MANAGEMENT VAN ORGANSATIES SAMENVATTING
WEEK 1: INTRODUCTIE MANAGEMENT VAN ORGANISATIES
Hoorcollege 1: Introductie en basisconcepten vanuit Mintzberg
Management van organisaties: is een inleiding in een manier van theoretisch denken.
Structuur, cultuur en management binnen de samenleving en regelgeving naar opbrengst
(publieke waarde).
Definitie managament: ‘a proces of getting things done through and with people operating in
organized groups’ (Koontz, 1961)
- Management is niet hetzelfde als leiderschap: ‘leadership is the process of
influencing others to understand and agree about what needs to be done and how to
do it, and the process of facilitating individual and collective efforts to accomplish
shared objectives’ (Yukl, 2020)
Wat is management
- De formele positie van manager leidt vaak tot een aantal rollen (Mintzberg 10
rollen): Op basis van relaties (netwerk) informatie verzamelen en op basis daarvan
beslissingen maken.
o Interpersonal roles: gebaseerd op persoonlijke relaties
▪ Figurehead: (ceremonieel) boegbeeld (intern en extern) van de
organisatie
▪ Leader: verantwoordelijk voor het werk van de mensen die hij
aanstuurt, resulteert in tweezijdige relatie (van manager naar volgers
en van volgers naar manager, vooral intern)
▪ Liason: verbindingsfiguur: leggen en onderhouden van contacten
buiten ‘commando-keten’ (extern). Andere organisaties in
netwerken
o Informational roles: zenuwcentrum voor informatie
▪ Monitor: Verzamelt informatie uit de omgeving en de context
(extern en intern gericht). Als manager hoor je te weten wat er binnen
1
, Samenvatting Management van Organisaties | USBO | 2025
je organisaties speelt. En wat er buiten je organisatie speelt wat
relevant is.
▪ Disseminator: Verspreidt en verdeelt informatie die relevant is voor
interne partijen (intern)
▪ Spokesman: verdeelt informatie naar buiten toe, organiseert de
‘lobby’
o Decisional roles: nemen van beslissingen, gebaseerd op de informatie,
verzameld uit het netwerk
▪ Entrepreneur: Is gericht op verandering met oog op verbetering;
genereert nieuwe ideeën en neemt initiatief (intern). Processen
verbeteren in een organisaties om meer publieke waarde te creëren
▪ Disturbance handler: Reageert op onrust in de omgeving en binnen
de context en probeert dit te beheersen (intern en extern).
Conflictmanagement binnen organisatie en turbulente omgeving om
organisatie beheersen. Sta je boven partijen
▪ Resource allocator: beslist wie wat krijgt en kan dus prioritiseren
(intern). Manager heeft de macht om prioriteiten te stellen
▪ Negotiator: is een interactieve rol waarbij onderhandeld wordt met
interne of externe partijen, namens de organisatie, en dus anders dan
de disturbance handler (intern en extern). Namens de organisatie
onderhandelen, discussie, opinie en debat
Management van organisaties
- Entiteit die gemanaged wordt in een organisatie: ‘a social group in which the
members are differentiated as to their responsibilities for the task of achieving a
common goal (1950)’
- Verschillende perspectieven:
o Bedrijfskundige/economisch: productie van goederen of diensten
o Sociologisch/psychologisch: mensen en hun gedrag zijn cruciaal
o Politcologisch/bestuurskundig: Institutionele kaders en macht
o Organisatiewetenschappen: doelbewust elementen samenbrengen (doelen
en middelen, binnen context)
2
, Samenvatting Management van Organisaties | USBO | 2025
Onderdelen van een organisatie
- ‘Techno-structuur’: specialisten, analisten die processen binnen de organisatie
vormgeven en dit verbeteren, zodat de rest van de organisatie daarmee aan de slag
kan
- ‘Strategische top’: hogere management, bestuur
- ‘Middenkader’: lijn die loopt van top naar uitvoerende kern
- ‘Ondersteunende diensten’: klassieke stafdiensten (HR, contracten en lonen)
- ‘Uitvoerende kern’: hier gebeurt het eigenlijke werk (broodbakkers en
fabrieksmedewerkers)
- ‘Ideologie’: cultuur
- Organisatieomgeving: institutionele context
Basisindeling van organisaties
Coördinatie tussen de verschillende onderdelen
- Mutual adjustment: informele afstemming, flexibel, meeste communicatie
verloopt zo (wederzijdse afstemming)
- Direct supervision: orders van de leidinggevende (top-down)
- Standardization of skills: training en opleiding (input)
- Standardization of work processes: de technostructuur ontwikkelt processen, de
vloer voert deze uit (throughput)
3
, Samenvatting Management van Organisaties | USBO | 2025
- Standardization of norms: normen die processen sturen worden gelijkgesteld
(throughput)
- Standardization of outputs: het eindresultaat moet hetzelfde zijn, initiatief vaak
bij technostructuur (output)
Decentralisatie binnen organisaties
- Design parameters zijn de elementen die je binnen een organisatie kan
manipuleren. De knoppen waar je aan kan draaien om een organisatie in te richten
- Belangrijkste is de decentralisatie (de anderen bespreken we volgende week): mate
waarin de beslissingsmacht afwijkt van de top
o Verticale decentralisatie: van de top naar de lijn
o Horizontale decentralisatie: van de top naar ‘zijkant’ van het diagram
(support, techno-structuur of de werkvloer)
Structuur en context van organisaties
- Structuur wordt ook beïnvloed door parameters die je niet onder controle hebt
(extern):
o Leeftijd en omvang: impact op formalisering en specialisatie
o Technisch systeem: impact op formalisering
o Omgeving: impact op (de)centralisatie
o Macht: impact op (de)centralisatie, formalisering en interne
machtsverdeling
Configuraties als basistypen
- Aard, context en inhoud van de organisaties levert vaak een ‘natuurlijke’ combinatie
van coördinatiemechanisme en decentralisatie op (dus ook specifieke vorm en
nadruk op organisatie-onderdelen op)
- Basistypes organisatie volgens Mintzberg:
o Ondernemersorganisatie
o Machineorganisatie
o Professionele organisatie
o Gedivisionaliseerde organisatie
o Innovatieve organisatie
o Zendingsorganisatie
4