Empirisme en rationalisme
16e en 17e eeuw: Wetenschappelijke Revolutie
Op een systematische manier kennis verwerven d.m.v. empirisme en rationalisme.
- Empirisme: Nieuwe kennis door waarneming en ervaring.
- Rationalisme: Nieuwe kennis door gebruik van de rede.
Belangrijkste gevolgen:
- Ontdekking van natuurwetten.
- Ontstaan van de vooruitgangsgedachte.
17e en 18e eeuw: Verlichting
Stroming van geleerden die meende dat alles met behulp van het verstand (de rede)
kon worden verklaard. Dat zou bijdragen aan de vooruitgang van de samenleving.
Verlichting zorgde voor grote veranderingen in het denken over de samenleving:
Samenleving gebaseerd op erfelijke rechten en plichten of religieuze ideeën (traditie
en bijgeloof). -> Samenleving gebaseerd op de rede.
Gematigde en radicale Verlichting
Verlichte denkers dachten na over:
- Politiek:
o Soevereiniteit -> wie heeft het voor het zeggen in een land?
o Relatie tussen vorst en onderdaan
o Relatie tussen staat en burger
o Vrijheid en gelijkheid
- Religie:
o De invloed van God op het dagelijks leven
o Scheiding van kerk en staat
o Religieuze tolerantie
Twee stromingen onder de verlichte denkers:
- Gematigd: In de samenleving moet een balans gezocht worden tussen de
oude en de nieuwe (verlichte) ideeën.
- Radicaal: Er moeten grote veranderingen komen. Democratie, gelijkheid en
vrijheid van meningsuiting moeten de basis van de samenleving vormen.
Immanuel Kant over Verlichting:
- ‘Sapere Aude!’ -> Durf je verstand te gebruiken!
- De meeste mensen zijn niet gewend om hun verstand te gebruiken (ze volgen
simpelweg de kerk of andere taken die hun worden opgelegd). Dit komt door
luiheid en lafheid.
- Het volk kan slechts langzaam verlicht worden. (Gematigde verlichte denker)
- Teveel nadruk op rationalisme door radicalen is niet goed.
, - Kennis zonder rede kan niet bestaan. -> Je hebt empirisme nodig voor
rationalisme en andersom.
Invloed van God
Invloed van God op het dagelijks leven?
Traditionele idee:
- God heeft de wereld geschapen.
- Hij staat buiten de wereld en heeft alle invloed op het dagelijks leven.
Baruch de Spinoza had een radicaal idee:
- God ís de schepping. Alles wat bestaat is een verschijning van God.
- God is dus geen buitenstaander die ingrijpt in het dagelijks leven.
- Alles verloopt in de schepping volgens natuurwetten. Wonderen bestaan dus
niet.
Zelfs in de ‘tolerante’ Republiek was er veel kritiek op de ideeën van Spinoza, met
name van strenge calvinisten.
Het sociaal contract
Waar ligt de soevereiniteit?
- Traditionele idee: de soevereiniteit ligt bij de vorst. -> Droit divin: Goddelijk
recht om als (absoluut) vorst te regeren. Een opstand tegen de vorst is dus
een opstand tegen god.
- Verlichte denkers publiceerden nieuwe ideeën over soevereiniteit, de relatie
tussen vorst en onderdaan en tussen staat en burger.
Sociaal contract: een contract tussen vorst en burgers of tussen burgers onderling.
- Doel: Voorkomen van oorlogen tussen vorst en burgers of tussen burgers
onderling
o Burgers dragen bepaalde taken over aan de overheid (rechtspraak en
bescherming/het leger)
o Overheid beschermt de rechten van de burgers via wetgeving
John Locke over het sociaal contract:
- Volk heeft in alle vrijheid besloten een samenleving te vormen.
- Er is geen contact waarin staat dat de vorst over het volk mag heersen. De
soevereiniteit ligt bij het volk.
- Burgers waren elkaars gelijken en behielden hun vrijheid: sociaal contract
- Vorst moet het volk beschermen en zorgen voor bescherming van hun
natuurlijke rechten: vrijheid, leven en bezit.
- Een slechte vorst mag afgezet worden door het volk.
Volk= adel + rijke burgers - Jean-Jacques Rousseau: Volk= alle burgers
Rousseau over het sociaal contract:
- Alle mensen zijn elkaars gelijken.
- De soevereiniteit ligt bij het volk.
- Door een sociaal contract geven burgers hun individuele vrijheid op om de
algemene wil uit te laten voeren door een aangestelde regering.
, - Een slechte vorst mag afgezet worden door het volk.
Verspreiding van de Verlichting
Verlichte ideeën werden verspreid via:
- Boeken, tijdschriften en bibliotheken
- Salons en koffiehuizen
- Toneelstukken en opera’s
Publicatie van (radicale) verlichtingsideeën werd angstvallig door kerk en overheid in
de gaten gehouden en soms gecensureerd. -> Censuur kon omzeild worden door:
- Indirect uiten van kritiek op een situatie.
- Gebruiken van dubbelzinnige formuleringen.
- Illegaal of in het buitenland uitgeven van boeken.
Absolute vorsten
Vanaf 15e eeuw: Uitbreiding en ctralisatie van de macht van de vorsten. ->
Absolutisme: een staatsvorm waarbij de koning alle macht heeft en alleen aan god
verantwoording hoeft af te leggen. Legitimatie via het droit divin.
- Politiek
o Minder afhankelijkheid van de adel:
Ambtenaren hielden toezicht en voerden het bestuur uit.
Het leger werd omgevormd tot een staand beroepsleger. Soldaat
zijn werd een beroep en geen verplichting.
- Economie
o Mercantilisme: maatregelen om de eigen economie te beschermen.
Export moest toenemen: door bv. subsidies aan boeren of
ambachtslieden te geven zodat zij een betere concurrentiepositie
hadden.
Import moest afnemen: door de import te belemmeren door bv.
hoge invoerheffingen.
- Cultuur
o Godsdienst: Er wordt slechts één godsdienst toegestaan in het land:
staatsgodsdienst
o Kunst en wetenschap: Oprichting van koninklijke academies
Voltaire en het verlicht absolutisme
18e eeuw: Verlichting + Absolutisme= Verlicht absolutisme: Regeringsvorm waarbij
de vorst probeert om met verlichte ideeën zijn bestuur te verbeteren, maar wel alle
macht blijft houden. -> Frederik de Grote: “Alles voor het volk, niets door het volk.”
- Maatregelen Frederik de Grote:
o Godsdienstige verdraagzaamheid
o Introductie aardappel als volksvoedsel (zo voorkwam hij hongersnood)
o Droogleggen moerassen voor nieuwe landbouwgrond
- Andere voorbeelden van verlichte absolute vorsten:
o Catharina de Grote (Rusland)