Hoofdstuk 18 Hogere cerebrale functies................................................................................................ 2
Hoofdstuk 26 Dementie.......................................................................................................................... 7
Artikel Behavioral and Psychological Symptoms in Dementia.............................................................. 13
Neurologisch onderzoek: het cognitief onderzoek............................................................................... 17
Oefenvragen..........................................................................................................................................19
Antwoorden.......................................................................................................................................... 26
Succes!
,Hoofdstuk 18 Hogere cerebrale functies
Hogere cerebrale functies omvatten cognitieve functies (waarnemen, geheugen, redeneren),
conatieve functies (motivatie, initiatief, wil) en affectieve functies (stemmingen, emoties).
Hogere cerebrale functies zijn sterk verbonden met hersenwerking.
Samenhang met …
Cognitieve functies Temporale, pariëtale, occipitale cortex.
Conatieve functies Frontale cortex.
Emoties en stemming Limbisch systeem.
Regulatie van functies Basale kernen en thalamus.
Functionele neuroanatomie
Functies bestaan uit deelfuncties: bijv. ‘zien’ omvat vorm, kleur, beweging.
● Laesies kunnen specifieke deelfuncties verstoren (bv. kleurenzien zonder vormherkenning).
● Distributie van deelfuncties: verspreid over grote hersengebieden, bv. alexie zonder agrafie
(niet kunnen lezen, wel schrijven), afsluiting van de a. cerebri posterior zorgt voor een laesie
in linker occipitale cortex en corpus callosum.
● Rechter pariëtale cortex heeft meerdere functies: ruimtelijke lokalisatie, sensorische
integratie, motorische coördinatie. Uitval van de rechter pariëtale cortex kan zorgen voor
problemen met klokkijken, tafel dekken, aankleden.
● Instrumentele functies: cognitieve functies zoals visuele perceptie, geheugen, taal. Goede
uitvoering vereist: beginnen en stoppen, aandacht kunnen richten en vasthouden
(concentratie), aanpassingen als veranderingen in de situatie of doelen dat vereisen
(uitvoerende/executieve functies).
● Bij kleine laesies kunnen instrumentele functies geïsoleerd verstoord zijn, bv. bij een
Broca-afasie (infarct in linker frontale cortex). Stoornissen in de uitvoerende functies hebben
effect op alle cognitieve domeinen en kunnen leiden tot: Apathie, initiatiefloosheid,
verminderde mentale flexibiliteit, moeite met het afronden van taken of juist doelloos
doorgaan
● Dergelijke stoornissen ontstaan bij schade aan de prefrontale cortex of de basale kernen.
● Hemisfeer met taal = dominate hemisfeer (>90% linkerhemisfeer).
● Rechterhemisfeer: ruimtelijke oriëntatie, melodie en intonatie van spraak.
,Laesies effect: links → afasie (taalstoornis); rechts → monotone spraak (aprosodie).
Bron: Leerboek Neurologie, geraadpleegd op 31-01-2025
Aandacht, concentratie, oriëntatie en verwaarlozing
● Aandacht: richten en vasthouden van focus. Hiervoor Voor de gecoördineerde activiteit van
de hele cerebrale cortex, het bewustzijn, deel van de pariëtale cortex (de lobulus parietalis
inferior, vooral rechts) en het voorste deel van de gyrus cinguli beiderzijds.
● Stoornissen in aandacht: snel afgeleid, moeite met taal volhouden, perseveratie →
desoriëntatie in tijd en plaats.
● Komen vooral voor bij (sub)acute diffuse aandoeningen, ook bij alerte patiënten, en minder
vaak door focale laesies.
● Verwaarlozing (neglect): geen aandacht voor (meestal) linkerzijde van omgeving/lichaam.
Gaat vaak samen met een hemianopsie. Vaak bij grote laesies in de rechterhemisfeer, met
betrokkenheid van het insulagebied. Gaat altijd gepaard met andere neurologische
uitvalsverschijnselen.
○ Anosognosie: het ontkennen van een verlamming aan één zijde van het lichaam.
, Hersenfuncties
Aandacht & concentratie Hersenstam, thalamus, pariëtale cortex
Geheugen Hippocampus, thalamus, prefrontale cortex
Taal Linkerhemisfeer (Broca, Wernicke)
Ruimtelijke oriëntatie Rechter pariëtale cortex
Handelen & apraxieën Prefrontale en pariëtale cortex
Waarneming Occipitale, pariëtale en temporale cortex
Geheugen omvat meerdere onderdelen:
● Geheugen: opnemen, opslaan, oproepen, info. Onder te verdelen in:
○ Impliciet (procedureel): automatisch, onbewust (bv. fietsen, zwemmen).
○ Expliciet (declaratief): bewust, onderverdeeld in:
● Werkgeheugen: korte termijn, beperkte info (bv. telefoonnummer
onthouden).
● Episodisch geheugen: persoonlijke gebeurtenissen (anterograad = nieuwe
herinneringen, retrograad = oude herinneringen).
● Semantisch geheugen: algemene kennis (bv. betekenis van woorden).
● De hippocampus speelt een cruciale rol in het opslaan van nieuwe herinneringen en het
consolideren ervan in de cortex. Bij schade aan de hippocampus (zoals bij Alzheimer of
Korsakov) ontstaan geheugenstoornissen. Ophalen info: eerst afhankelijk van hippocampus,
later prefrontale cortex, thalamus & striatum nemen over.
○ Inprentingsstoornis: Moeite met opslaan van nieuwe informatie.
○ Ophaalstoornis: Moeite met terughalen van eerder opgeslagen informatie.
Taal
Stoornis Betekenis
Afasie taalstoornis/spraakstoornis
Alexie niet kunnen lezen
Agrafie niet kunnen schrijven
Mutisme zwijgen van een
alerte/wakkere patiënt
De hoofdcentra in de cerebrale cortex betrokken bij taal zijn die van Broca en Wernicke. Deze twee
gebieden zijn verbonden met de fasciculus arcuatus en bevinden zich bij >90% van de mensen in de
linkerhemisfeer.