Riddertijdperk: edele lieden die vochten voor de koning (en het volk), dit was een
eerbaar beroep en je kreeg veel aanzien.
Vanaf 1100 komt ridderliteratuur in de volkstalen ( niet in het latijn). Het zijn
rijmverhalen zodat ze makkelijk over te brengen zijn. vanwege culturele
diversiteit, diverse overleveringen,
Karelromans (‘voorhoofs’)
Hoofse romans (keltische, oosterse, klassieke roman)
Karelromans:
- Frankische romans
- Verhalen verwijzen naar koning karel de grote
- Heldhaftige verhalen, grote veldslagen
- Eer trouw aan de koning, centrale themas
- Slechterik/verrader wordt gstraft
- Vrouw speelt bijrol
Karel en de elegast
- Brabantse/vlaamse ridderroman
- Bijzonder: karel de grote is hoofdpersoon
- Verbannen ridder elegast, blijft trouw aan zijn koning, gaat niet stelen bij
koning maar kiest voor zwager eggeric.
- Eer, trouw aan de koning, maar koning maakt fouten (komt tot inkeer)
Hoofse romans:
Arthurromans/ keltische romans, oostersche romans, klassieke romans.
Arthurroman:
- Verwijst naar fictieve koning arthur.
- Sprookjesachtige, wonderlijke sfeer
- Eer, hoffelijkheid ridder voorop
- Trouw aan opdracht, eer, vrouw staat centraal
- Slechterik/verrader wordt gestraft
- Vrouw speelt belangrijke rol en moet veroverd worden
- Queeste
Theocentrisme: god in het midden
Momento mori: gedenk te sterven
Veel literatuur was geestelijk van karakater.
Verhaalmotieven geestelijke literatuur:
- Boetedoening: verhalen zoals de reis van sint brandaan
- Marialegendes (genade): verhalen zoals beatrijs en mariken van
nieuwegijn
- Trouw betonen: ridderliteratuur