Week 1: Face-to-face communicatie van 1960-2034
Basis voor kennis over gesprekken
Aangrenzende paren (hallo – hey; hoe is het – goed)
Verwachtingspatroon/ contextuele relevantie
Handelingen/ acties
Waarom is het nuttig om f2f communicatie te bestuderen?
- We begrijpen hoe mensen dingen voor elkaar krijgen
Probleempresentatie in 3-part-list
- We kunnen mensen adviseren hoe ze dingen (beter) voor elkaar krijgen in
gesprekken
Artsen adviseren/ trainen hierop te letten
- De kennis van hoe f2f communiceren kunnen we gebruiken voor
kunstmatige intelligentie doeleinden (chatbots, etc.)
Chatten met de arts/ robotarts?
F2f communicatie in 2034
Steeds meer big-data analyses en oplossingen. Wie vertaalt dat naar de
“gewone” mens?
- Bijvoorbeeld in de zorg? “ingewikkelde” gesprekken?
Steeds meer migratie en interculturaliteit
- Hoe bereikt een overheid al haar burgers?
- Wat betekent dit voor communicatie in het juridisch domein, de zorg, het
onderwijs en het bedrijfsleven?
Opkomst van online communicatie ipv face-to-face?
- Maar online gebruiken we juist meer “face-to-face” taalgebruik
Verschuiving in de Nederlandse maatschappij:
- Meer migratie wereldwijd
- Diversiteit
- Politieke onrust, polarisatie
- digitalisering
F2f communicatie in 1960:
Taalkundigen: vooral gericht op betekenis (semantiek)
en grammatica (syntaxis) -> prescriptief
Austin: “how to do things with words”
= we gebruiken zinnen om beloftes te doen,
complimenten teg even, mensen af te wijzen, etc.
Searle: taalhandeligstheorie (speech act theory)
Inleiding pragmatiek
Door iets te zeggen voeren we 3 soorten handelingen
uit:
1. locutionaire handelin (locutie) = betekenis van combinatie van woorden
2. illocutionaire handeling (illocutie) = de intentie of communicatieve
strekking van de uiting
, 3. perlocutionaire handeling (perlocutie) = bewerkstellingen van iets bij de
hoorder
Dus: context is essentieel, net zoals gedeelde achtergrondkennis ->
pragmatiek
Probleem:
- er zijn heel veel indirecte taalhasndelingen
- we spreken niet in (nette) zinnen
- hoe komen hoorders tot (de juiste) interpretatie?
1940: prescriptief (syntaxis, semantiek)
1950-1960: austin /searle -> taalhandelingstheorie (speech act theory)
1970: grice -> conversatione implicatuur
1960/1970: conversatieanalyse
Inleiding pragmatiek: Grice
- cooperatieprincipe:
“maak je bijdrage aan het gesprek zodanig dat het is afgestemd op
hetgeen in het huidige stadium van het gesprek nodig is voor het
beoogde doel of voor de richting van het gesprek.”
Spelen met conversationale implicatuur (en het schenden van
maximes) is een bron voor humoristische shows…
- maxims (geen regels):
maxime van kwantiteit
maxime van kwaliteit
maxime van wijze
maxime van relatie
Conversationele implicatuur:
- de hoorder geeft betekenis aan een uiting obv talige informatie en omdat
we ervanuit gaan dat we handelen volgens het coöperatieprincipe
- als een spreker iets zegt wat in strijd lijkt te zijn met een van de maximes
of het coöperatieprincipe, dan gaat de hoorder er toch vanuit dat de
sprekers het coöperatieprincipe volgen. We spreken dan van een
conversationele implicatuur
- – “Het begrip implicatuur geeft aan dat betekenis op indirecte wijze tot
stand wordt gebracht. “
Van taalhandelingstheorie naar conversatie analyse
hoe is de conversaite analyse ontstaan?
- Speech act theory (austin, searle)
- Implicaturen (grice)
- Beleefdheid (brown en levinson)
- Sociologie (Goffman, garfinkel)
Goffman (socioloog): face & face-keeping
- De wereld is een podium en wij zijn de acteurs die op dat podium
performen
- We laten een bepaald image zien aan anderen
- Dit image (veranderd in verschillende situaties) -> noemen we face
gezicht
, - We kunnen sociale interacties het beste bestuderen vanuit de aanname
dat deelnemers hun gezicht niet mogen verliezen
Brown & levinson: beleefdheid
Bepaalde taalhandelingen kunnen bedreigend zijn voor face
Bijv: iemand corrigeren, iemand afwijzen, een uitnodiging afslaan, maar
ook iemand uitnodigen.
Face threatening act
Postive face = de behoefte om te worden gewaardeerd en gerespecteerd.
Negative face = de behoefte aan privacy, autonomie en handelingsvrijheid
Beleefdheidstrategieën (brown en levinson)
1. Bald on record (FTA)
2. On record (afgezwakte FTA)
3. Off record (onderhands)
4. FTA niet uitvoeren
Strategie is afhankelijk van het gewicht van de FTA: w= p+d+r
Garfinkel (1967): socioloog
Sociale regels: hoe regelen we dingen?
Wat gebeurt er als je de regels doorbreekt?
Wat zijn dan de gevolgen voor je face, je relaties, je besef van self,
identiteit?
Breaching experimenten
Etnomethodologie= bestudeert hoe mensen sociale orde creëren en
begrijpen in alledaagse interacties. Het gaat om de ongeschreven regels die
ons gedrag sturen.
- Mensen onbewust sociale regels
- Deze regels worden pas zichtbaar als iemand ze door breekt (breaching)
Breaching:
Bewust doorbreken van de sociale orde
“small every day rules” worden doorbroken
Hoe sterker de reactive, hoe sterker de regel
Wat gebeurt er als je gespreksregels doorbreekt? Wat zijn, dan de gevolgen voor
je face, je relaties, je besef van self identiteit?
Breachen van gespreksregels (vraag met vraag beantwoorden lama’s)
Beurtwisselings/methodes= Welke regels hanteren we om aan de beurt af te
komen, om anderen aan te moedigen, te onderbreken, etc.
Welke regels hanteren we om samen handelingen uit te voeren in gesprekken?
- Verzoeken te doen, verzoeken afwijzen, te aanvaarden?
- Uitnodigingen te doen/ te aanvaarden/ af te wijzen?
- Hoe vertellen we een verhaal? Hoe reageren we er op?
Etnomethodes van gesprekken
Week 2: Techniek van gesprekken 1