Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Staatsrecht - politiek staatsrecht - HC semester 1

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
31
Geüpload op
12-06-2020
Geschreven in
2019/2020

Uitgebreide samenvatting/uitwerking van alle hoorcolleges Staatsrecht uit semester 1. Het bevat het politieke staatsrecht. In de samenvatting wordt verwezen naar de verplichte jurisprudentie. Let op! Ik verkoop ook de uitgebreide samenvatting/uitwerking van alle hoorcolleges Staatsrecht uit semester 2 (het vergelijkend staatsrecht), de rechtsregels van de verplichte jurisprudentie en een uitgebreide samenvatting/uitwerking van de werkcolleges Staatsrecht uit semester 1 en 2.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

HC 1 Constitutionele uitgangspunten van het politieke staatsrecht
Rechtsbronnen
Het politieke staatsrecht is een atypisch vakgebied. Er is nauwelijks jurisprudentie en gewone
wetgeving over het vakgebied. Essentieel zijn:
- De Grondwet (hierna: “Gw”).
- De Kieswet (hierna: “Kw”).
- De Wet op de ministeriële verantwoordelijkheid (hierna: “Wmv”).
- De Wet op de parlementaire enquête (hierna: “WPE”).
 Veel ongeschreven recht.
 Reglementen van orde.

Constitutionele uitgangspunten
De rechtsstaat: staat waarvan de macht (van de overheid) gereguleerd en beperkt wordt door het
recht (zie WC’s over wetgeving en de rechterlijke organisatie); het rechtsstaatsbeginsel heeft
betrekking op de grenzen die worden gesteld aan het optreden van de overheid (en is dus een
element van de regulerende functie).
 Politiestaat: een overheid die min of meer per geval, afhankelijk van de
omstandigheden, naar eigen goeddunken optreedt.
 Totalitaire staat: een staat zonder grenzen aan de overheidsinterventie.
Basiselementen:
- Legaliteitsbeginsel: elk overheidsoptreden moet berusten op een algemene, voor herhaalde
toepassing vatbare regel, hetzij krachtens attributie, hetzij krachtens delegatie vastgesteld.
- Verbod van terugwerkende kracht: de regel op grond waarvan de overheid optreedt, moet
aan dat optreden voorafgaan (art. 16 Gw jo. art. 1 Sr).
- Democratie: het volk ‘regeert’ (zie vanaf HC 2).
- (Klassieke) grondrechten: fundamentele rechten die aan burgers persoonlijke vrijheid en een
menswaardig bestaan moeten verzekeren en die ingrijpen van met name de overheid
moeten beperken (zie vanaf WC 18).
- Onafhankelijke rechter.
- Machtenscheiding.



De machtenscheiding is afkomstig van Montesquieu. De machtenscheiding is geen nauw
afgebakend rechtsbeginsel; het kent geen definitie. Daarentegen laat Montesquieu wel
duidelijk naar voren komen wat de machtenscheiding betekent.
 Organisatorische scheiding: scheiding tussen de wetgevende, de uitvoerende en de
rechtsprekende macht.
 Functionele scheiding: scheiding tussen de wetgever, het bestuur en de rechter.
Het doel van de machtenscheiding is het tegengaan van machtsconcentratie door de
overheidsmacht te verdelen over verschillende staatsorganen (waarborg van de burger).

Hoe is de machtenscheiding in het Nederlandse stelsel vormgegeven?
- H3 Gw  onafhankelijke positie Staten-Generaal (hierna: “SG”) – wetgevende macht
(artt. 61, 60, 72, 57 en 71 Gw).
- H2 Gw  onafhankelijke positie regering – uitvoerende macht (artt. 57, 43, 44 en 49
Gw).
- H6 Gw  onafhankelijke positie rechters – rechtsprekende macht (art. 117 Gw).
De Gw kent (dus) een (duidelijke) organisatorische machtenscheiding, maar een absolute
machtenscheiding ontbreekt. Nederland wilt ook geen absolute machtenscheiding. Om te

, voorkomen dat er een staat-in-staat ontstaat en de 3 staatsmachten volledig van elkaar
loszingen, is er een controlemechanisme  de ‘checks and balances’ (zeggenschap van het
ene staatsorgaan over het functioneren van het andere staatsorgaan), een onlosmakelijk
deel van de machtenscheiding. Sinds 1983 kennen de staatsmachten gedeelde
bevoegdheden:
- De regering (uitvoerende macht) heeft ook een wetgevende taak:
 Art. 81 Gw: het maken van wetten (samen met de SG).
 Art. 89 lid 1 Gw: het vaststellen van Algemene Maatregelen van Bestuur
(hierna: “AMvB’s”).
- De SG (wetgevende macht) heeft ook een uitvoerende taak:
 Art. 78a lid 3 Gw: de TK benoemt de Nationale ombudsman.
 Art. 91 lid 1 Gw: het goedkeuren van verdragen.
 Art. 105 lid 1 Gw: het vaststellen van de begroting.
- De wetgever beïnvloedt de rechterlijke macht om te voorkomen dat de rechterlijke
macht een ons-kent-ons-cultuur gaat kennen.
 Art. 116 lid 2 en 4 Gw: de wetgever bepaalt hoe de rechtsprekende macht er
uitziet.

 Controle tussen staatsmachten:
- De ministeriële verantwoordelijkheid (art. 42 lid 2 Gw) en de
vertrouwenseregel.
- Kamerontbinding (art. 64 Gw).

Rechter en politiek?
De rechter is uiterst terughoudend als hij over politieke geschillen moet oordelen.



Guldemond-Noordwijkerhout-criterium: de burgerlijke rechter is bevoegd als de eiser stelt in het
burgerlijke recht te zijn geschonden (zie ook WC 16).
Een uitzondering op deze regel betreft HR Verkiezingsafspraak Elsloo.

HR Verkiezingsafspraak Elsloo
Er was een afspraak gemaakt tussen kandidaten op de verkiezingslijst voor de
gemeenteraadsverkiezingen. Degene met de meeste stemmen zou de functie aannemen en degene
die minder stemmen had zou bedanken voor de eer, ook als hij hoger op de lijst stond dan degene
met meer stemmen. Deze afspraak was gepubliceerd en dus aan de kiezers bekendgemaakt. Een
kandidaat met minder stemmen heeft toch zijn functie aangenomen (omdat hij hoger op de lijst
stond). Dit werd voorgelegd in een kort geding bij de civiele rechter. De HR oordeelt dat de
(burgerlijke) rechter onbevoegd is van het geschil kennis te nemen, ondanks dat de kandidaat heeft
gevraagd beschermd te worden in het burgerlijke recht. Er was wel een overeenkomst beoogd, maar
deze voldeed niet aan de vereisten voor een verbintenis (de vermogensrechtelijke rechtsverhouding
was niet aanwezig). De rechter dient zich terughoudend op te stellen in het geval van een afspraak
gemaakt in de politieke sfeer. Omdat een civiele grond niet aanwezig was en er ook geen andere
grondslag voor de bevoegdheid aanwezig was, was de rechter niet bevoegd kennis te nemen van het
geschil.

HR Waterpakt
In 1991 werd door de EU-wetgever een richtlijn vastgesteld m.b.t. de kwaliteit van water en
verontreiniging door nitraat. De Nederlandse staat stelde vervolgens een actieprogramma vast om
de richtlijn te implementeren. Nederland heeft de ‘nitraatrichtlijn van de EU’ niet binnen de

,implementatietermijn omgezet. De belangenorganisatie ‘Waterpakt’ komt in opstand en stelt dat de
Nederlandse staat onrechtmatig heeft gehandeld. Waterpakt vordert van de wetgever om wetten in
formele zin (hierna: “WIFZ”) vast te stellen, zodat de Nederlandse staat alsnog handelt zoals de
richtlijn vereist. De rechter gaat hier niet in mee. De rechter is o.g.v. zijn positie binnen het
staatsbestel niet bevoegd een wetgevingsopdracht te geven aan zowel de formele als de materiële
wetgever. Slechts de formele wetgever is hiertoe bevoegd (o.g.v. art. 81 Gw). Dit is niet anders
wanneer het gaat om wetgeving die tot stand moet worden gebracht op basis van het EU-recht. De
vraag of wetgeving tot stand moet komen vereist een politieke afweging, welke de rechter niet kan
maken.

Er zijn political questions, maar is er een political question doctrine? De rechter mág toetsen, maar
doet dat niet bij puur politieke geschillen. Maar wanneer is een geschil puur politiek? Een beter
argument is dat de rechter bij puur politieke geschillen niet het laatste woord mag hebben, vooral
niet bij de wetgevingsprocedures (zie HR Waterpakt), het defensiebeleid en het buitenlandse beleid.

Staatsvormen
Absolutisme vs. constitutionalisme:
- Absolutisme: alle overheidsbevoegdheden zijn rechtens in 1 ambt geconcentreerd of gaan
van 1 ambt uit.
- Constitutionalisme: de verdeling van de bevoegdheden over overheidsambten.

1. Eenheidsstaat:
a. Gecentraliseerde eenheidsstaat.
b. Gedecentraliseerde eenheidsstaat.
2. Federale staat: een uit (deel)staten samengestelde staat waarbij de soevereiniteit tussen de
federale overheid en de deelstaten wordt gedeeld.
3. Confederatie: een volkenrechtelijk samenwerkingsverband tussen soevereine staten op basis
van een verdrag (ook wel een bondsstaat).

De regering

HC 2 De Koning
1814 Nederland als officiële constitutionele monarchie.
De Koning had de uitvoerende macht en naar de tekst van de Gw talloze bevoegdheden
(indien de Koning wordt genoemd in de Gw, geeft dat aan dat de Koning daartoe bevoegd is).

1840 Invoering contraseign.
De invoering van het contraseign (= de handtekening van een minister die is vereist bij alle
besluiten die de Koning neemt) zorgde voor een beperking van de macht van de Koning. De
regering had de uitvoerende macht.

+ Strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid.

, T 1848 Politieke ministeriële verantwoordelijkheid.
Koning: de Koning
E persoonlijk/de wettige 1853 Aprilbeweging.
nakomelingen van de De paus wees allerlei bisschoppen aan in
R Koning Nederland. De Koning schaarde zich achter de
Aprilbeweging (protestants). Waarom was dit
M een probleem?
1) Scheiding tussen kerk en staat.
I 2) Ministeriële verantwoordelijkheid.
 Als de Koning dus een uitlating deed, moest
N Regering: de Koning+ de hele regering het daarmee eens zijn.
ministers De regering Thorbecke stond niet achter de
O Koning en trad af.

L 1866 Kwestie Mijer.
Mijer was minister van koloniën en werd
O benoemd tot gouverneur-generaal van Nederlands-
Indië. Met die benoeming was de
G KB: regering regering (de ministers) het niet eens, de Koning
wel. Het parlement was het er ook niet mee
I eens, omdat Mijer net een begroting met een nieuwe
koloniale politiek door de Kamer had
E gehaald. De ministers wezen hiervoor naar de Koning.
Het parlement gooide het op de ministeriële
verantwoordelijkheid.
 Periode van conflicten tussen de regering en het
parlement.

1983 Grote Grondwetsherziening.
 Geen consistente doorvoering van de terminologie:
- Met ‘Koning’ in de artt. 82 lid 1 en 2, 83, 84 lid 1 en 87 Gw wordt de regering
bedoeld.
- Met ‘Koning’ in art. 36 Gw eerste zin wordt de Koning persoonlijk bedoeld, in de
tweede zin wordt met ‘hem’ de regering bedoeld.

Functies van de Koning
1. De Koning als staatshoofd: vertegenwoordiging naar buiten toe.
 Zelfstandig handelen (geen contraseign vereist).
- Symboolfunctie: de Koning staat symbool voor eenheid van de staat.
 Staatsbezoeken
 Ontvangen staatshoofden
- Inrichting Koninklijk Huis, art. 41 Gw.
- Voorzitter van de Raad van State (hierna: “RvS”), art. 74 Gw.
2. De Koning als lid van de regering, art. 42 lid 1 Gw.
 Niet zelfstandig handelen (contraseign vereist, art. 47 Gw).
- Koninklijke onschendbaarheid: “De Koning is onschendbaar, de ministers zijn
verantwoordelijk”, art. 42 lid 2 Gw  ministeriële verantwoordelijkheid 
nevenschikking (geen boven-/onderschikking):
 De Koning is afhankelijk van de ministers.
 De ministers zijn afhankelijk van de Koning.
- Contrasigneren van KB’s en andere wetten (art. 47 Gw).

Documentinformatie

Geüpload op
12 juni 2020
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€4,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
yaraniels96 Radboud Universiteit Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
132
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
82
Documenten
26
Laatst verkocht
5 maanden geleden

3,8

17 beoordelingen

5
3
4
9
3
4
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen