25/62, Plaumann week 4
de rechtsregel van Plaumann is dat je als particulier moeilijk toegang krijgt tot het Hof
gaan en dat je alleen rechtshandelingen kan aanvechten waarin de particulier individueel
geraakt wordt. in deze zaak werd de firma niet individueel geraakt en was daarmee geen
beroepgerechtigde.
26/62, Van Gend en Loos week 3
de rechtsregel van Gend en Loos is dat is vastgelegd dat de EU een eigen rechtsorde vormt,
onafhankelijk van het nationale recht van de lidstaten. Dit brengt met zich mee dat het EU-
recht rechten en verplichtingen kan doen ontstaan ten opzichte van particulieren. Het EU-
recht is autonoom en kan dus uit zichzelf rechten en plichten doen ontstaan en niet alleen
dus het EU-recht dat in de verdragen is toegekend. Door de soevereiniteitsoverdracht
heeft de EU bevoegdheden gekregen door middel van haar organen om te beslissen over
de beleidstereinen ten aanzien waarvan er soevereiniteit is overgedragen.
6/64, Costa/ENEL week 3
Het Costa/ENEL arrest makat duidelijk dat nationaal recht geen afbreuk kan doen aan EU-
recht. Anders gezegd, EU-recht heeft voorrang ten opzichte van nationaal recht.
8/74, Dassonville week 5
de oorspronkelijke definitie van het begrip 'maatregel van gelijke werking' is in het arrest
Dassonville uit 1974 te vinden.
Volgens het Hof is als maatregel van gelijke werking te beschouwen 'iedere
handelsregeling der lid-staten die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks,
daadwerkelijk of potentieel, kan belemmeren.'
De vraag of het volgens art. 34 VWEU alleen discriminerende maatregelen verboden
waren of dat alle maatregelen discriminerend of niet die de handel tussen de lidstaten
beperken werd niet beantwoord omdat het in Dassonville alleen om een discriminerend
voorschrift ging. Het ging echter om een productseis (certificaat van schotse whiskey was
voor alleen buitenlandse producten vereist).
om dual burden te voorkomen wordt een dubbel stelsel van regels (die van de lidstaat van
oorsprong en die van de lidstaat van invoer) door 1 enkel stelsel van regels (die van de
lidstaat van oorsprong) vervangen.
de keerzijde van het beginsel van wederzijdse erkenning/aanvaarding is dat er een
zogenoemde race to the bottom of Delaware-effect ontstaat. Dit betekent dat lidstaten
met elkaar zouden kunnen concurreren om de meest coulante regels vast te stellen. Door
het beginsel van wederzijdse erkkenning/aanvaarding geniet het product van het priviliege
om in alle andere lidstaten (dan de lidstaat van oorsprong hoe hij op de markt is
(vervaardigd te worden) op de markt te worden gebracht. Als een product namelijk aan de
, regels van de lidstaat met de meest coulante regelgeving voldoet, geniet hij dus van het
wederzijdse erkenning/aanvaarding beginsel. Dit probleem werd door de Duitse regering
in het arrest Cassis de Dijon aangekaart.
oplossing voor keerzijde beginsel van wederzijdse erkenning/aanvaarding is harmonisatie
van wetgeving op EU-niveau.
Ten derde heeft het Hof in het arrest Cassis de Dijon een nieuwe rechtvaardigingsgrond
voor schendingen van art. 34 VWEU gecreerd: de zogenoemde rule of reason
30/77, Regina/Bouchereau week 6
beperking van het vrije verkeer van personen op grond van openbare orde
106/77, Simmenthal II
120/78, Rewe-Zentral (Cassis de Dijon) week 5
de betekenis van een maatregel van gelijke werking werd duidelijker uitgelegd in het
cassis de dijon arrest. Het Cassis de Dijon arrest maakt duidelijk dat onder het begrip
maatregelen van gelijke werking alle belemmeringen van het handelsverkeer tussen de
lidstaten vallen ook al hebben zij geen discriminerend karakter.
(likeuren met een alcoholpercentage van minder dan 25% mochten niet op de Duitse
markt verhandeld worden, ongeacht de oorsprong van het product.)
kort gezegd art. 34 VWEU houdt een verbod van alle handelsbelemmeringen in. dit is een
hele ruime uitleg van het verbod.
ook is het beginsel van wederzijdse erkenning/aanvaarding geformuleerd in Cassis de
Dijon
Het beginsel van wederzijdse erkenning/aanvaarding wil zeggen dat producten die op een
rechtmatige manier (volgens de geldige wetgeving) in 1 lidstaat zijn vervaardigd en op de
markt zijn gebracht in principe in alle andere lidstaten tot de markt moeten worden
toegelaten zonder dat de lidstaat van invoer zijn eigen regels op deze producten mag
toepassen. anders zou dit leiden tot een dual burden, want dan moet een producent
telkens per lidstaat zijn product moeten aanpassen aan de geldige wetgeving voor een
bepaald product in een lidstaat. dit belemmert de handel.
8/81, Becker
C-283/81, CILFIT week 4
rechtsregel van CILFIT is dat de 2 uitzonderingen voor een hoge rechter om een
prejucidiele vraag te stellen zijn vastgelegd. De eerste uitzondering staat bekend als de
acte eclaire: als een bepaalde kwestie al is verduidelijkt door het Hof dan hoeft de