Beeldtaal: De combinatie van minimaal twee van de volgende
onderdelen tot een visuele
communicatie-uiting.
Beeld: Alle communicatieve middelen
die niet primair tekst zijn, d.m.v. een
tweedimensionaal medium tot ons
komen en primair een communicatief-
retorische functie hebben.
Beelden: foto, afbeelding, tekening.
(Het totaal van een voorstelling.)
Woorden: tekst, wat je nu leest.
Beeldelementen: mensen, bomen,
huizen die uit vormen zijn samengesteld.
Vormen: Lijnen, vierkanten, driehoeken.
Kennis van beeldtaal helpt om juiste keuzes over beeld te maken en deze
te
verklaren en verantwoorden aan anderen.
Beeld zet je strategisch in en het vergroot de kans dat het het gewenste
effect heeft.
Maar waarom beeldtaal?
- Doet complexiteit recht
- Vertelt een universele boodschap
- Vertelt, bewijst, overtuigt
- Maakt vergelijken mogelijk
- Prikkelt, emotioneert, kwetst en vermaakt
Als je effectief beeldtaal wilt inzetten, dan helpt het om visueel geletterd
te zijn en bekend te zijn met de uitdagingen bij beeldtaal. Dan kun je
betere keuzes maken,
Zodat je je doelen bereikt.
, Gestalt: Het geheel van een object of een patroon groter en belangrijker
is dan zijn delen. (Gestalt = Eenvoud = lagere breinbelasting)
Gestaltwetten: Theorie die verklaart hoe we waarnemen en percipiëren.
Gestaltwaarneming: de visueel waargenomen structuren bestaan niet
uit afzonderlijke elementen. De kijker registreert deze als eerste als
holistische vorm (het geheel), waarbij deze door een gestaltwet wordt
geordend en word gescheiden van hun omgeving.
Functie gestaltwetten: Visuele orde waardoor je een lagere
breinbelasting creëert. (Cognitive load theory)
De basis van deze principes is dat de vormen als één geheel worden
gezien. Dit totaalbeeld is belangrijker dan de losse onderdelen.
De gestaltwetten
1. Wet van voorgrond en achtergrond
2. Wet van eenvoud
3. Wet van nabijheid
4. Wet van overeenkomst
5. Wet van symmetrie
6. Wet van gelijke achtergrond
7. Wet van ingeslotenheid
8. Wet van ingevulde hiaat
9. Wet van continuïteit
10. Wet van ervaring
11. Wet van gelijke bestemming