Oefentoets
Sociale psychologie 10e editie
Elliot Aronson
9789043039178
80 tentamenvragen met antwoorden apart
NIVEAU: MOEILIJK
25 open
25 meerkeuze
20 waar/niet waar
10 casus
, Oefentoets Sociale psychologie 10e editie Elliot Aronson 9789043039178
Let op! Dit is een moeilijke oefentoets, niet voor beginners
, Oefentoets Sociale psychologie 10e editie Elliot Aronson 9789043039178
25 open vragen - antwoorden apart
1. Wat is het fundamentele verschil tussen sociale psychologie en persoonlijkheidspsychologie?
2. Hoe draagt de fundamentele attributiefout bij aan misverstanden in sociale interacties?
3. In welke opzichten verschilt sociaal psychologisch onderzoek van sociologisch onderzoek?
4. Hoe kan het concept van ‘construal’ (interpretatie van de sociale werkelijkheid) leiden tot
verschillende gedragingen in dezelfde situatie?
5. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van automatische en gecontroleerde sociale cognitie?
6. Leg uit hoe het beschikbaarheidseffect en het representativiteitsheuristiek van invloed zijn op
beslissingen in het dagelijks leven.
7. Welke rol speelt priming in sociale cognitie en hoe kan dit experimenteel worden
aangetoond?
8. Waarom zijn zelfvervullende voorspellingen zo krachtig en hoe kunnen ze maatschappelijke
ongelijkheid in stand houden?
9. Wat zijn de drie belangrijkste vormen van sociale invloed en hoe verschillen ze van elkaar?
10. Hoe verklaart het normatieve sociale invloed-principe de uitkomsten van het Asch-
conformiteitsexperiment?
11. Wat zijn de psychologische mechanismen achter gehoorzaamheid aan autoriteit volgens
Milgram?
12. Op welke manieren kunnen minderheden invloed uitoefenen op de meerderheid in
groepsprocessen?
13. Hoe verschillen de cognitieve, affectieve en gedragsmatige componenten van attitudes van
elkaar?
14. Wat is het elaboration likelihood model en hoe verklaart dit model de effectiviteit van centrale
en perifere route tot overtuiging?
15. In welke situaties is cognitieve dissonantie waarschijnlijker en hoe kan het worden
verminderd?
16. Waarom is inspanning rechtvaardiging een krachtige vorm van cognitieve dissonantie en
welke experimenten ondersteunen dit?
17. Hoe leidt groepspolarisatie ertoe dat groepen extremere beslissingen nemen dan individuen?
18. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van groepsdenken en hoe kan dit leiden tot slechte
beslissingen?
19. Welke rol speelt de sociale identiteitstheorie bij intergroepsconflicten?
20. Hoe beïnvloedt sociale facilitatie prestaties op eenvoudige en complexe taken?