NCOI oefentoets HBO Module Management en Organisatie
Verplichte onderdelen
2025
Aan deze oefentoets kunnen geen rechten worden ontleend. De toets dient als indicatie voor de student.
Studiemateriaal – alle antwoorden aan het einde
Deelonderwerpen:
Inzicht in de werking van organisaties
Organisatiestructuur en -processen
Managementtaken en leiderschapsstijlen
Leidinggeven en motiveren
Plannen, aansturen en bewaken
Werkverdeling en samenwerking
Bevoegdheden en besluitvorming
Effectieve werkorganisatie
, NCOI oefentoets HBO Module Management en Organisatie verplichte onderdelen 2
7 casusvragen (max 70 punten)
Casusvraag 1 – Inzicht in de werking van organisaties
Een middelgroot productiebedrijf merkt dat de samenwerking tussen afdelingen steeds stroever verloopt. Afdelingshoofden
nemen beslissingen zonder elkaar te informeren, wat leidt tot vertragingen en fouten in het productieproces.
Vraag:
Analyseer welke factoren mogelijk bijdragen aan deze gebrekkige samenwerking. Welke interventies kun je als manager
inzetten om de onderlinge afstemming tussen afdelingen te verbeteren?
Casusvraag 2 – Organisatiestructuur
Een groeiende start-up heeft tot nu toe gewerkt met een platte structuur, maar merkt dat de informele aansturing steeds
vaker tot verwarring en vertraging leidt. Het management overweegt een hiërarchische structuur in te voeren.
Vraag:
Wat zijn de voor- en nadelen van het invoeren van een hiërarchische structuur in deze situatie? Geef advies over een
passende organisatiestructuur en licht je keuze toe.
Casusvraag 3 – Procesoptimalisatie
Een zorginstelling heeft te maken met lange wachttijden voor intakegesprekken. Uit intern onderzoek blijkt dat de
processen rondom de planning en uitvoering van deze gesprekken versnipperd zijn.
Vraag:
Hoe kun je met behulp van procesanalyse het intakeproces verbeteren? Beschrijf welke stappen je als manager zou nemen
en welke rollen verschillende medewerkers hierin spele
Casusvraag 4 – Leiderschapsstijl in verandering
Een organisatie besluit een cultuurverandering door te voeren waarbij meer eigenaarschap van medewerkers wordt
verwacht. De huidige leidinggevenden hanteren vooral een directieve stijl.
Vraag:
Welke leiderschapsstijl past beter bij deze gewenste cultuur? Onderbouw je antwoord met theorie en geef aan hoe je
leidinggevenden kunt begeleiden bij deze omschakeling.
Casusvraag 5 – Managementtaken
Je bent net aangesteld als afdelingsmanager binnen een onderwijsinstelling waar het ziekteverzuim hoog is en de motivatie
van medewerkers laag.
Vraag:
Welke managementtaken hebben prioriteit in deze situatie? Geef per taak aan hoe je deze concreet zou invullen om het
ziekteverzuim en de motivatie aan te pakken.