Ethiek PL3
15-6-2020
St. Antonius ziekenhuis afdeling
5A longgeneeskunde en 5C
Interne Geneeskunde en
Neurologie, Leidsche Rijn
,Inhoud
Inleiding..................................................................................................................................................2
1. Schriftelijk reflecteren op een situatie................................................................................................3
1.1. Focus............................................................................................................................................3
1.1.1. Een situatie beschrijven........................................................................................................3
1.1.2. Betekenis geven....................................................................................................................3
1.2. Onderzoeken...............................................................................................................................4
1.2.1. Eerdere ervaringen...............................................................................................................4
1.2.2. Mening van anderen.............................................................................................................4
1.2.3. Theorie..................................................................................................................................5
1.2.4. Invloed van de omgeving......................................................................................................5
1.2.5. Alternatieven formuleren.....................................................................................................5
1.3. Verandering.................................................................................................................................6
1.3.1. Nieuwverworven persoonlijke kwaliteiten of leerpunten....................................................6
1.3.2. Nieuwverworven inzicht verpleegkundige zorgverlening.....................................................7
1.3.3. Nieuwe inzichten toepassen in de beroepspraktijk..............................................................7
2. Bedrijfsethiek......................................................................................................................................8
2.1. Oriëntatie....................................................................................................................................8
2.1.1. Ervaren moreel probleem.....................................................................................................8
2.1.2. Morele vraagstelling op mesoniveau....................................................................................9
2.2. Analyse........................................................................................................................................9
2.2.1. Betrokken disciplines............................................................................................................9
2.2.2. Voor- en nadelen................................................................................................................10
2.2.3. Eigen professionele verantwoordelijkheden......................................................................11
2.3. Conclusie...................................................................................................................................12
2.3.1. Belangrijke waarden en belangen.......................................................................................12
2.3.2. Strategie.............................................................................................................................12
2.3.3. Leerproces..........................................................................................................................12
3. Reflecteren op de bijeenkomsten.....................................................................................................14
3.1. Het functioneren.......................................................................................................................14
3.2. Verpleegkundige ontwikkeling..................................................................................................14
Literatuurlijst........................................................................................................................................16
Bijlage 1. Tweede reflectieverslag........................................................................................................17
Bijlage 2. Beoordelingsformulier Bedrijfsethiek...................................................................................21
1
,Inleiding
Dit document bevat drie verschillende onderdelen. Deel 1 houdt een reflectieverslag in die ik
volgens de reflectiewijzer heb uitgewerkt. De reflectiewijzer doorloopt een aantal stappen die
ik hieronder heb weergegeven.
1. Een situatie beschrijven
2. Betekenis geven
3. Onderzoeken
4. Alternatieven formuleren
5. Verandering
Deel 2 betreft een bedrijfsethiek opdracht. In de opdracht bedrijfsethiek wordt een moreel
probleem dat zich op mesoniveau heeft afgespeeld uitgewerkt.
En het laatste deel wordt een korte reflectie gegeven op de klinische lessen die zijn
aangeboden door de Hogeschool Utrecht met docente Debbie ten Cate.
Naast de drie onderdelen is er in de bijlage een tweede uitgewerkte reflectieverslag te vinden
en een feedbackformulier van de bedrijfsethiek opdracht.
2
,1. Schriftelijk reflecteren op een situatie
De reflectieopdracht heb ik uitgewerkt volgens de reflectiewijzer.
1.1. Focus
1.1.1. Een situatie beschrijven
Mw. S. (85) jaar oud is 6-3 opgenomen met een pneumonie en maakt tijdens haar opname
een delier door. Mw. is bekend met atriumfibrilleren, essentiële hypertensie, TIA en astma.
Vrijdag 20 maart droeg ik zorg voor mw. S. Voordat mijn dienst begon had ik mij in de
ochtend al verdiept in de patiënten en de notities daarbij gelezen. Hierin kwam naar voren
dat mw. gedurende dag eigenlijk helemaal niks at. Ze gaf aan geen eetlust te hebben en er
misselijk van te worden, niks smaakte haar. Omdat mw. 20kg afgelopen maanden was
afgevallen en ze een 2 op de MUST scoorde, is de diëtiste in consult aangevraagd. De
diëtiste heeft een energie- en eiwitverreikende dieet voorgeschreven. Afgelopen dagen dronk
mw. alleen maar drie nutridrinks op een dag, verder at ze daar niks bij.
Omdat ik bekend was met mw. haar minimale inname had ik in de ochtend tijdens de dag
bespreking met mijn begeleidster afgesproken om mw. tijdens het eten te stimuleren en te
zorgen dat zij vandaag meer ging eten en drinken. Rond 8.00 uur liep ik naar de
verpleegzaal waar mw. lag om kennis te maken en te kijken hoe het met haar ging. Toen ik
opmerkte dat ze nog aan het ontbijten was heb ik ervoor gezorgd dat ze aan tafel ging zitten
in plaats van in haar bed. Ik pakte een stoel om naast haar te zitten zodat ze een extra
stimulans had om te gaan eten. Ik vertelde mevrouw dat ze haar brood mocht gaan
klaarmaken met boter en kaas en dit mocht opeten. Toen mw. klaar was met smeren
vertelde ik haar continue dat ze een hap moest nemen en een stuk appel moest opeten
omdat ze anders voor haar uit bleef staren. Na één stukje brood gegeten te hebben stopte
ze ermee en bleef ze voor haar uitstaren. Ik heb haar uiteindelijk een halve boterham en een
paar happen vla kunnen laten eten door veel te stimuleren. Verder gedurende dag probeerde
ik mw. te stimuleren met energie- en eiwitrijke snacks zoals een bifiworstje, vanillevla,
roomijs en andere lekkere dingen. Ik gaf de snacks in haar hand en vertelde haar duidelijk
dat ze dit nu moest gaan opeten. Mw. gaaf aan dat ze het eten niet lekker vond en geen zin
had om te eten en drinken omdat ze er misselijk van werd.
Achteraf na de dienst ben ik aan mijzelf gaan twijfelen of ik haar niet te veel heb gepusht. Ik
zei dat ze het op ‘moest’ eten, terwijl ze dat zelf helemaal niet wilde. Aan de ene kant vind ik
het gerechtvaardigd dat ik mw. aan het pushen was om te eten omdat ze anders ondervoed
raakt maar aan de andere kant vind ik dat mw. zelf mag weten of ze wel of niet eet want ze is
nog wilsbekwaam en als mw. zegt dat ze er misselijk van wordt moet ik dit accepteren.
1.1.2. Betekenis geven
Gedurende dag ben ik aan mijn eigen handelen gaan twijfelen. Ik begon mijzelf af te vragen
of ik wel juist gehandeld heb door haar zo te pushen met eten en drinken omdat er vast een
reden achter zit waarom ze niet wilde eten. Ze gaf aan het eten niet lekker te vinden en er
een misselijk gevoel van te krijgen als ze al naar het eten keek. Ik probeerde mij in haar
situatie te plaatsen en toen ben ik erachter gekomen dat ik het ook niet fijn zou vinden als
iemand mij pushte en bijna ‘dwong’ om iets op te eten. Ik voelde mij tegenover mw. een
beetje schuldig omdat ik voor mijn gevoel iets bij haar deed tegen haar zin in. Maar aan de
andere kant wist ik dat ik goed handelde omdat mw. eindelijk na een aantal dagen meer had
ingenomen dan 3 nutridrinks op één dag. Daarnaast gaf mijn leerunit begeleidster goede
feedback over het stimuleren en het aanreiken van eten en drinken. Hierdoor voelde het erg
dubbel voor mij, ik wist zelf niet zo goed of ik nou wél of niet goed bezig was en dat gevoel
maakt mij een beetje onzeker.
3
,Daarnaast werd er tijdens de artsenvisite ook nog verteld door de arts-assistente dat ze erg
blij en verrast was dat mw. kwark, moesjes en vla op had. Toen ik dat hoorde dacht ik op dat
moment dat ik goed gehandeld had omdat ik bevestiging kreeg van iemand die voor mijn
gevoel hoger staat dan ik. Maar wanneer ik vervolgens bij de lunch naast mw. ging zitten om
haar weer te stimuleren voelde ik me weer ‘de boze heks’ die heel streng voor haar was.
Gedurende dag had ik dus twijfels over mijn handelen waardoor ik niet helemaal lekker
gewerkt heb die dag.
Aan het einde van de dag heb ik dit heel kort besproken met mijn leerunit coach maar zij
vond wel dat ik goed gehandeld had en daar hebben we het toen ook bij gelaten. Daarom
vraag ik mij af of ik soort gelijke situaties vaker mee maak. Ik heb hier een vraagstelling bij
opgesteld.
Vraagstelling: Heb ik vaker een situatie waarbij ik iets uitvoer dat tegen mijn principes in
gaan, maar die wel gerechtvaardigd zijn?
1.2. Onderzoeken
1.2.1. Eerdere ervaringen
Ik heb tijdens deze stage niet een soort gelijke situatie meegemaakt waar ik iets deed of
uitvoerde bij een patiënt tegen zijn of haar zin in wanneer deze patiënt nog wilsbekwaam is.
Dit komt zo omdat ik bijna altijd wel rekening houd met de mening en rechten van de patiënt
waar ik die dag voor zorg. Dit wordt ook in de beroepscode beschreven in artikel 2.10 van de
V&VN (2015). ‘’Als verpleegkundige/verzorgende vraag ik de zorgvrager om toestemming
voordat ik de zorg verleen’’. Wanneer een patiënt aangeeft iets niet te willen dan respecteer
ik dat en geef ik de patiënt de ruimte. Achteraf geef ik dit wel altijd aan bij mijn begeleidster
van die dag.
Tijdens mijn vorige stage liep ik op een gesloten psychogeriatrische afdeling waar zwaar
dementerenden woonden. Iedereen die hier woonde was wilsonbekwaam. Gedurende die
stage kwamen er wekelijks situaties aan bod waar een handeling gedaan werd tegen de zin
in van een patiënt, waarbij hij/zij ook duidelijk aangaf dit niet te willen. De handeling werd
bijna altijd toch wel uitgevoerd omdat dit volgens het behandelbeleid juist was en de patiënt
niet meer in staat was om te vertellen wat hij wel of niet wilde. Dit gaf mij verschillende
gevoelens omdat ik wist dat de handeling die we aan het uitvoeren waren rechtvaardig was.
Maar aan de andere kant kan je de mening en gevoelens van de patiënt niet aan de kant
zetten wanneer iemand jou vertelt iets niet te willen. Dit heeft mij tijdens mijn vorige stage
weleens geraakt en aan het denken gezet.
1.2.2. Mening van anderen
In de ochtend van de dag wanneer de situatie zich afspeelde werd de verminderde
voedselintake al besproken en werd mij gevraagd wat ik hier mee zal gaan doen vandaag,
en waar ik speciaal bij mw. op moest gaan letten. Hierbij heb ik aangegeven dat ik mijn best
ging doen om mw. zoveel mogelijk te stimuleren om te eten en drinken en ik ook haar
omgeving daaraan zal aanpassen. Mijn leerunit coach gaf al aan dat ze dit een goed idee
vond en zij zou mij gaan observeren die dag hoe ik dat heb aangepakt. Bij een
tussenevaluatie op de dag kreeg ik al goede feedback dat ik mw. al aan het eten had
gekregen en dit gaf mij een goed gevoel dat ik goed bezig was. Andere studenten en
collega’s verbaasde zich ook al dat ik mw. aan het eten had gekregen omdat het hun nog
niet gelukt was afgelopen dagen.
Tijdens de artsenvisite rond 10.30 kreeg ik van de arts-assistente teruggekoppeld dat zij het
ook erg goed van mij vond dat ik mw. S. zodanig gestimuleerd heb dat ze al meer intake had
in afgelopen 4 uur in vergelijking tot de vorige dagen. De arts-assistente vertelde mij zo goed
4
, door te gaan en dit ook aan andere collega’s uit te leggen. De arts-assistente vertelde hierbij
dat ze het rechtvaardig vindt om mw. te pushen om te eten omdat ze een kwetsbare oudere
is en daarbij risico op ondervoeding heeft omdat ze onbedoeld 60kg is afgevallen afgelopen
6 maanden.
Tijdens de online reflectielessen met mijn PL3 groep is mijn casus behandeld. Uit de mening
van anderen is gekomen dat zij mij begrijpen dat ik mij schuldig tegenover mw. S. heb
gevoeld en het erg verwarrend kan zijn als je dan positieve feedback terugkrijgt. Mijn
klasgenoten waren het er allemaal mee eens dat ik van tevoren beter had kunnen
overleggen met mijn leerunit coach of een andere collega om zo beter voorbereid op de
situatie te zijn. Ook kwam hieruit naar voren dat ik beter in gesprek had kunnen gaan met
mw. zelf om verhaal te halen waarom ze niet wilde eten. Als laatste gaven mijn klasgenoten
de tip om met de contactpersoon van mw. S. contact op te nemen maar dit ging helaas niet
omdat mw. geen familie meer heeft en de contactpersoon die mw. had ook ziek was.
1.2.3. Theorie
Patiënten die een delier doormaken kunnen waanideeën krijgen of achterdochtig worden.
Het zou daarom kunnen dat de patiënt je niet vertrouwt wanneer er eten of drinken
aangeboden wordt. Wanneer je vermoedt dat iemand waanbeelden of hallucinaties krijgt of
achterdochtig wordt, laat dan blijken dat je hem/haar begrijpt. Laat wel weten dat jijzelf het
niet ziet of hoort. Het is belangrijk dat je hier niet mee in discussie gaat. Stel te patiënt gerust
en geef een vertrouwelijk gevoel achter (Alzheimer Nederland, 2015).
Volgens Berends (2014) mag wanneer de patiënt nog wilsbekwaam is zelf beslissen of hij/zij
nog wil eten en/of drinken. De weigering van voedselinname zal je dan moeten accepteren.
Bij een patiënt die wilsonbekwaam is gaat dit anders. Hier beslist diegene die de patiënt
vertegenwoordigd samen met de arts over de keuze. De vertegenwoordiger is wettelijk
vastgelegd in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) (Berends,
2014).
In een brochure van V&VN staat beschreven dat het belangrijk is om je er bewust van te zijn
van je eigen reactie en de manier waarop je de weigering van de patiënt interpreteert. De
ene zorgverlener accepteert de afwijzing van de patiënt niet, terwijl de ander het goedkeurt.
Dit ligt aan de normen en waarden van de zorgverlener. De ene verpleegkundige houdt zich
bezig met de autonomie van een patiënt en zal het daarom sneller accepteren. De andere
verpleegkundige vindt de voeding en herstel van de patiënt belangrijk en accepteert de
keuze van de patiënt daarom niet (V&VN, 2006).
1.2.4. Invloed van de omgeving
Een invloed dat zou kunnen meespelen in de situatie met mw. S. zou kunnen zijn dat er een
andere patiënt op de verpleegzaal lag die ook nauwelijks at. De mevrouw die op dezelfde
zaal lag was terminaal en mocht dus zelf de beslissing nemen dat ze bijna niks meer at, dit
deed zij ook omdat ze ernstig ziek was en geen eetlust meer had.
De meeste verpleegkundigen laten de patiënten in bed ontbijten in plaats van aan tafel door
gemakzucht. Ook mw. lag in haar bed toen het tijd was om te eten en drinken, daarom heb ik
ervoor gezorgd dat ze aan tafel zat zodat dit haar zou stimuleren om te gaan eten en
drinken.
1.2.5. Alternatieven formuleren
Tijdens de reflectiebijeenkomst met mijn PL3 klas zijn een aantal alternatieven naar voren
gekomen die ik in eenzelfde soort situatie zou kunnen gebruiken.
5