- Neuropsychologische behandeling (Ponds)
- Handboek neuropsychotherapie (Smits)
- Wetenschappelijke artikelen
Hoofdstuk 1 Algemene inleiding
,Het onderwerp neuropsychologische behandeling geniet inmiddels grote belangstelling
binnen het vakgebied. De laatste twee decennia zijn er veel boeken verschenen en worden
er speciale congressen georganiseerd. Ook onderzoek fondsen bekostigen steeds vaker
neuropsychologisch behandelonderzoek. Wel zijn er ook wat gebreken aan de huidige
onderzoeken:
Er is voldoende aanwijzing dat er effectiviteit is van specifieke interventies, maar de
reikwijdte van dit effect is vaak beperkt. In de meeste gevallen wordt er een duidelijk
effect gevonden, maar is het onduidelijk of de patient vervolgens ook in het echte
leven hier profijt van heeft.
De follow-up metingen zijn vaak van korte duur, als ze überhaupt al worden
uitgevoerd.
De diversiteit binnen behandelingen is groot en er is een groot verschil in de wijze
van evalueren van de behandelingen waardoor studies niet met elkaar kunnen
worden vergeleken.
Er is een groot gebrek aan replicatiestudies.
Hersenletsel veroorzaakt niet enkel cognitieve tekorten. Het zou ook kunnen leiden tot
gedrags- en emotionele veranderingen. Tevens kunnen er (neuro)psychiatrische stoornissen
ontstaan zoals een depressie, wat zou kunnen leiden tot een persoonlijkheidsverandering.
Vandaar dat tegenwoordig het biopsychosociale model wordt gebruikt!
Het is nu nog niet mogelijk alle behandelingen om te zetten in evidence-based clinical
practice, en dus zal best clinical practice moeten worden volstaan.
Hoofdstuk 2 Neuropsychologische behandelmodellen: tussen theorie en praktijk
Er bestaat (nog) geen eenduidig model voor neuropsychologische behandeling. Beel
modellen die neuropsychologen gebruiken zijn afkomstig uit aangrenzende werkvelden.
Echter is het nut ervan nog niet bewezen, aangezien patienten beperkingen kunnen ervaren
op veel verschillende vlakken waardoor een enkel behandelmodel meestal niet voldoende is.
1.1 Van stoornis naar functioneren
Vaak willen mensen weten wat het toekomstig functioneren zal zijn van een patient. Kan de
patient zelfstandig wonen, fietsen, werken, etc. Neuropsychologen zijn dus niet enkel
gefocust op diagnostiek van cognitieve stoornissen, maar focussen ook op emotionele,
gedragsmatige en sociaal-maatschappelijke aspecten van het functioneren.
De International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) help tons
bij het systematisch ordenen van ‘aspecten van het menselijk functioneren die gerelateerd
kunnen zijn aan een gezondheidsprobleem’. Binnen het kader van ICF wordt op drie
verschillende niveaus naar het menselijk functioneren gekeken:
1. Het perspectief van het menselijk organisme, onderverdeeld in ‘functies van het
organisme’ en ‘ anatomische eigenschappen’. Kan leiden tot stoornissen.
2. Het perspectief van het menselijk handelen (activiteiten). Kan leiden tot
beperkingen.
3. Het perspectief van de mens als deelnemer aan het maatschappelijk leven
(participatie). Kan leiden tot participatieproblemen.
Definities binnen de ICF:
Functies: fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk organisme.
Anatomische eigenschappen: positie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van
onderdelen van het menselijk lichaam. Hieronder valt lichaamsdelen, orgaanstelsels,
organen en onderdelen van organen.
Stoornissen: afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen.
Activiteiten: onderdelen van iemands handelen.
, Beperkingen: moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van activiteiten.
Participatie: iemands deelname aan het maatschappelijk leven.
Externe factoren: iemand zijn fysieke en sociale omgeving.
Persoonlijke factoren: iemand zijn individuele achtergrond die geen deel uitmaakt van
gezondheidstoestand.
Het menselijk functioneren worden in de ICF opgevat als de
uitkomst van een wisselwerking tussen iemands
gezondheidsproblemen en de context waarin deze zich
voordoen (zie afbeelding hiernaast).
Kritiek op ICF:
Neurologische stoornissen zijn slechts conceptuele
constructen waarmee klinische observaties worden
verklaard. Het is niet tastbaar maar wordt afgeleid van
symptomen.
Om een behandeling vorm te geven is soms meer info vereist dan in het model past.
Het is soms onduidelijk onder welk vlak een stoornis geplaatst moet worden.
Veel van de gebruikte termen zijn niet eenduidig en kunnen meerdere dingen
betekenen.
Er is in de ICF geen ruimte om zaken weer te geven als iemands kwaliteit van leven
en de tijd sinds het letsel.
Er bestaan geen eenduidige verbanden tussen stoornissen, beperkingen en
participatieproblemen. Een stoornis die voor de ene persoon leidt tot forse beperkingen,
hoeft voor een ander nauwelijks gevolge te hebben. In feite hebben externe en persoonlijke
factoren dus niet alleen invloed op stoornissen, beperkingen en participatieproblemen, maar
vooral ook op de relatie tussen elk van deze elementen. Tot slot is het belangrijk dat de
patient niet wordt vergeleken met een gemiddeld persoon, maar met de patient op
premorbide niveau.
Concluderend lijkt voor het beschrijven van het functioneren van een patient en het
definiëren van aandachtspunten voor behandeling de ICF met name behulpzaam voor het
ordenen van informatie. Het is goed om stil te staan bij de relaties tussen de drie facettenen
bij factoren die hierop van invloed zijn. Op die manier kan een geïntegreerde visie ontwikkeld
worden op de problematiek van de patient.
1.2 neuropsychologische interventies
Cognitieve vs. neuropsychologische revalidatie
Cognitieve revalidatie richt zich hier voornamelijk op het verbeteren
van de kwaliteit of kwantiteit van specifieke cognitieve aspecten
van de patient. De neuropsychologische revalidatie is meer een
overkoepelende term voor de cognitieve aspecten, maar ook de
emotionele, sociale en gedragsmatige problemen. Cognitieve
revalidatie is dus onderdeel van neuropsychologische revalidatie.
Begrippenkaart klinische neuropsychologie
Vakgebied klinische neuropsychologie
Zijn alle werkzaamheden van de neuropsycholoog op het gebied van
de zorg voor patienten met hersenletsel. Hieronder valt ook
diagnostiek en wetenschappelijk onderzoek.
Neuropsychologische revalidatie
Dit is dus de behandeling van mensen met hersenletsel op het
gebied van cognities, emotionele, sociale en gedragsmatige problemen, met als doel het zo
, goed mogelijk leren omgaan met deze problemen. De belangrijkste doelen van revalidatie
bevinden zich in termen van de ICD meestal op het niveau van activiteiten en participatie en
in mindere mate op stoornisniveau. Bij de behandeling hoort ook het beinvloeden van
factoren binnen de patient en zijn systemen die de behandeling belemmeren.
Binnen een holistisch revalidatieprogramma is er vaak sprake van klinische
groepsbehandelingen, eventueel aangevuld met individuele behandelingen. Daarnaast wordt
benadrukt dat er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen cognitieve en affectief-
emotionele gevolgen van hersenletsel, en wordt gepoogd cognitieve, emotionele en
gedragsmatige gevolgen op geïntegreerde wijze te benaderen. Hierdoor is er geen
scheidingslijn tussen therapie en functioneren buiten de therapie. Deze behandelvorm is niet
goedkoop aangezien er fulltime intensieve verzorging plaatsvindt.
Gainotti heeft een driedeling gehanteerd om emotionele en psychosociale gevolgen van
hersenletsel te beschrijven. Deze driedleing is gebaseerd op de volgende oorzaken:
neurologisch, psychologisch, en psychosociaal. Neuropsychologische interventies kunnen op
elk van deze gebieden plaatsvinden.
Neurologische factoren: kunnen dus leiden tot emotionele en psychosociale
problemen. Dit kunnen apathie, ontremd gedrag zijn en bijvoorbeeld een gebrek aan
ziekte-inzicht. Dit zijn geen emotionele problemen ten gevolge van bijvoorbeeld
verwerkingsproblematiek. Medicatie en gedragsmodificatietechnieken kunnen
mogelijk worden toegepast. Daarnaast kan het structureren va het dagritme en de
omgeving, en het reduceren van mentale overbelasting dit soort problemen soms
verminderen. Aangezien de stoornis vaak van blijvende aard is, is het tevens
belangrijk om psycho-educatie te bieden.
Psychologische en psychodynamische oorzaken: kkan ook de oorzaak zijn van
emotionele en psychosociale veranderingen. Dit is de manier waarop iemand zichzelf
verhoudt tot zijn stoornis (verwerking/aanpassing). Groepsgewijze voorlichting is
zinvol. CGT kan helpen aangezien de verwachtingen moeten veranderen. Daarnaast
moeten ze nieuwe vaardigheden leren zoals het herkennen van lichaamssignalen van
spanning en vermoeidheid. Medicatie kan een rol spelen wanneer er psychiatrische
problemen bij kome kijken.
Psychosociale omstandigheden: kan zijn het wegvallen van sociale netwerken
waardoor iemand in een sociaal isolement komt. Begeleiding bij terugkeer naar werk
of dagbesteding is hier onderdeel van. Ook kan pt geholpen worden in het
overbrengen van de stoornis naar andere mensen.
Pre-morbide persoonlijkheids- of psychiatrische problematiek (niet genoemd door
Gainotti): dit kan natuurlijk ook invloed hebben op de problemen die zichtbaar zijn na
het hersenletsel. Hiervoor is vaak heteroanamnese nodig.
Cognitieve revalidatie
Is specifiek gericht op cognitief functioneren gerichte interventies binnen de
neuropsychologische revalidatie. We kunnen hier omgevingsstructurering toepassen en
psycho-educatie. Omgevingsstructurering is het veranderen van de omgeving zodat de pt
zichzelf makkelijker kan oriënteren en aspecten beter kan onthouden (alarmsignalen om
medicatie in te nemen). Bij psycho-educatie kan gedacht worden aan voorlichting over
cognitieve functies in het algemeen.
Cognitieve training
Hieronder verstaan we het deel van de cognitieve revalidatie dat zich richt op het aan
patienten aanleren van vaardigheden waardoor (de gevolgen van) cognitieve stoornissen
kunnen worden verminderd. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen functie, vaardigheid en
strategietraining:
Functietraining: herstel vindt plaats door herhaalde oefeningen en stimulering zoals
bij spieren. Daarom noemen we dit ook wel mental muscle approach. Kritiek op deze