HC1: Toxicologische basisbegrippen ........................................................................................................ 2
HC2: Stofeigenschappen.......................................................................................................................... 7
HC3: (Zware) metalen ............................................................................................................................ 14
HC4: Bestrijdingsmiddelen .................................................................................................................... 21
HC5: Stoffen in voedsel.......................................................................................................................... 25
HC6: Natuurlijke toxinen ....................................................................................................................... 31
HC7: Organische microverontreinigingen.............................................................................................. 40
HC8: Oppervlakte-actieve stoffen ......................................................................................................... 47
HC9: Blootstellingsroutes ...................................................................................................................... 53
HC10: Toxicokinetiek ............................................................................................................................. 57
HC11: Luchtverontreiniging ................................................................................................................... 65
HC12: Werkingsmechanismen en mengseltoxiciteit ............................................................................. 73
HC13: Biotransformatie ......................................................................................................................... 76
HC14: Milieu-epidemiologie .................................................................................................................. 81
HC15: Toxiciteit van infectieziekten ....................................................................................................... 85
Formules: ............................................................................................................................................... 89
1
,HC1: Toxicologische basisbegrippen
WHO 2021 - Jaarlijks sterven 3,8 miljoen mensen door luchtvervuiling in huis, veroorzaakt door
vervuilende kookmethoden. Wereldwijd gebruiken 2,6 miljard mensen nog steeds deze schadelijke
brandstoffen!
Oorsprong van toxicologie
• Basis: Toxicologie is de leer van vergiften en ontstond uit kennis over dierlijke en plantaardige
gifstoffen, oorspronkelijk gebruikt voor jacht, oorlog en moord.
• De eerste beschrijving hiervan staat in de Ebers-papyrus uit 1500 v.Chr.
Herkomst van de term
Het woord "toxicum" betekent pijlgif en is afgeleid van het Griekse toxikos, wat "van de boogschutter"
betekent. Dit verwijst naar het gebruik van gif op pijlen in de oudheid.
Belangrijke vragen in de toxicologie
• Welke stoffen zijn giftig?
• Hoe wordt de mens blootgesteld?
• Hoe werkt een giftige stof?
• Hoe zijn risico’s te vermijden?
2
,Politieke vergiftigingen
• Georgi Markov (1978, VK) – Vergiftigd met ricine via paraplu op Waterloo Bridge, stierf na 4
dagen. Moord in opdracht van de Bulgaarse Geheime Dienst.
• Victor Joesjtsjenko (2004, Oekraïne) – Vergiftigd met dioxine, overleefde.
• Alexander Litvinenko (2006, VK) – Vermoord met polonium-210 via thee, overleed na 22
dagen.
• Aleksej Navalny (2020, Rusland) – Vergiftigd met Novitsjok, een zeer toxische organofosfaat
die acetylcholine esterase blokkeert.
Paracelsus (1493–1541): Alchemist en arts, stelde dat alle stoffen giftig kunnen zijn; het is de dosis
die bepaalt of iets schadelijk is. Dit principe vormt de basis van de toxicologie.
3
, Overzicht toxicologische eindpunten
• LC50 – Mediane letale dosis/concentratie waarbij 50% van de testpopulatie sterft.
• EC50 – Dosis/concentratie waarbij 50% van de testpopulatie een effect vertoont; dit kan
bijvoorbeeld groeiremming of een andere biologische respons zijn.
• NOEC (NOAEL) – No Observable Effect Concentration/Level: hoogste dosis zonder
waarneembaar (schadelijk) effect.
• NEL – No Effect Level: laagste dosis zonder effect.
Eenheden per medium
• Dosis (LD50, ED50) – mg/kg lichaamsgewicht (oraal/dermaal).
• Concentratie (LC50, EC50, NOEC, LOEC) – Afhankelijk van het medium:
o Lucht: µg/m³, mg/m³
o Water: mg/L, µg/L
o Bodem, sediment, voedsel: mg/kg
Deze eindpunten meten de giftigheid van een stof, waardoor de toxische potentie kan worden
vergeleken: hoe lager de waarde, hoe giftiger de stof.
Een voorbeeld met alcohol en daarnaast de acute orale toxiciteit van enkele stoffen:
4