De VIO beschrijft de innervatie (de invloed van zenuwen op het lichaam) van de geslachtsorganen.
De zenuwvoorziening van de
bekkenbodemspieren en het
perineum vindt voor een belangrijk
deel plaats via de n. pudendus
(komt voort uit de nn.sacrales). De
n. pudendus verlaat het grote
bekken door het foramen
ischiadicum majus, buigt om het
ligamentum sacrospinosum en gaat
dan via het foramen ischiadicum
minus naar de onderzijde van de
bekkenbodem. Vanuit het lateraal
(zijkant) gesitueerde foramen
ischiadicum minus verloopt de
zenuw samen met de begeleidende
bloedvaten (a. en v. pudenda) naar
mediaal (midden), en waaiert
daarbij geleidelijk uit in zijn diverse
vertakkingen. Dit verloop
beschermt de zenuw en de
bloedvaten tegen afscheuren
tijdens de baring, als de
bekkenbodem sterk naar lateraal
(zijkant) moet wijken om passage
van het kind mogelijk te maken.
De n. pudendus splitst zich in:
( = splitsten zich in)
(n. = nervi)
- nn. Rectales inferiores
- nn. Perinei nn. Labiales posteriores en n. dorsalis clintoris
De nn. Rectales inferiores, lopen naar de m.sphincter ani externus en naar de huid rondom de anus.
De nn. Perinei verzorgen de bekkenbodemspieren en de labia majora.
De n. dorsalis clitoridis verzorgt het gebied rond de clitoris.
De n. ilionguinalis verzorgen via de ‘nn. Labiales anteriores’de zenuwvoorzieningen van de labia
majora.
,Innervatie geslachtsorganen:
- Uitwendige geslachtsorganen: vindt plaats door vertakkingen uit de n. pudendi.
- Vagina: bestaat uit parasympatische vezels waarvan de cellichamen in het sacrale gedeelte
van het ruggenmerg liggen, sympathische vezels uit de laag-thoracale en hoog lumbale
ganglia, en somatisch-sensorische vezels uit de n. pudendi.
- Uterus: de zenuwen die de uterus en de eileiders innerveren, bestaan uit parasympatische
vezels uit de sacrale plexus en sympathische vezels uit het lumbale zenuwgebied.
- Eierstokken: de ovaria worden parasympatisch bezenuwd vanuit het sacrale zenuwgebied
(S2-S4) en sympathisch vanuit het lumbale gebied.
Plexus sacralis: komen een aantal zenuwen uit het ruggenmerg bij elkaar. Is ingedeeld in de
voorste en achterste plexus. De nervus pudendus valt onder de voorste plexus. Is ook
verbonden met de plexus lumbalis.
De nervus pudendus (schaamzenuw) is een zenuw in het bekken en verzorgd de innervatie
van de geslachtsorganen van beide geslachten, de externe blaassfincter en het rectum. De
zenuw bevat sensorische, motorische, somatische en orthosympatische vezels.
Heinenman
, De VIO legt uit hoe de pijngeleiding werkt (sensoriek en sensibiliteit).
Sensoriek: Omvat de verwerking van alle soorten prikkels waarvoor wij gevoelig zijn (geluid,
licht, druk enzovoort). Dit gebeurt zowel op bewust als op onbewust niveau.
Sensibiliteit: Wordt alleen de tastzin verstaan: het bewust waarnemen van aanraking, kou,
warmte, pijn. Ook de houdings- en bewegingszin, het waarnemen van de positie van spieren
en gewrichten, behoort ertoe.
Nociceptieve pijn
Normale pijn zoals we die kennen door (dreigende) weefselschade.
Cellen rondom gebied van weefselschade laten prostaglandine vrij (hormoon die pijnreceptoren
kunnen prikkelen).
Weefselschade prostaglandine nocireceproren actiepotentiaal ruggenmerg (dorsale
hoorn= aan de achterkant ) thalamus sensorische schors
Nociceptieve pijn:
Viscerale pijn
De ingewanden zelf zijn ongevoelig voor snijden, verbranden, kneuzen etc. (hun bekleding – pericard,
pleura, peritoneum – is dat echter wel degelijk!). Een doffe, moeilijk te lokaliseren pijn is wel
voelbaar wanneer
- Ingewandszenuwen worden uitgerekt
- Een groot aantal vezels worden gestimuleerd
- Ischemie en plaatselijke ophoping van metabolieten optreedt
- De gevoeligheid van zenuwuiteinden voor pijnlijke prikkels is toegenomen bv. ontsteking
Als de oorzaak van de pijn, bv. een ontsteking, de pariëtale laag van een van de sereuze vliezen
(pleura, peritoneum) betreft, is de pijn acuut en makkelijk te lokaliseren boven de plaats van de
ontsteking. Dit komt doordat de perifere (somatische) ruggenmergzenuwen die de oppervlakkige
weefsels prikkelen, ook de pariëtale laag van sereuze vliezen innerveren. Ze transporteren de prikkels
naar de hersenschors, waar somatische pijn wordt waargenomen en nauwkeurig wordt
gelokaliseerd.
Gerefereerde pijn
De pijn wordt niet gevoeld op de plek van de
weefselschade. Sensorische vezels treden op
dezelfde hoogte het ruggenmerg binnen en
schakelen op dezelfde zenuwcel over en de
hersenen interpreteren dit verkeerd.
Neurotische pijn: zenuwschadepijn. Deze pijn komt bijv. voor bij verkeerd gelegen (slapende voet),
stoten van telefoonbotje, vitamine B12 tekort.