H3. Het ademhalingsstelsel = tractus respiratorius
Ademhaling en lucht
Metabolisme = stofwisseling
Samenstelling van de lucht
21% zuurstof en 79% stikstof, klein beetje co2 = koolstofdioxide.
Fasen van ademhaling
Ademhaling = respiratie = uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide. 3 soorten:
• Externe respiratie: de gasuitwisseling tussen de longen en het bloed. Zuurstof gaat het
bloed in en koolstofdioxide wordt afgevoerd.
• Interne respiratie: de gasuitwisseling tussen het bloed en de cellen, waarbij zuurstof
wordt gebruikt om energie te produceren. Wordt koolstofdioxide gevormd.
• Intermediaire respiratie: tussen fase, zuurstof → weefsel en co2 uit weefsel → longen.
Anatomie van de tractus respiratorius
• Bovenste: neus/ mondholte, farynx en larynx.
o Geleiding tussen buiten en onderste.
o Zuivering en op tempratuur brengen lucht.
o Vindt geen gasuitwisseling lucht en bloed.
• Onderste: trachea, bronchi, bronchioli en alveoli.
o Uitwisseling zuurstof en bloed en co2.
Bovenste luchtwegen
Neus = nasus of nasi
Via neusgaten komt lucht i cavum nasi = neusholte. Wordt door septum nasi = neustussenschot
van kraakbeen verdeelt in links of rechts. Aan beide liggen meatus = neusgang. Bevinden zich
raar gevormde “platen” met veel uitstekels. Conchae nasales = neusschelpen, hierdoor 3
kanalen gevormd = meatus nasi, bovenste, middelste en onderste. De conchae = neusschelpen
bedekken toegang tot sinus paranasales = neusbijholte.
Neusbijholte - functie: voorverwarmen en klankruimte bij stemvorming
Sinus frontalis = voorhoofdsholte en sinus maxillaris = kaakholte. Zij monden uit in middelste
meatus = neusgang. Staan met nauwe buisjes in verbinding, makkelijk vloeistof afvoeren naar
neus, frontalis en kan makkelijk vollopen doordat naast holte zit, maxillaris.
Traanbuis mondt uit in de onderste neusgang.
Taken: Stof tegenhouden, lucht keuren (trilhaarepitheel/slijm), lucht verwarmen en bevochtigen.
, Farynx = Slokdarmhoofd
Toegang via neus of mond via keelgat. Van schedelbasis tot achterwand keel. Adenoïd =
neusamandelen liggen bovenin de keelholte, achterste gedeelte. Mondholte tonsillen =
keelamandelen, uit lymfoid weefsel. Dient tegelijk als ademsweg en als slikkanaal, vernauwd
zich tot oesofagus = slokdarm daarvoor larynx.
Larynx
Toegang tussen farynx en larynx beschermt door epiglottis =strottenhoofdklepje, is bevestigt
tussen tongbeen ( belangrijk bij ademen en slikken) en trachea = luchtpijp door ligamenten.
Kraakbeen
De larynx bestaat uit ringkraakbeen met daarboven schilkraakbeen met de ademsappel en
3zijdige piramidevormige kamkraakbeen, zijn verboden door spieren en ligamenten. Daaronder
kraakbeenringen en trachea.
Stembanden
2 paren plooien: bovenste zijn vals en onderste zijn echt.
• Vals: Veel bindweefsel en klieren om echte vochtig te houden.
• Echte: Bindweefselbanden, doordat 1 en 3 kunnen bewegen = kantelen.
Korte stemband (vrouw) hoger, langere stemband (man) laag.
Resonantieholte = klankbodem ( larynx, farynx, neus en mond), klinkers
in larynx en medeklinkers in de keel, lippen en tanden.
Onderste luchtwegen
Bestaat uit: trachea, (hoofd) bronchi en alveoli. (longen)
Door steeds verdergaande vertakkingen ontstaan zeer fijne bronchioli =
luchtpijptakjes, alveoli = longblaasjes, half bolvormige uitstulpingen,
geen gladde wand.
Trachea – 12cm
Verbinding tussen larynx en bronchi. Hoefijzervormige kraakbeenstukken.
Achterkanten verbonden door spierverbinden. bekleed met trilhaarepitheel
met slijm. Zorgen voor verontreinigingen naar farynx gaan. Sputum = slijm,
lager dan stembanden. Split aan het einde in linker- rechterhoofd bronchus.
• Inademen: langer en wijder
• Uitademen: korter en nauwer
Ademhaling en lucht
Metabolisme = stofwisseling
Samenstelling van de lucht
21% zuurstof en 79% stikstof, klein beetje co2 = koolstofdioxide.
Fasen van ademhaling
Ademhaling = respiratie = uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide. 3 soorten:
• Externe respiratie: de gasuitwisseling tussen de longen en het bloed. Zuurstof gaat het
bloed in en koolstofdioxide wordt afgevoerd.
• Interne respiratie: de gasuitwisseling tussen het bloed en de cellen, waarbij zuurstof
wordt gebruikt om energie te produceren. Wordt koolstofdioxide gevormd.
• Intermediaire respiratie: tussen fase, zuurstof → weefsel en co2 uit weefsel → longen.
Anatomie van de tractus respiratorius
• Bovenste: neus/ mondholte, farynx en larynx.
o Geleiding tussen buiten en onderste.
o Zuivering en op tempratuur brengen lucht.
o Vindt geen gasuitwisseling lucht en bloed.
• Onderste: trachea, bronchi, bronchioli en alveoli.
o Uitwisseling zuurstof en bloed en co2.
Bovenste luchtwegen
Neus = nasus of nasi
Via neusgaten komt lucht i cavum nasi = neusholte. Wordt door septum nasi = neustussenschot
van kraakbeen verdeelt in links of rechts. Aan beide liggen meatus = neusgang. Bevinden zich
raar gevormde “platen” met veel uitstekels. Conchae nasales = neusschelpen, hierdoor 3
kanalen gevormd = meatus nasi, bovenste, middelste en onderste. De conchae = neusschelpen
bedekken toegang tot sinus paranasales = neusbijholte.
Neusbijholte - functie: voorverwarmen en klankruimte bij stemvorming
Sinus frontalis = voorhoofdsholte en sinus maxillaris = kaakholte. Zij monden uit in middelste
meatus = neusgang. Staan met nauwe buisjes in verbinding, makkelijk vloeistof afvoeren naar
neus, frontalis en kan makkelijk vollopen doordat naast holte zit, maxillaris.
Traanbuis mondt uit in de onderste neusgang.
Taken: Stof tegenhouden, lucht keuren (trilhaarepitheel/slijm), lucht verwarmen en bevochtigen.
, Farynx = Slokdarmhoofd
Toegang via neus of mond via keelgat. Van schedelbasis tot achterwand keel. Adenoïd =
neusamandelen liggen bovenin de keelholte, achterste gedeelte. Mondholte tonsillen =
keelamandelen, uit lymfoid weefsel. Dient tegelijk als ademsweg en als slikkanaal, vernauwd
zich tot oesofagus = slokdarm daarvoor larynx.
Larynx
Toegang tussen farynx en larynx beschermt door epiglottis =strottenhoofdklepje, is bevestigt
tussen tongbeen ( belangrijk bij ademen en slikken) en trachea = luchtpijp door ligamenten.
Kraakbeen
De larynx bestaat uit ringkraakbeen met daarboven schilkraakbeen met de ademsappel en
3zijdige piramidevormige kamkraakbeen, zijn verboden door spieren en ligamenten. Daaronder
kraakbeenringen en trachea.
Stembanden
2 paren plooien: bovenste zijn vals en onderste zijn echt.
• Vals: Veel bindweefsel en klieren om echte vochtig te houden.
• Echte: Bindweefselbanden, doordat 1 en 3 kunnen bewegen = kantelen.
Korte stemband (vrouw) hoger, langere stemband (man) laag.
Resonantieholte = klankbodem ( larynx, farynx, neus en mond), klinkers
in larynx en medeklinkers in de keel, lippen en tanden.
Onderste luchtwegen
Bestaat uit: trachea, (hoofd) bronchi en alveoli. (longen)
Door steeds verdergaande vertakkingen ontstaan zeer fijne bronchioli =
luchtpijptakjes, alveoli = longblaasjes, half bolvormige uitstulpingen,
geen gladde wand.
Trachea – 12cm
Verbinding tussen larynx en bronchi. Hoefijzervormige kraakbeenstukken.
Achterkanten verbonden door spierverbinden. bekleed met trilhaarepitheel
met slijm. Zorgen voor verontreinigingen naar farynx gaan. Sputum = slijm,
lager dan stembanden. Split aan het einde in linker- rechterhoofd bronchus.
• Inademen: langer en wijder
• Uitademen: korter en nauwer