Definitie balans: een overzicht van de bezittingen, de schulden en het
eigen vermogen van een entiteit zoals een onderneming, instelling of
persoon, op een bepaald moment.
Vaste activa = >1 jaar of productieproces
- Materiële vaste activa (>10 jaar): machines, gebouwen, bedrijfsauto’s,
transportmiddelen
- Immateriële vaste activa: patenten, goodwill
- Financiële vaste activa: gekochte aandelen, door de onderneming
verstrekte leningen
Vlottende activa = <1 jaar of productieproces
Langlopend vreemd vermogen = >1 jaar voor aflossing/ afbetaling (bv.
Voorziening, bancaire lening)
Kortlopend vreemd vermogen = <1 jaar voor aflossing/ afbetaling (bv.
Rekening Courant)
Debet Balans per 31-03-2017 Credit
Bedrijfspand € 32.500 Eigen vermogen € 30.900
Voorraad € 55.800 Bankschuld € 95.000
Debiteuren € 12.300 Crediteuren € 45.800
Liquide middelen € 71.100
Totaal € 171.700 Totaal € 171.700
Resultatenrekening: (overzicht omzet en kosten)
Definitie: een periode-overzicht van alle opbrengsten en kosten van een
onderneming.
Boekwinst komt bij resultaat voor belasting
Omzet = aantal verkochte producten x verkoopprijs (excl. Btw)
Inkoopwaarde verkopen = aantal verkochte producten x inkoopwaarde
Brutomarge = (omzet – inkoopwaarde verkopen) / omzet x 100 %
brutowinst / omzet x 100 %
Brutomarge per product = (verkoopprijs – inkoopwaarde) / verkoopprijs x
100 %
Variabele directe kosten: bv grondstofkosten, verpakkingskosten
Variabele indirecte kosten: bv distributiekosten, energiekosten
vaste directe kosten: bv afschrijvingskosten, personeelskosten 1 product,
marketingkosten
vaste indirecte kosten: bv personeelskosten management of financiën,
afschrijvingskosten, financieringskosten
indifferentiepunt = punt waar de kosten van alternatieve
productietechnieken gelijk zijn
Totale kosten voor diensten door derden = kosten zonder productiekosten
IWO = inkoopwaarde omzet
,- bij financiële baten moet ook de rentelasten van het VV worden neergezet
Kosten zijn op geld gewaardeerde inspanningen ten behoeve van de
uitoefening van een activiteit in een bepaalde periode.
- Bij de bepaling van de kosten is het niet relevant of deze kosten al zijn
betaald, vooruitbetaald zijn, of achteraf betaald zullen worden.
Uitgaven zijn alle uitgaande geldstromen van een onderneming in een
bepaalde periode
- Dit kunnen kosten zijn, maar dit is niet noodzakelijk
Opbrengsten creëert het bedrijf door de verkoop van goederen of
diensten in een bepaalde periode.
Ontvangsten zijn alle geldstromen die binnen komen in een bepaalde
periode.
• Het liquiditeitsoverzicht is het overzicht van alle inkomende geldstromen
(ontvangsten) en uitgaande geldstromen (uitgaven) van een onderneming
in een bepaalde periode.
- Dit zijn geldstromen die zowel vanuit de kas (chartaal) als vanuit de bank
(giraal) plaatsvinden.
- Het liquiditeitsplan vormt de basis van het financieringsplan van een
onderneming.
- Hiermee kan een onderneming bepalen of, en wanneer zij een
liquiditeitstekort heeft.
Het liquiditeitsoverzicht geeft inzicht in:
- de liquiditeitspositie van de onderneming
- de kwaliteit van de behaalde winst
- de manier waarop activiteiten worden gefinancierd
,- netto ontvangsten = totale ontvangsten – totale uitgaven
- eindsaldo liquide middelen = netto ontvangsten + beginsaldo liquide middelen
Exploitatiebegroting definitie: hierin staan de verwachte omzet en kosten van uw
bedrijf voor een langere periode. Meestal voor 1 tot 3 jaar.
Solvabiliteit is de mate waarin een onderneming kan voldoen aan haar
schulden op de lange termijn. Het gaat hier om de lange termijn, maar let
op: zowel de korte termijn- als lange termijnschulden moeten
meegenomen worden.
De solvabiliteitsberekening geeft aan welk deel van het totaal vermogen
uit eigen vermogen bestaat. Bij deze ratio wordt het eigen vermogen als
buffer gezien, dat weerstand biedt in slechte tijden. De weerstand neemt
dus toe naarmate het eigen vermogen groter is ten opzichte van het totaal
vermogen.
Formule van solvabiliteit: Eigen vermogen / Totaal vermogen
De klassieke berekening van solvabiliteit met het eigen vermogen en het
balanstotaal is een zogenaamde statische benadering. Deze wordt
namelijk berekend en bepaald op basis van de huidige balansposten.
Omdat deze berekening niet ver vooruit kan kijken, het geeft alleen de
huidige stand van zaken weer, en is deze minder belangrijk voor een bank
als deze een meerjarige lening wil uitgeven aan een klant.
Dynamische solvabiliteit gaat ook over het vermogen om aan de
financiële verplichtingen te voldoen op langere termijn. De dynamische
solvabiliteit wordt meestal berekend op basis van een begroting.
Een belangrijke wijze om de dynamische solvabiliteit te beoordelen is met
behulp van de rentedekkingsfactor. Deze factor wordt berekend op basis
van gegevens uit de resultatenrekening.
Rentedekkingsfactor = Bedrijfsresultaat / interestkosten
De rentedekkingsfactor geeft inzicht in hoeverre het bedrijfsresultaat nog
kan dalen tot het punt dat de interestkosten niet meer betaald kunnen
worden uit de resultaten van de onderneming. Dit is het geval als de
rentedekkingsfactor kleiner is dan 1. Een score van boven de 2,5 wordt als
minimum beschouwd door banken om een lening te verstrekken.
, • Een alternatieve manier om hetzelfde als de solvabiliteit uit te drukken is
de debt ratio. Deze ratio werkt precies andersom als de
solvabiliteitsberekening en geeft aan welk deel van het totaal vermogen
uit vreemd vermogen bestaat. Dus de solvabiliteit verslechtert als de debt
ratio toeneemt.
• Formule debt ratio: Vreemd vermogen / totaal vermogen
• De debt ratio en de solvabiliteit van een onderneming tellen samen altijd
op naar het getal 1.
• De solvabiliteit is één manier om te laten zien dat de onderneming
financieel gezond is. Deze solvabiliteitsberekeningen worden door de bank
verwacht bij het aanvragen van een lening. Banken lenen immers liever
geld uit aan ondernemingen die financieel gezond zijn.
• Indien de waarde van de solvabiliteit boven 35% uitkomt wordt er
bijvoorbeeld gesproken van een goede solvabiliteit. (dit is van meerdere
factoren afhankelijk!)
Netto werkkapitaal = vlottende activa – kort vreemd vermogen (absoluut
getal)
= Eigen vermogen + lang vreemd vermogen – vaste
activa
Bruto werkkapitaal = alle vlottende activa
Het netto werkkapitaal is een financieringsbehoefte. De hoogte van het
netto werkkapitaal wordt bepaald door de tijd die zit tussen deze drie
stappen:
- Hoe korter de producten in voorraad liggen en hoe sneller debiteuren
betalen, hoe minder geld er “opgesloten” zit in het operationele proces.
- Als ondernemingen te veel werkkapitaal hebben, hadden ze dit geld
namelijk ook kunnen gebruiken om te investeren in nieuwe initiatieven.
- Daarnaast kunnen te veel voorraden onnodige kosten met zich
meebrengen. Een tekort aan werkkapitaal zou bijvoorbeeld kunnen
betekenen dat er te weinig voorraad wordt aangehouden om aan de vraag
van de klant te voldoen.
Current ratio = vlottende activa / kort vreemd vermogen
(verhoudingsgetal)
Indien de current ratio groter is dan 1, is de vlottende activa groter dan het
kort vreemd vermogen. De onderneming kan dus direct aan haar
kortlopende schulden voldoen met haar vlottende activa. Is de current
ratio kleiner dan 1, dan is de onderneming minder gezond.
Een bezwaar van de current ratio is dat deze wordt berekend met de
behulp van een balans die meestal een aantal weken na de balansdatum
wordt gepubliceerd. De informatie is op dat moment als enigszins
verouderd en kijkt altijd terug in de tijd.
Daarnaast is de berekening van een de current ratio altijd een vorm van
"statische liquiditeit'. Het is namelijk een momentopname, waardoor
een bijvoorbeeld nieuwe kortlopende schuld die na de balansdatum is
aangegaan niet wordt opgenomen.
Quick ratio = (vlottende activa – voorraden) / kort vreemd vermogen
In vergelijking met de current ratio worden bij de quick ratio de vlottende
activa verminderd met de voorraden. De voorraden dienen namelijk
eerst nog verkocht te worden voordat hiermee het kort vreemd
vermogen afgelost kan worden.