Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Hoorcolleges Mastervak Burgerlijk Procesrecht

Beoordeling
5,0
(1)
Verkocht
1
Pagina's
70
Geüpload op
28-05-2020
Geschreven in
2019/2020

Dit document betreft een uitgebreide samenvatting van alle hoorcolleges (tien) voor het mastervak Burgerlijk Procesrecht. De stof van elk hoorcollege is zo kernachtig en concreet samengevat voor de beste voorbereiding op het tentamen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

© Olaf Tijhuis



Samenvatting Hoorcolleges Burgerlijk Procesrecht
Hoorcollege I: Bewijsrecht

Introductie bewijsrecht:
‘Core business’:
Bewust gekozen bij dit vak om ons te verdiepen in het bewijsrecht, omdat het bewijsrecht voor de
praktijk simpelweg een belangrijk onderwerp is, dit blijkt onder meer uit de gepubliceerde
rechtspraak op het gebied van het bewijsrecht. Je kunt heel veel materiaalrechtelijke aanspraken
hebben, maar als je niet weet hoe of wat bewezen is, dan houdt het op. Materieelrechtelijk kan je
claim rondkomen, maar hoe zit dat bewijsrechtelijk, in de praktijk komt het hier vaak op aan. In de
praktijk draait het vaak om de vraag: wat staat precies vast? En als iets iet vaststaat, op wiens weg
ligt het dan om dit te gaan bewijzen? Bewijsrecht betreft dus ‘core business’ voor:
- Voor partijen/advocaten
- Rechters: je kunt het bewijsrecht ook bekijken vanuit het perspectief van de rechter, deze
besteedt een groot deel van zijn tijd aan het vaststellen van feiten: wat is er nu precies
gebeurd? De rechter moet zich zoveel mogelijk baseren op de waargebeurde feiten.

Een blik op de wettelijke regeling:
Afdeling 1.2.9 Rv (art. 149-207 Rv); deze afdeling gaat over bewijs. De wettelijk bewijsregels zijn voor
het laatst sterk inhoudelijk gewijzigd in 1988. In 1900 leefde al het besef dat de bewijsrechtregeling
verouderd was. Er was toen geen scherp onderscheid tussen het bewijsrecht in het BW en Rv. Het
heeft een tijd geduurd voordat het in 1988 gewijzigd is, maar het werd duidelijk dat het bewijsrecht
in het Rv thuishoort. Het heeft zo lang geduurd wegens twee onderwerpen: (i) hoe zit het met het de
verdeling van stelplicht en bewijslast en (ii) hoe zit het met partijgetuigen?
Maar het is nog niet klaar, momenteel wordt er ook gedacht over aanpassingen van het huidige
stelsel van civiel bewijsrecht.

Indien men kijkt naar de huidige regeling van bewijsrecht dan kan men het ook op een andere wijze
indelen:
1. Regels over het opdragen van bewijs: dit doet de rechter, hij draagt bewijs op. Zie bv. art.
166 Rv; getuigenbewijs wordt opgedragen door de rechter.
2. Regels over het leveren van bewijs: dit doen partijen, dit zie je bv. in art. 170 Rv; partijen
geven de namen van getuigen op.
3. Regels over het waarderen van het bewijs; dit doet de rechter, bv. art. 152 lid 2 Rv; de
waardering van het bewijs is aan de rechter.

Begrip bewijs:
Indien het zo’n belangrijk onderwerp is voor de praktijk, is het van belang om te bekijken wat bewijs
eigenlijk is.
- De wet geeft geen definitie wat bewijs is, of wanneer is iets bewezen of wat is bewijzen?
- In de literatuur zijn er verschillende definities. Kort gezegd; in procesrechtelijke context aan
de rechter overtuigend aantonen van feiten. Hier wordt nog aan toegevoegd; de benodigde
mate van zekerheid zal verschillen naarmate de rechtsgevolgen ingrijpender zijn.

Bewijsovereenkomst
- Kun je van het wettelijk stelsel van bewijsrecht afwijken door er een overeenkomst over te
sluiten?
- In beginsel kan dit, wettelijke bepalingen van bewijsrecht zijn grotendeels regelend recht. Op
basis van art. 153 Rv kunnen partijen contractueel een invulling geven aan het bewijsrecht.

1

,© Olaf Tijhuis


Het doel van dergelijke afspraken is om risico’s verbonden aan procederen proberen te
beperken. Bijvoorbeeld: indien wij gaan procederen moet partij A dit bewijzen (die draagt
het bewijsrisico). Partijen kunnen bijvoorbeeld afspreken dat bepaalde bewijsmiddelen wel
of niet gebruikt mogen worden.
- Deze bewijsovereenkomsten komen regelmatig in de praktijk voor, je kunt ze bijvoorbeeld
zien bij algemene voorwaarden. Bijvoorbeeld: de administratie van de bank is bepalend voor
het saldo van de rekening.
- Beperkingen: Dergelijke bewijsovereenkomsten slagen niet altijd. Een beperking staat in art.
153 Rv; deze overeenkomsten mogen geen rechtsgevolgen hebben die niet ter vrije bepaling
van partijen staan: dit ziet bv. op personen- en familierecht, faillissementsprocedures. Er zijn
ook andere belemmeringen; bv. in bepaalde gevallen is alleen schriftelijk bewijs geldig,
indien bv. belangen van derden in het geding zijn.
- Bewijsbedingen kunnen ook getroffen worden door de regeling uit het BW, zie de zwarte lijst
in art. 6:236 sub k BW; hoe verhoudt zich dit tot art. 153 Rv, is de zojuist beschreven afspraak
van de bank wel geldig? Het antwoord is: ja, zolang er voor de wederpartij (de
rekeninghouder) een onbeperkte mogelijkheid van tegenbewijs openstaat tegen de
boekenclausule van de bank. Dus; art. 6:236 sub k ziet op een aantal bewijsbedingen, in
beginsel worden deze door dit artikel verboden – vormt dus een uitzondering op art. 153 Rv
– maar de beperking geldt niet als de wederpartij een onbeperkte mogelijkheid van
tegenbewijs heeft.

Verhouding rechter en procespartijen (I)
- Partij-autonomie: dit is het uitgangspunt, partijen zullen moeten stellen en zo nodig
bewijzen. De partijen bepalen in beginsel of ze gaan procederen, wanneer, tegen wie  de
autonomie van partijen. Dit zien we in Rv op diverse plaatsen terugkomen; art. 111 Rv
(dagvaarding wordt op initiatief van de eiser uitgebracht), art. 149 Rv (niet of niet voldoende
betwiste feiten moet de rechter als vaststaand beschouwen.
- Lijdelijkheid burgerlijke rechter: dit zijn twee kanten van dezelfde medaille. Civiele rechter is
in beginsel lijdelijk, maar hij leunt echt niet alleen maar passief achterover, de civiele rechter
heeft in zeker opzicht wel degelijk een actieve rol; de rechter bepaalt of partijen genoeg
gesteld hebben, welke feiten bewezen moeten worden en of er een partij genoeg bewezen
heeft.
- Art. 149 Rv: Een belangrijke regel over de verhouding tussen rechter en partijen. Dit artikel
bevat een belangrijke regel over de autonomie van partijen bij bewijzen: de rechter mag
slechts die feiten/rechten aan zijn beslissing ten grondslag leggen die in het geding te zijner
kennis hebben gebracht. Dit uitgangspunt is belangrijk is omdat het de weerslag is van de
verhouding tussen rechter en procespartijen.
- Art. 25 Rv: dit is ook een belangrijk artikel over deze verhouding; rechter vult ambtshalve de
rechtsgronden aan, niet de feiten (dat doen partijen volgens art. 149 Rv). De rechter kan wel
soms behoefte hebben aan voorlichting over geldend recht, bv. over buitenlands recht.

Verhouding rechter en procespartijen (II)
Hoofdregel is dat de rechter lijdelijk is, maar de civiele rechter heeft wel degelijk bevoegdheden om
actief in te grijpen:
- Informatieplicht (art. 22 Rv); als een rechter nadere informatie wil, kan hij partijen in elke
stand van het geding verlangen om nadere informatie te overleggen, gaat om
stukken/bescheiden etc.
- Inlichtingenplicht (art. 21 Rv)
- Diverse ‘ambtshalve bevoegdheden’, zoals
• Openlegging o.m. boeken en bescheiden; at. 162 Rv.
• Getuigenverhoor; rechter kan ambtshalve een getuigenverhoor gelasten, art. 166 Rv.

2

,© Olaf Tijhuis


• Deskundigenbericht; rechter kan ambtshalve een deskundigenbericht gelasten, 194
Rv.
• Comparatie; ambtshalve een comparatie gelasten, art. 87 Rv.
- De rechter lijkt dus vanuit het uitgangspunt lijdelijk, maar feitelijk is hij een stuk minder
lijdelijk dan je zou denken, gezien al deze bevoegdheden.

Art. 149 Rv: feiten of rechten (I)
- Dit artikel geeft een hoofdregel van bewijsrecht en twee uitzonderingen.
 Hoofdregel; de rechter mag slechts die feiten/rechten aan zijn beslissing ten
grondslag leggen die in het geding te zijner kennis hebben gebracht. Art. 149 Rv kan
dus ook worden gezien als ‘de sluis van het geding’; de feiten moeten via de sluis
van het geding naar de rechter worden gebracht, anders mag de rechter ze niet
gebruiken.
- Een aantal voorbeelden van dat feiten in het geding naar voren moeten worden gebracht;

HR 18 december 1987, NJ 1988/679 (Schook/Vergeer) (zie jurisprudentiesamenvatting voor
uitgebreide samenvatting van deze arresten);
 Feiten: In deze procedure draaide het om de vraag of er sprake was van huur van
bedrijfsruimte of woonruimte. In de procedure bij de rechtbank gaat een van de
rechters er zelf langs fietsen, kijkt er een aantal keer naar en oordeelt vervolgens: het
pand was aangetroffen in volledig afgesloten toestand. Hij gebruikte deze
waarneming in zijn uiteindelijke oordeel.
 HR; de rechtbank heeft hier aan zijn oordeel een gegeven ten grondslag gelegd, dat
niet van algemene bekendheid is. Rechter heeft de waarnemingen, niet-officiële
bezichtiging gebruikt, voor zijn oordeel. Dit kan volgens de HR niet. Indien de rechter
had willen gaan waarnemen had hij dit moeten doen volgens de officiële regels van
plaatswaarneming en bezichtiging (decente, thans art. 201 Rv).
 Ratio arrest: het beginsel van hoor- en wederhoor is geschonden, daar gaat het in de
kern om. De achterliggende gedachte is te begrijpen; er had een goede verklaring
kunnen zijn voor hetgeen de rechtbank heeft waargenomen, maar er werd geen kans
gegeven voor deze verklaring. De handelswijze van de rechtbank was in strijd met
art. 149 Rv, sluit van het geding.

HR 27 maart 1987, NJ 1988/130 (De Samenwerking/Geerlings)
 Feiten: pensioenfonds verhuurt bedrijfsruimte aan Geerlings. De rechter moest de
huurprijs vaststellen, en vraagt daarvoor advies aan een commissie:
Bedrijfshuuradviescommissie. Deze commissie brengt advies uit aan de rechter,
maar niet de partijen, want de prijzen moesten geheim blijven.
 HR: deze handelswijze mag niet, partijen hebben geen kans gehad om zich over het
advies uit te laten. Het gaat om feiten die niet in het geding zijn gebracht, geen
voorwerp van het debat in het proces.

- Er kan hierbij ook de vraag ontstaan wat men verstaat onder ‘geding’? Men mag bijvoorbeeld
niet feiten uit een ander dan het voorliggende geding tussen partijen gebruiken. Dit blijkt
onder meer uit:

HR 2 mei 1997, NJ 1998/315 (Hoogenboom/Van Seggelen)
 Feiten: gaat over 2 buren, percelen grenzen aan elkaar. Er is een afspraak over het
recht van overpad en hier ontstaat een geschil over, ontstaat een kort geding over.
Na dit kort geding komt er een bodemprocedure. Partijen komen uiteindelijk bij het



3

, © Olaf Tijhuis


hof in de bodemprocedure. Het hof gebruikt een kadastrale kaart uit de
processtukken van het kort geding. Hof maakt ambtshalve gebruik van die tekening.
 HR: deze handelswijze van het hof is niet toegestaan. Het hof heeft hiermee de regel
van art. 149 Rv geschonden.
 Ratio/hoofdregel: de rechter mag feiten uit een andere procedure, bv. kort geding,
niet zomaar in de voorliggende procedure, het kort geding, gebruiken, als partijen dit
niet hebben aangevoerd (dit ligt dus anders indien partijen het dossier uit kort
geding overleggen).
 Uitzondering hierop; art. 223 Rv: voorlopige voorzieningen. Indien je tijdens een
bodemprocedure een voorlopige voorziening wilt, mag de rechter de feiten uit de
bodemprocedure gebruiken voor de procedure over de voorlopige voorziening.

- Categorie uitzondering 1 op hoofdregel: Maar betekent dit nou dat partijen alle feiten, elk
detail moeten bewijzen? Nee, want het bewijsrecht gaat alleen om betwiste feiten. Dit is
een van de uitzonderingen op de hoofdregel van art. 149 Rv. Is te vinden in art. 149 lid 1 Rv
tweede volzin; feiten die door een partij zijn gesteld en door de andere partij niet of niet
voldoende worden betwist. Deze feiten moet de rechter als vaststaand beschouwen. Dit
betekent voor procespartijen, vooral voor de gedaagde, dat je goed moet letten op welke
feiten je voldoende en gemotiveerd moet betwisten. Anders heb je het risico dat bepaalde
door de wederpartij gestelde feiten vaststaan.

We kunnen nu langzamerhand een hoofdregel concluderen: het bewijsrecht is aan de orde bij feiten
die door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij voldoende zijn betwist ( uitzondering;
indien het gaat om rechtsgevolgen die niet ter vrije bepaling van partijen staan)

Art. 149 Rv: feiten of rechten (II)
De tweede uitzondering op de hoofdregel van art. 149 lid 1, is te vinden in lid 2 Rv. Van feiten of
omstandigheden van algemene bekendheid alsmede algemene ervaringsregels hoeft geen bewijs te
worden geleverd.
Dus de hoofdregel is dat de rechter alleen feiten aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen die in
het geding ter zijner kennis zijn gekomen. De eerste uitzondering hierop is dat niet betwiste feiten
niet hoeven te worden aangevoerd en de tweede uitzondering is dat feiten van algemene
bekendheid niet hoeven te worden aangevoerd, deze feiten moet de rechter als vaststaand
beschouwen. Het zijn niet dezelfde soort uitzonderingen op de hoofdregel, maar Krans beschrijft dit
allebei als uitzonderingen omdat het allebei gaat om feiten waar uiteindelijk geen bewijs voor hoeft
te worden geleverd.

Het gaat bij de tweede uitzondering om het volgende:
- Algemene bekendheid: feiten die ieder normaal mens kent of behoort te kennen. Bv. Cyprus
is een eiland. Er is hier rechtspraak over, bijvoorbeeld; de HR heeft bepaald dat iemand zich
aan een nieuw of geslepen mes kan snijden.
- Algemene ervaringsregels: een voorbeeld uit de rechtspraak; een groep mannen die veel
had gedronken en s ’nachts daarna samen ging rijden. Het hof had als algemene
ervaringsregel aangenomen dat het te verwachten was dat er roekeloos gedrag was te
verwachten.

Verder is er nog een categorie feiten die niet in art. 149 Rv wordt genoemd, maar die niet hoeft te
worden gesteld door een van de partijen: processuele feiten; gaat om feiten die de rechter zelf in het
proces kan waarnemen. Bv. dat een partij heeft gepleit.




4

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Voor zover relevant voor het tentamen.
Geüpload op
28 mei 2020
Aantal pagina's
70
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

Mooi overzicht waarin al het nodige wordt benoemd

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
olaftijhuis Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
334
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
225
Documenten
43
Laatst verkocht
2 maanden geleden

4,0

75 beoordelingen

5
27
4
30
3
12
2
4
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen