Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting sammenvatting ALLE stof ontwikkelings- en organisatiepsychologie (o&o)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
22
Geüpload op
01-04-2025
Geschreven in
2024/2025

Dit document is een samenvatting van alle stof voor het tentamen van ontwikkelings- en onderwijs psychologie. Het bevat het benodigde boek Siegler, R., Saffran, J., Gershoff, E. (2020). How Children Develop (7th edition*) en staat op volgorde van de hoorcolleges. belangrijke begrippen en personen zijn duidelijk uitgelicht.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Ontwikkelings- en onderwijspsychologie

Hoofdstuk 5: Perception, Action, and Learning in Infancy
Siegler, Saffran & Gershoff

Visual Perception
sensatie: de verwerking van basisinformatie uit de buitenwereld via receptoren in de zintuigen (ogen, oren,
huid, etc.) en hersenen.
Perceptie: het proces van het organiseren en interpreteren van sensorische informatie over de objecten,
gebeurtenissen en ruimtelijke indeling van de wereld om ons heen.
methodes om de sensorische en perceptuele ontwikkeling van baby's te bestuderen:
1. preferential-looking technique: baby's worden twee afbeeldingen tegelijk getoond om te zien of de baby's
de ene boven de andere verkiezen (geïndexeerd door langer kijken)
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Moderne versies van preferentieel kijken maken vaak gebruik van automatische eye trackers. Door een
camera te gebruiken die oogbewegingen meet via infraroodlichtreflectie, kunnen onderzoekers detecteren
waar baby's op een scherm naar kijken. Onderzoekers gebruiken ook op het hoofd gemonteerde baby-eye
trackers die laten zien waar baby's naar kijken terwijl ze hun ogen vrij door de kamer bewegen
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2. habituatie: een baby krijgt herhaaldelijk een bepaalde stimulus voorgeschoteld totdat de baby eraan went,
dat wil zeggen totdat zijn reactie afneemt. Op dit punt wordt een nieuwe stimulus gepresenteerd. Als de
baby zich ontwent (d.w.z. de reactie neemt toe) als reactie op de nieuwe stimulus, leidt de onderzoeker af
dat de baby onderscheid kan maken tussen de oude en nieuwe stimuli.
> stelt onderzoekers in staat om de gezichtsscherpte te beoordelen; de scherpte en helderheid van het zicht.
baby's hebben een slechte contrastgevoeligheid: het vermogen om verschillen in lichte en donkere gebieden
in een visueel patroon te detecteren  baby’s kunnen een patroon alleen detecteren als het is samengesteld
uit sterk contrasterende elementen.
> slechte contrastgevoeligheid o.a. door de onvolwassenheid van hun kegelcellen; lichtgevoelige neuronen
die sterk geconcentreerd zijn in de fovea (het centrale deel van het netvlies). Vanaf 2 maanden zelfde
kleurperceptie als volwassenen.
vloeiende oogbewegingen; visueel gedrag waarbij de blik van de kijker met dezelfde snelheid en hoek
verschuift als een bewegend object. Ontwikkeld zich vanaf 4 maanden.
Perceptuele constantie: de perceptie van objecten als zijnde van constante grootte, vorm, kleur, etc.,
ondanks fysieke verschillen in het netvliesbeeld van het object
object segregatie: de identificatie van afzonderlijke objecten in een visuele array
object permanentie: wanneer een object uit zicht is, bestaat het voor jonge kinderen (voorheen niet)
(ervaring met kruipen kan de ontwikkeling van object permanentie versnellen)

schending van de verwachting: een procedure die wordt
gebruikt om de cognitie van baby's te bestuderen, waarbij
baby's een gebeurtenis te zien krijgen die verrassing of
interesse moet oproepen als het in strijd is met iets dat de
baby weet
aanwijzingen voor diepteperceptie:
1. optische expansie: een diepte-aanwijzing waarbij een object steeds meer van de
achtergrond bedekt, wat aangeeft dat het object nadert
2. binoculaire dispariteit: het verschil tussen het netvliesbeeld van een object in elk
oog dat resulteert in twee licht verschillende signalen die naar de hersenen worden
gestuurd
3. stereopsis: het proces waarbij de visuele cortex de verschillende neurale signalen
combineert die worden veroorzaakt door binoculaire dispariteit, wat resulteert in de
perceptie van diepte

,4. monulaire dieptesignalen (of picturale signalen): de perceptuele signalen van
diepte (zoals relatieve grootte en interpositie) die door één oog alleen kunnen
worden waargenomen (vanaf 6/7 maanden)
Auditory Perception
factoren dragen bij aan de verbetering van de auditieve perceptie bij baby's
1. auditieve lokalisatie: perceptie van de locatie in de ruimte van een geluidsbron (bij
baby’s lastiger door een kleiner hoofd en dus minder verschil in aankomst tijd tussen
linker en rechter oor)
2. perceptuele vernauwing: ontwikkelingsveranderingen waarbij ervaring het
perceptuele systeem verfijnt
intermodale perceptie: het combineren van informatie van twee of meer
sensorische systemen

Motor development
reflexen: vaste patronen van actie die optreden als reactie op een bepaalde
stimulatie
Reflex beschrijving afbeelding
Rooting Het hoofd draaien en de mond openen in de
richting van een aanraking.


Zuigen en Orale reactie wanneer het gehemelte wordt
slikken gestimuleerd.


Tonische Wanneer het hoofd naar één kant wordt
nek gedraaid of gepositioneerd, strekken de armen
aan die kant van het lichaam zich uit, terwijl de
arm en knie aan de andere kant buigen.
Moro Het hoofd naar achteren gooien en de armen
(schrik) strekken, en ze vervolgens snel weer
intrekken, als reactie op een luid, geluid of
plotselinge beweging.

Grijpen De vingers om een voorwerp heen klemmen
dat tegen de handpalm wordt gedrukt.



Stappen Stappen of dansen met de voeten terwijl je
rechtop staan en de voeten een vast oppervlak
raken.



Een belangrijk aspect van de motorische ontwikkeling is de ontdekking door het kind
van affordences (mogelijkheden), de mogelijkheden tot handelen die worden
geboden door objecten en situaties.
pre-reaching bewegingen: onhandige veegbewegingen door jonge baby's richting
objecten die ze zien (vanaf maanden kunnen ze rijken naar objecten)
zelf-locomotie: het vermogen om jezelf in de omgeving te verplaatsen (vanaf 8
maanden)
schaalfout: de poging van een jong kind om een handeling uit te voeren op een

, miniatuurobject die onmogelijk is vanwege de grote discrepantie in de relatieve
groottes van het kind en het object
belangrijke motorische mijlpalen (belangrijk om te kennen). Welke volgorde en dat het
allemaal in babytijd plaatsvindt




Learning and memory
verschillende soorten leren waardoor baby's kennis verwerven over hun wereld
1. Habituatie: de reactie op herhaalde of aanhoudende stimulatie neemt af. Snellere
habituatie voorspelt een hoger IQ op volwassen leeftijd
2. Statistisch leren: detecteren van statistisch voorspelbare patronen. Leren over
patronen van gebeurtenissen door herhaalde blootstelling aan die patronen
(sommige dingen vertonen zich altijd samen of in een bepaalde volgorde)
Goldilocks effect: baby’s zullen geen aandacht besteden aan gebeurtenissen die te
simpel of moeilijk zijn, omdat die leren niet faciliteren
3. klassieke conditionering: het associëren van een aanvankelijk neutrale stimulus
met een stimulus die een reflexieve (automatische) respons oproept.
4. instrumentele (operante) conditionering: het leren van de relatie tussen iemands
eigen gedrag en de gevolgen die daaruit voortvloeien. Leren van gevolgen van je
eigen gedrag (als ik dit doe, gebeurd er dat)
5. Observationeel leren/imitatie: Bij het imiteren van een model lijken baby’s de
reden voor het gedrag van de persoon te analyseren. Ze imiteren doel, niet de
handeling.
- inferenties: baby’s van 10 maanden oud begrijpen de voorkeuren van anderen
gebaseerd op de moeite die ze ander ervoor zien doen
6. rationeel leren: het vermogen om eerdere ervaringen te gebruiken om te
voorspellen wat er in de toekomst zal gebeuren
7. actief leren: leren door interactie met de wereld, in plaats van passief objecten en
gebeurtenissen te observeren. Leren door te experimenten en hypothesen te testen
(bv spullen blijven laten vallen)
8. Geheugen: Zes maanden oude kinderen kunnen veranderingen in de kleur of locatie
van slechts één item detecteren, terwijl twaalf maanden oude kinderen tot vier items
in hun werkgeheugen kunnen onthouden.

Documentinformatie

Geüpload op
1 april 2025
Aantal pagina's
22
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
oanasmits

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
oanasmits Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
10
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
9
Laatst verkocht
2 dagen geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen