BS9 + 10
Tess Kuyvenhoven
,1
,Tentamen BS9 + 10
Medisch biologie bs9
1. Kan het biologisch risicogedrag bij borderline verklaren BS9 MB week 1
Kennisclip: borderline
persoonlijkheidsstoornis en ‘biologisch’
risicogedrag
BORDERLINE PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS = merkbaar binnen het sociaal functioneren; er zijn instabiele
relaties met andere mensen.
Afkeer en boosheid
Vertrouwen om met andere mensen om te gaan is niet goed ontwikkeld.
Onveilige situaties zijn voorgedaan in het verleden.
Voelt zich snel tot iemand aangetrokken maar zodra er nabijheid is, is er angst dat iemand ze
pijn doen. Dan stoten ze mensen snel weer af.
Eenzaamheid, somberheid, afwijzing.
Impulsief gedrag
Wisselend en wankel zelfbeeld
Plotselinge stemmingswisselingen en suïcidaal gedrag.
BEHANDELVORMEN
Cognitieve gedragstherapie
Vaardigheden oefenen
Emotie regulatie therapie
Dialectische gedragstherapie
CO-MORBIDITEIT
Post traumatische stress stoornis
Depressie
Eetstoornis
Aandacht deficiëntie
Hyperactiviteit stoornis
Verslavingsstoornis
2
, BIOLOGISCHE FACTOREN
1. Neurologische problemen
- Hyperactiviteit van AMYGDALA zorgt voor overmatige emotionele reacties.
- Verminderde activiteit van PREFRONTALE CORTEX maakt het moeilijk impulsen te beheersen
- Verminderde functie HIPPOCAMPUS leidt tot moeite met stress en emoties.
2. Neurotransmitterafwijkingen
- LAGE SEROTONINE NIVEAU kan impulsiviteit en agressief gedrag veroorzaken
- AFWIJKINGEN IN HET DOPAMINESYSTEEM zorgt voor verhoogde kans op risicogedrag.
3. Hormonale stressreacties
- OVERACTIEVE HYPOTHALAMUS, HYPOFYSE, BIJNIER zorgt voor verlaagde cortisol wat zorgt voor
versterkte stress en emotionele instabiliteit.
- TESTOSTERON VERSTERKT wat impulsief en agressief gedrag kan verhogen.
COMPLICATIES ; impulsief gedrag, familieproblemen, burenruzies, dronkenschap, woede uitbarstingen,
verkeerde opvoeding van kinderen.
Hulpverleners moeten grenzen stellen alleen daardoor kan de woede enorm zijn. Soms gericht op het
eigen lichaam (automutilatie) maar ook op de persoon of de omgeving.
De hulpverlener moet zorgen voor een EIGEN PERSOONLIJKE HYGIËNE. Probeer de relatie met patiënt zo
goed mogelijk te houden en wijs de patiënt niet af.
3