Anatomie
Is de wetenschap die zich bezighoudt met de bouw van het menselijk lichaam, zoals waar
liggen de organen, hoe liggen ze ten opzichte van elkaar, welke bloedvaten zorgen voor het
transport.
Fysiologie
Is de wetenschap die zich bezighoudt met de functie van het menselijk lichaam & de functies
van de verschillende onderdelen.
Pathologie (ziekteleer)
Dit is de studie van het ontstaan & verloop van ziektes, dit is een onderdeel van de
geneeskunde.
Metabolisme (stofwisseling)
Is het totaal aan bewerkingsprocessen dat plaatsvindt in cellen & het lichaam.
De 6 kenmerken van leven, met eenvoudige uitleg
Stofwisseling: het geheel van chemische processen dat plaatsvindt in de cellen & het
organisme, zoals vrijmaken van energie uit de opgenomen stoffen, gebruik van energie
(verbranding), gebruik van bouwstoffen & verwerking & uitscheiding van afvalstoffen.
Metabolisme: 2 afzonderlijke processen: weefselafbraak (katabolisme) & weefselopbouw
(anabolisme).
Katabolisme: het uiteenvallen van grote moleculen in kleinere moleculen. (bv. bij de
spijsvertering in het maag-darmkanaal & tijdens de verbrandingsprocessen in de cellen)
Anabolisme: het totaal van alle opbouwreacties (zoals bij de vorming van eiwitten uit
aminozuren voor de opbouw van de cellen)
Groei: volumevergroting van het lichaam in lengte & gewicht, voedsel & zuurstof zijn
bouwstenen voor groei.
Voortplanting: het ontstaan van nieuw leven, noodzakelijk voor voortbestaan van soort.
Aanpassing: het vermogen om zich aan te passen aan veranderde levensomstandigheden
bv. de toename van het aantal rode bloedcellen (erytrocyten) bij een verblijf in een omgeving
met een relatief lage zuurstofspanning.
Prikkelopvang & prikkelverwerking: het vermogen om te reageren om prikkels vanuit de
buitenwereld of het lichaam zelf, & ze door te geven aan het gehele lichaam & verwerken.
Beweging: door spierwerking kunnen het lichaam & de lichaamsonderdelen veranderen van
vorm & plaats.
Opbouw van klein (cel) naar groot (organisme) met definities van de begrippen
Voorbeelden van orgaanstelsels met 2 of 3 organen ervan
Cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme: de opbouw van het menselijk lichaam van
kleinste eenheid tot de grootste.
Cel: kleinste eenheid, fundamentele bouwsteen van het menselijk lichaam.
Weefsel: een groep cellen die naar bouw & functie bij elkaar horen met de bijbehorende
tussenstof, zoals spierweefsel & zenuwweefsel.