bewustzijnsfilosofie
45 openvragen met een uitgebreid antwoordmodel
,Oefentoets met openvragen
H1
1. Geef een beschrijving van de 3 soorten mentale toestanden.
2. Wat is het interactie probleem en hoe lost Descartes deze
op?
3. Wat zeggen parallellisme en occasionalisme en wat is
mogelijk kritiek op deze theorieën?
H2
4. Wat is het idealisme en hoe verhoudt het zich tot het
substantiedualisme?
5. Wat bedoelt Ryle als hij betoogt dat mensen die denken dat
de geest meer is dan een reeksgedragsdisposities, een
categoriefout maken?
6. Wat zijn de belangrijkste problemen voor het behaviorisme?
7. Hoe lost Berkeley het interactieprobleem op?
8. Hoe lost Berkeley op dat bier in de koelkast niet verdwijnt
wanneer ik de deur sluit?
9. Wat is het probleem van het behaviorisme?
H3
10. Wat is superveniëntie en waarom is dit concept
belangrijk voor materialistische posities in het lichaam-geest
debat?
11. Wat stelt Leibniz wet?
12. Saul Kripke veranderde onze opvattingen over
empirisch ontdekte identiteiten. Vóór zijn boek Naming and
Necessity werden empirische waarheden over identiteit als
contingent beschouwd. Wat wordt hiermee bedoelt?
13. Noem twee wetenschappelijke argumenten ter
ondersteuning van de identiteitstheorie en leg uit wat
daarmee wordt bedoelt
H4
14. Wat betekent het dat mentale toestanden meervoudig
realiseerbaar zijn? Leg dit uit met een voorbeeld.
, 15. Hoe moeten we mentale toestanden begrijpen volgens
het functionalisme?
16. Wat is Searls Chinese kamerargument? Leg het
gedachte experiment uit en verklaar wat hij wilde
beargumenteren
17. Een functionalist accepteert mentaal holisme. Leg uit
wat dit concept betekent en geef een voorbeeld van een
holistische beschrijving van een mentale toestand.
H5
18. Op welke manier moeten we volgens het
connectionisme onze beschrijving van propositionele
attitudes herzien?
19. Wat zijn de voordelen van het connectionisme ten
opzichte van functionalisme en klassieke AI?
20. Connectionistische netwerken kunnen vrij
generaliseren. Leg uit wat dit betekent. Dit mag adv een
voorbeeld.
H6
21. Wat is het verschil tussen de belichaamde, gesitueerde
en de uitgebreide geesttheorie?
22. Hoe pleiten Clark en Chalmers voor de uitgebreide
geesttheorie? Leg het voorbeeld van Otto en Inga uit in je
antwoord.
23. Wat is een mogelijk bezwaar tegen de uitgebreide
geesttheorie?
H7
24. Wat is de explanatory gap?
25. Geef een argument dat kan worden aangevoerd tegen
materialistische benaderingen van de studie van bewustzijn
en leg uit
26. Leg uit hoe Flanagans voorstelt om de verklaringskloof
te overbruggen met behulp van de natuurlijke methode
H8
27. Wat beweren zwakke illusionisten over bewustzijn zoals
Dennett?