ECO SCHOOL EXAMEN 2
Jong en oud
De dominante strategie is de beste keuze voor jezelf, ongeacht wat de
ander kiest.
Als de dominante strategie niet de beste uitkomst is, is er sprake van
een gevangen dilemma. Ze hadden beter kunnen overleggen d.m.v een
bindende afspraak. Dan kunnen beide partijen afspraken maken over
welke keuze het beste is voor beide. Hierbij een contract tekenen, zodat
beide partijen zich aan het contract houden.
Meeliftenà profiteren van de keuze van een ander, zonder er zelf iets
voor te doen.
Ruilen over de tijd: nu iets doen voor later
- Consumptie naar voren halen, later terugbetalen
- Eerst sparen en later consumeren
Uitstellen à sparen of Vervroegenà lenen
Voordeel: Geen rente * Voordeel: Product
meteen in bezit
Nadeel: Lang wachten * Nadeel: Hoge/veel
rente betalen
Bijv. de keuze om te gaan studeren of werken is ook ruilen over tijd.
Wanneer iemand klaar is met school, heeft hij/zij twee keuzes.
- Werken, ofwel sparen. Dat is eigenlijk ook sparen. Je gaat geld
verdienen voor later,
- Studeren, hierbij moet je waarschijnlijk geld lenen om de studie te
betalen. Je leent dan geld, maar je investeert in een betere baan en
meer inkomsten voor later.
Stroomgrootheid à ontvangst of uitgave over een bepaalde periode,
bijvoorbeeld het aflossen van een lening. Je betaald dat over een periode.
Voorraadgrootheidà bedrag op één bepaald moment, bijvoorbeeld het
bedrag op je spaarrekening.
Berekenen van de inkomensheffing:
1. bruto-inkomen bepalen
,2. bruto-inkomen min aftrekposten (hypotheekrente aftrek,
pensioenpremie, etc) belastbaar inkomen.
3. belastbaar inkomen over de schijven verdelenà heffingsbedrag
4. heffingsbedrag min heffingskortingenà dit is de inkomensheffing
In Nederland zijn de heffingskortingen inkomensAFhankelijk. Dat betekent
dat iemand die een hoger inkomen verdient minder korting ontvangt, in
vergelijking met iemand die een lager inkomen verdient.
Bij het uitrekenen van de inkomensheffing rond je altijd alle bedragen af
naar beneden. (In voordeel voor de persoon die belasting betaald.)
Nivellering: de inkomensversdchillen worden kleiner.
Denivellering: de inkomensverschillen worden groter.
Primaire inkomens zijn huur, loon, winst, rente en pacht
-belastingen
-premies
+uitkeringen
+toeslagen
=secundaire inkomen (besteedbaar inkomen)
Marginaal tariefà in welke schijf je laatst verdiende euro zit.
Gemiddeld tariefà inkomensheffing:brutoloonx100
(deel:geheelx100)
Percentiel= 1%
Deciel= 10%
Kwartiel= 25%
Door welke factoren ontstaan er inkomensverschillen?
- Opleiding
- Leeftijd
- Ervaring
- Functie
- Vraag en aanbod
,CPI= consumenten prijs index
Verschillen tussen huren en kopen:
Huren Kopen
Flexibeler met verhuizen Hypotheekrente
aftrekbaar
Huurtoeslag Huis eigen bezit à winst
Onderhoudskostenàverhuur Onderhoudskostenà jij
der zelf
Toestemming nodig Eigen baas in huis
Lagere heffingen Hogere heffingen Netto
woonlasten bij
het bezitten van een koopwoning zijn de rente van hypothecaire lening na
aftrek van belastingvoordeel, onderhoudskosten, verzekeringspremie en
belasting wegens bezit van woning.
Koopkracht = % verandering inkomen – % verandering prijzen
Collectieve verzekering à verplichte verzekering, waarbij solidariteit
belangrijk is. Voorbeeld: de gezonde komt op voor de zieke, rijke voor
arme, werkende voor werkloze.
Particuliere verzekering à een verzekering die niet verplicht is. Je kiest
er zelf voor of je die aanschaft of niet.
Mensen die risico-avers zijn sluiten veel verzekeringen af. Ze zijn bang
om vaak ziek te worden of risico te lopen om schade aan te brengen.
Je betaald premie om ervoor te zorgen dat je verzekerd bent. De hoogte
van zo’n premie hangt af van het risico op schade en het schadebedrag.
Moral hazardà mensen die verzekerd zijn en zich daardoor
onverantwoordelijk en onvoorzichtig gedragen. Om dit te voorkomen,
betaald iedereen een eigen risico. Door de invoering van een eigen
risico zullen mensen voorzichtiger zijn, omdat ze anders een deel van de
, kosten zelf zullen moeten betalen, voordat de verzekering begint te
vergoeden.
Averechtse selectie à de goede risico’s draaien continue op voor de
slechte risico’s. Hierdoor stoppen de goede risico’s met verzekeren en
blijven alleen de slechte risico’s achter. Als gevolg daarvan stijgt de prijs
van de premie.
Asymmetrische informatieà persoon die zich verzekerd weet niet
evenveel als de verzekeraar.
Aandeel à stukje van een bedrijf. Je ontvangt dividend à een deel van de
winst. Als de koers stijgt en je je aandeel weer verkoopt, ontvang je ook
winst.
Obligatieà stukje van een lening. Je ontvangt rente, die is veel hoger dan
op je spaarrekening. Elk jaar krijg je een vast rente bedrag. Hierdoor ben je
als belegger zekerder dan wanneer je een aandeel koopt. Bij een obligatie
kan de koers ook stijgen.
Iedereen in Nederland die de AOW-leeftijd bereikt, heeft recht op een
AOW-uitkering. De hoogte van een uitkering hangt af van:
-Hoe lang je in NL woont
-Inkomen van je partner als hij/zij werkt
-Of je alleen of samenwoont
AOW-uitkeringen worden geregeld via het omslagstelsel.
De werkende mensen betalen premie, dat geldt gaat naar de
uitkeringen voor gepensioneerden.
Werkende mensen sparen via hun werkgever voor aanvullend pensioen.
Dit wordt geregeld via een pensioenfonds: je betaalt pensioenpremie, dat
geld wordt door een pensioenfonds belegd, als je met pensioen bent krijg
je dat geld terug in de vorm van een uitkering.
Dit gaat via een kapitaaldekkingsstelselà je spaart voor jezelf.
Jong en oud
De dominante strategie is de beste keuze voor jezelf, ongeacht wat de
ander kiest.
Als de dominante strategie niet de beste uitkomst is, is er sprake van
een gevangen dilemma. Ze hadden beter kunnen overleggen d.m.v een
bindende afspraak. Dan kunnen beide partijen afspraken maken over
welke keuze het beste is voor beide. Hierbij een contract tekenen, zodat
beide partijen zich aan het contract houden.
Meeliftenà profiteren van de keuze van een ander, zonder er zelf iets
voor te doen.
Ruilen over de tijd: nu iets doen voor later
- Consumptie naar voren halen, later terugbetalen
- Eerst sparen en later consumeren
Uitstellen à sparen of Vervroegenà lenen
Voordeel: Geen rente * Voordeel: Product
meteen in bezit
Nadeel: Lang wachten * Nadeel: Hoge/veel
rente betalen
Bijv. de keuze om te gaan studeren of werken is ook ruilen over tijd.
Wanneer iemand klaar is met school, heeft hij/zij twee keuzes.
- Werken, ofwel sparen. Dat is eigenlijk ook sparen. Je gaat geld
verdienen voor later,
- Studeren, hierbij moet je waarschijnlijk geld lenen om de studie te
betalen. Je leent dan geld, maar je investeert in een betere baan en
meer inkomsten voor later.
Stroomgrootheid à ontvangst of uitgave over een bepaalde periode,
bijvoorbeeld het aflossen van een lening. Je betaald dat over een periode.
Voorraadgrootheidà bedrag op één bepaald moment, bijvoorbeeld het
bedrag op je spaarrekening.
Berekenen van de inkomensheffing:
1. bruto-inkomen bepalen
,2. bruto-inkomen min aftrekposten (hypotheekrente aftrek,
pensioenpremie, etc) belastbaar inkomen.
3. belastbaar inkomen over de schijven verdelenà heffingsbedrag
4. heffingsbedrag min heffingskortingenà dit is de inkomensheffing
In Nederland zijn de heffingskortingen inkomensAFhankelijk. Dat betekent
dat iemand die een hoger inkomen verdient minder korting ontvangt, in
vergelijking met iemand die een lager inkomen verdient.
Bij het uitrekenen van de inkomensheffing rond je altijd alle bedragen af
naar beneden. (In voordeel voor de persoon die belasting betaald.)
Nivellering: de inkomensversdchillen worden kleiner.
Denivellering: de inkomensverschillen worden groter.
Primaire inkomens zijn huur, loon, winst, rente en pacht
-belastingen
-premies
+uitkeringen
+toeslagen
=secundaire inkomen (besteedbaar inkomen)
Marginaal tariefà in welke schijf je laatst verdiende euro zit.
Gemiddeld tariefà inkomensheffing:brutoloonx100
(deel:geheelx100)
Percentiel= 1%
Deciel= 10%
Kwartiel= 25%
Door welke factoren ontstaan er inkomensverschillen?
- Opleiding
- Leeftijd
- Ervaring
- Functie
- Vraag en aanbod
,CPI= consumenten prijs index
Verschillen tussen huren en kopen:
Huren Kopen
Flexibeler met verhuizen Hypotheekrente
aftrekbaar
Huurtoeslag Huis eigen bezit à winst
Onderhoudskostenàverhuur Onderhoudskostenà jij
der zelf
Toestemming nodig Eigen baas in huis
Lagere heffingen Hogere heffingen Netto
woonlasten bij
het bezitten van een koopwoning zijn de rente van hypothecaire lening na
aftrek van belastingvoordeel, onderhoudskosten, verzekeringspremie en
belasting wegens bezit van woning.
Koopkracht = % verandering inkomen – % verandering prijzen
Collectieve verzekering à verplichte verzekering, waarbij solidariteit
belangrijk is. Voorbeeld: de gezonde komt op voor de zieke, rijke voor
arme, werkende voor werkloze.
Particuliere verzekering à een verzekering die niet verplicht is. Je kiest
er zelf voor of je die aanschaft of niet.
Mensen die risico-avers zijn sluiten veel verzekeringen af. Ze zijn bang
om vaak ziek te worden of risico te lopen om schade aan te brengen.
Je betaald premie om ervoor te zorgen dat je verzekerd bent. De hoogte
van zo’n premie hangt af van het risico op schade en het schadebedrag.
Moral hazardà mensen die verzekerd zijn en zich daardoor
onverantwoordelijk en onvoorzichtig gedragen. Om dit te voorkomen,
betaald iedereen een eigen risico. Door de invoering van een eigen
risico zullen mensen voorzichtiger zijn, omdat ze anders een deel van de
, kosten zelf zullen moeten betalen, voordat de verzekering begint te
vergoeden.
Averechtse selectie à de goede risico’s draaien continue op voor de
slechte risico’s. Hierdoor stoppen de goede risico’s met verzekeren en
blijven alleen de slechte risico’s achter. Als gevolg daarvan stijgt de prijs
van de premie.
Asymmetrische informatieà persoon die zich verzekerd weet niet
evenveel als de verzekeraar.
Aandeel à stukje van een bedrijf. Je ontvangt dividend à een deel van de
winst. Als de koers stijgt en je je aandeel weer verkoopt, ontvang je ook
winst.
Obligatieà stukje van een lening. Je ontvangt rente, die is veel hoger dan
op je spaarrekening. Elk jaar krijg je een vast rente bedrag. Hierdoor ben je
als belegger zekerder dan wanneer je een aandeel koopt. Bij een obligatie
kan de koers ook stijgen.
Iedereen in Nederland die de AOW-leeftijd bereikt, heeft recht op een
AOW-uitkering. De hoogte van een uitkering hangt af van:
-Hoe lang je in NL woont
-Inkomen van je partner als hij/zij werkt
-Of je alleen of samenwoont
AOW-uitkeringen worden geregeld via het omslagstelsel.
De werkende mensen betalen premie, dat geldt gaat naar de
uitkeringen voor gepensioneerden.
Werkende mensen sparen via hun werkgever voor aanvullend pensioen.
Dit wordt geregeld via een pensioenfonds: je betaalt pensioenpremie, dat
geld wordt door een pensioenfonds belegd, als je met pensioen bent krijg
je dat geld terug in de vorm van een uitkering.
Dit gaat via een kapitaaldekkingsstelselà je spaart voor jezelf.