevorderen van het slaap-waakritme kunnen verschillende mensen betrokken zijn, namelijk;
Naasten, mantelzorgers, artsen, psychologen, fysiotherapeuten.
2.4 Aandachtspunten bij verschillende doelgroepen
Je neemt bij iedere doelgroep verschillende maatregelen om het slaap-waakritme te bevorderen.
ZORG RONDOM SLAPEN PER DOELGROEP
Doelgroep Maatregel Reden
Baby en peuter Gebruik alleen een dekbedje, wieg Om verstikking, oververhitting en wiegendood te
of bedje dat aan de veiligheidseisen voorkomen.
voldoet.
Kleuter Geef een laag bed. Om de veiligheid te vergroten.
Kraamvrouw Plaats klossen onder het bed in de Om als zorgverlener ergonomisch te kunnen wer
kraamtijd.
Zorgvrager met bedrust Vraag een hoog-laagbed aan bij het Om als zorgverlener ergonomisch te kunnen wer
thuis kruiswerk.
Lucht het bed dagelijks Om een prettige leefsfeer te creëren.
Psychiatrische zorgvrager Maak afspraken over hoe vaak je Om de hygiëne te handhaven.
en zorgvrager met een het bed verschoont.
verstandelijke beperking
Oudere, dementerende, Gebruik veiligheidshekken. De veiligheid vergroten.
ernstig zieke, Zet het bed na de De oudere en de zieke mens vallen gemakkelijke
psychiatrische zorgvrager verzorging op de laagste stand. Door koorts, dementie of een psychiatrische stoo
en zorgvrager met een Gebruik hulpmiddelen om de zorgvrager zich verward voelen, niet weten w
verstandelijke beperking letsel bij stoten te voorkomen. en zich bezeren aan het bed.
Oudere, revaliderende en Help de zorgvrager steeds weer in Om je niet tot last te zijn durft de zorgvrager dit
lichamelijk gehandicapte een comfortabele lichaamshouding. duidelijk te vragen.
, 3.1 Soorten slaapproblemen
Verschillende slaapproblemen kunnen het slaappatroon van de zorgvrager verstoren.
Slapeloosheid Bedplassen
Overmatig slapen Ongezond activiteiten-en-rustpatroon
Slaapwandelen Verstoring dag-en-nachtritme
Nachtmerries
3.2 Klachten die de slaap verstoren
Lichamelijke of psychische klachten kunnen iemand uit zijn slaap houden.
Pijn Gedwongen houding
Honger en dorst Psychische klachten
3.3 Gevolgen van slaaptekort
Te weinig slaap geeft onder andere de volgende verschijnselen:
Afwijkend gedrag; nervositeit, angstig voelen.
Concentratieverlies en minder opmerkzaam
Gestoorde gedachtegang en niet normaal reageren op prikkels.
Niet meer goed lichamelijk functioneren.
Hoofdstuk 4 Het bevorderen van slaap
Wat kun je als verpleegkundige doen om de slaap en rust van de zorgvrager te bevorderen?
Bevorder een gezond dag-en- Vermijd het gebruik van cafeïne
nachtritme. houdende middelen.
Dien slaapmiddelen toe. Zorg voor prettige houding in bed voor
Voorlichting over een gezond dag-en- zorgvrager.
nachtritme. Hanteer regels voor slaaptijden.
4.1 Maatregelen om slaap te bevorderen
Uitgangspunten bij het ondersteunen van de zorgvrager bij slaap en rust
Rekening houden met wensen en gewoonten van zorgvrager.
Factoren die rust en slaap verhinderen uitschakelen.
Zorg voor een goed evenwicht tussen rust en activiteit.
Zorg voor goede houding waarin zorgvrager zich kan ontspannen.
Zorgvrager met totale bedrust
Als een zorgvrager totale bedrust heeft, geef je hem voor slapen gaan een po, mondverzorging, en
eventuele kleine wasbeurt. Bed maak je kreukelvrij, kussens schud je op en draai je om.
Tips voor zelfzorg
Zorgvrager tips geven om zelfzorg te bevorderen. Eventueel kruik of warmtezak geven.
4.2 Dag-en-nachtritme bewaken
Het dag-en-nachtritme heeft invloed op de nachtrust van een zorgvrager. Er zijn verschillende
maatregelen om een gezond dag-en-nachtritme te bevorderen.
Geen zware activiteiten plannen.
Zorgvrager stimuleren een normaal dagritme aanhouden.
Zorg ervoor dat zorgvrager zijn dag-en-nachtritme niet omkeert.
Regelmaat bewaken.