Marketing 2
Je weet wat een product is en uit welke niveaus deze bestaat
Je maakt onderscheidt tussen 4 typen consumentenproducten.
Product: een combinatie van tastbare en niet tastbare eigenschappen waarmee een artikel of
dienst voorziet in de wensen en behoeften van de klant.
Productniveaus
Kernproduct: niet tastbare voordelen, oplossen van probleem niet hoe het product eruit ziet
(behoeften)
Tastbare product: verpakken, kwaliteit, vormgeving en merknaam
Uitgebreid product: garantie, bezorging, installatie
Soortenconsumentengoederen
Convenience goods: dagelijkse producten die je zonder nadenken koopt,
impulsgoederen, nodig om te leven.
Shopping goods: koop je niet heel vaak bijvoorbeeld sneakers
Specialty goods: grote aankopen, hoge betrokkenheid, hoge prijs.
Unsought good: niet gewilde producten. producten of diensten die de consument
niet kent of pas koopt als hij ze echt nodig heeft om een probleem op te lossen. Bijv
uitvaartcentrum
Ken je verschillende assortimentsstrategieën
Ken je de rol van de productlevenscyclus en kan je deze toepassen
Assortimentsbeleid
Alle productgroepen, producten, producttypen en welke merken
Assortimentsdimensies:
Breedte: hoeveel verschillende soorten productengroepen
Diepte: aantal varianten binnen de productgroepen
Lengte: totaal aantal productgroepen van alle productgroepen
Consistentie: samenhang in het assortiment
Assortimentssanering
Dingen die niet passen bij het bedrijf uit het assortiment
Bedrijfseconomische aspecten: Verlies, wordt niet meer verkocht
Assortimentsprijsbeleid
Price lining: beperkt aantal prijzen binnen productgroep
Bijvoorbeeld Apple Iphone assortiment
Full line pricing: samenhangende prijzen in verwante productgroepen
( printer – toner)
Kern- en randassortiment: 20/80 regel
Kernassortiment: essentiële producten/diensten die de basis vormen, belangrijke
behoefte
Randassortiment: relevant, maar behoort niet tot de kern, bijvoorbeeld
seizoensgebonden, tijdelijke trends
, Aanvullend assortiment: extra waarde, niet direct gerelateerd, houden klanten langer
in de winkel, bijvoorbeeld zonnebril voor bij de outfit.
Line extension: nieuwe variant aan assortiment toevoegen
Trading-up: duurdere producten aan productgroep toevoegen, Hertog Grand Prestige
Trading-down: Audi A1 of de baby Mercedes Benz
Line-filling: nieuw product binnen productgroep, zoals de Kornuit variant
Uitbreiden assortiment
Merkextensie: andere productgroep toevoegen aan merk, bijv Peugot scooter en auto
Productlevenscyclus: een product of dienst kent een fase van introductie, groei,
volwassenheid en neergang.
1. Introductiefase
2. Groeifase
3. Volwassenheid
4. Verzadigingsfase
5. Neergangsfase
Strategie van market-stretching
Aanboren nieuwe markten of producten op andere wijze gebruiken
Recycling
Aanpassen fysiekproduct
Herpositionering
Kwaliteitsdimensies
Garantie en service
Verpakkingsfuncties
Attributen bestaan uit tastbare en niet tastbare eigenschappen
Productkwaliteit bestaat uit 2 delen:
technische kwaliteit, functionele kwaliteit, objectief te meten
consumentenkwaliteit, perceptie van de klant, niet tastbaar, subjectief
emotionele kwaliteit: niet fysieke eigenschappen
waarom wil een merk verschillende prijs-kwaliteitverhoudingen bieden?
Meer afzet, meer omzet, kosten voordeel
Grotere doelgroep
Goedkoper produceren
Garantie
belofte van de verkoper dat het product een bepaalde tijd goed werkt, geeft koper minder
risico, belang bij: technisch ingewikkelde producten, producten die thuis pas uitgepakt
kunnen worden en producten/ merken met vage/ negatieve reputatie.
Je weet wat een product is en uit welke niveaus deze bestaat
Je maakt onderscheidt tussen 4 typen consumentenproducten.
Product: een combinatie van tastbare en niet tastbare eigenschappen waarmee een artikel of
dienst voorziet in de wensen en behoeften van de klant.
Productniveaus
Kernproduct: niet tastbare voordelen, oplossen van probleem niet hoe het product eruit ziet
(behoeften)
Tastbare product: verpakken, kwaliteit, vormgeving en merknaam
Uitgebreid product: garantie, bezorging, installatie
Soortenconsumentengoederen
Convenience goods: dagelijkse producten die je zonder nadenken koopt,
impulsgoederen, nodig om te leven.
Shopping goods: koop je niet heel vaak bijvoorbeeld sneakers
Specialty goods: grote aankopen, hoge betrokkenheid, hoge prijs.
Unsought good: niet gewilde producten. producten of diensten die de consument
niet kent of pas koopt als hij ze echt nodig heeft om een probleem op te lossen. Bijv
uitvaartcentrum
Ken je verschillende assortimentsstrategieën
Ken je de rol van de productlevenscyclus en kan je deze toepassen
Assortimentsbeleid
Alle productgroepen, producten, producttypen en welke merken
Assortimentsdimensies:
Breedte: hoeveel verschillende soorten productengroepen
Diepte: aantal varianten binnen de productgroepen
Lengte: totaal aantal productgroepen van alle productgroepen
Consistentie: samenhang in het assortiment
Assortimentssanering
Dingen die niet passen bij het bedrijf uit het assortiment
Bedrijfseconomische aspecten: Verlies, wordt niet meer verkocht
Assortimentsprijsbeleid
Price lining: beperkt aantal prijzen binnen productgroep
Bijvoorbeeld Apple Iphone assortiment
Full line pricing: samenhangende prijzen in verwante productgroepen
( printer – toner)
Kern- en randassortiment: 20/80 regel
Kernassortiment: essentiële producten/diensten die de basis vormen, belangrijke
behoefte
Randassortiment: relevant, maar behoort niet tot de kern, bijvoorbeeld
seizoensgebonden, tijdelijke trends
, Aanvullend assortiment: extra waarde, niet direct gerelateerd, houden klanten langer
in de winkel, bijvoorbeeld zonnebril voor bij de outfit.
Line extension: nieuwe variant aan assortiment toevoegen
Trading-up: duurdere producten aan productgroep toevoegen, Hertog Grand Prestige
Trading-down: Audi A1 of de baby Mercedes Benz
Line-filling: nieuw product binnen productgroep, zoals de Kornuit variant
Uitbreiden assortiment
Merkextensie: andere productgroep toevoegen aan merk, bijv Peugot scooter en auto
Productlevenscyclus: een product of dienst kent een fase van introductie, groei,
volwassenheid en neergang.
1. Introductiefase
2. Groeifase
3. Volwassenheid
4. Verzadigingsfase
5. Neergangsfase
Strategie van market-stretching
Aanboren nieuwe markten of producten op andere wijze gebruiken
Recycling
Aanpassen fysiekproduct
Herpositionering
Kwaliteitsdimensies
Garantie en service
Verpakkingsfuncties
Attributen bestaan uit tastbare en niet tastbare eigenschappen
Productkwaliteit bestaat uit 2 delen:
technische kwaliteit, functionele kwaliteit, objectief te meten
consumentenkwaliteit, perceptie van de klant, niet tastbaar, subjectief
emotionele kwaliteit: niet fysieke eigenschappen
waarom wil een merk verschillende prijs-kwaliteitverhoudingen bieden?
Meer afzet, meer omzet, kosten voordeel
Grotere doelgroep
Goedkoper produceren
Garantie
belofte van de verkoper dat het product een bepaalde tijd goed werkt, geeft koper minder
risico, belang bij: technisch ingewikkelde producten, producten die thuis pas uitgepakt
kunnen worden en producten/ merken met vage/ negatieve reputatie.