Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting voorgeschreven literatuur rechtseconomie voor criminologen Universiteit Leiden

Beoordeling
-
Verkocht
5
Pagina's
64
Geüpload op
01-06-2025
Geschreven in
2024/2025

In de samenvatting staan de relevante hoofdstukken / artikelen voor het vak rechtseconomie voor criminaliteit in een (complete) samenvatting. Voor jaar 2 Bachelor Criminologie op Universiteit Leiden.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting literatuur rechtseconomie

Week 1 Ontwikkeling criminaliteit in het licht van RKT (Rationele Keuze Theorie)
Boek: H1, 2, 4, 5

H1 Economie van misdaad en straf in vogelvlucht
Het is bekend dat de politie / justitie meer aandacht besteden aan het oplossen van zwaardere
delicten dan alledaagse delicten → het ophelderingspercentage ligt daarom bv bij moord veel hoger
dan bij fietsendiefstal en de straf is veel hoger. Waarom? → een vrijbrief voor een zwaar delict heeft
grotere impact / gevolgen / schade op de samenleving. Ook kunnen burgers zelf makkelijk hun fiets
extra beveiligen met een slot → politie maakt dus een vrij simpele economische keuze voor de inzet
van hun personeel. Want: door de inzet van middelen voor politie en justitie moeten dingen worden
opgeofferd (bv tijd had aan iets anders kunnen worden besteed) → kosten. Maar er zijn ook baten;
veiligheid / bescherming burgers / orde etc → wegen hier al gauw op tegen de kosten. Ook zouden
heersende normen en waarden snel verdwijnen als er niet zou worden gehandhaafd en zou de
samenleving ontsporen, bv doordat burgers het recht zelf in handen gaan nemen (eigenrichting). Bv
fietsendiefstal lijkt minder belangrijk: het levert per fiets niet heel veel schade op, en is een ‘fact of life’
geworden → jaarlijks worden er echter honderdduizenden gestolen, maar handhaving intensiveren
zou zo veel kosten meebrengen dat het de baten zou overstijgen → dus beginnen we er niet aan.

Een economische analyse van criminaliteit kan heel nuttig zijn voor het ontwikkelen / voorbereiden
van beleid: kan info geven over de mogelijke effecten van politieoptreden en/of een maatregel lonend
kan zijn (het kost namelijk geld → hier wil de burger die betaalt wel wat voor terug krijgen). Via een
maatschappelijke kosten-batenanalyse (economische methode) kan worden vastgesteld of de
maatschappelijke baten de kosten overstijgen → dan is het een efficiënte keuze die de
maatschappelijke welvaart doet toenemen → dus een positief beleidsadvies (anders niet).
Maar: de economie van misdaad en straf focust ook veel op rechtssubjecten (dus individuen in de
maatschappij) en daarmee de kosten-batenanalyse op micro-niveau. De vraag die men dan
bestudeert is:
-​ Leiden veranderingen in omstandigheden tot veranderingen in (feitelijk) gedrag? → kijken
naar veranderingen die invloed hebben op de kosten en baten die in de afweging worden
meegenomen.

Veronderstellingen van het ‘standaardmodel’ van kosten-batenanalyse in de economie:
★​ individuen maken rationeel keuzes en handelen rationeel.
★​ niet alle mensen zijn gelijk, men verschilt namelijk in preferenties (economische voorkeuren),
deze kunnen gaan om materiële, maar ook immateriële zaken. De preferenties hebben (voor
criminaliteit) vaak betrekking op:
●​ tijd = kortzichtig of meer op lange termijn kijken (bv op korte termijn baten → snel
behoeften bevredigen, maar op lange termijn kosten)
●​ (on)zekerheid / risico = meer risicoavers of juist risicominnend
★​ individuen maken geen perfecte beslissingen → het verzamelen en verwerken van informatie
brengt ook kosten met zich mee, en men maakt vaak snel keuzes → dus meestal niet volledig
geïnformeerd en beraden (meer ‘split second’ keuzes).
★​ ook maken individuen niet per se bewust rationele beslissingen; vaak gaat het ‘op de
automatische piloot’
★​ de economie sluit niet uit dat emoties ook een rol spelen in het maken van keuzes (maar
mogelijk minder nadruk op dan binnen de criminologie)
★​ de economie theoretiseert over het gedrag van het gemiddelde individu; niet ieder individu
afzonderlijk, maar het gedrag van individuen als geheel (om dit gedrag te kunnen voorspellen
als / voordat omstandigheden veranderen).




1

,Op deze manier wordt beredeneerd dat men dus ook keuzes maakt mbt criminaliteit: het al dan niet
naleven van de norm is product van een afweging van baten en kosten die het gevolg zouden zijn van
het overtreden van de norm. Hierbij zijn er dus meerdere soorten kosten en baten denkbaar:
-​ baten
➢​ materieel = een goed / geld
➢​ immaterieel = opluchting, opwinding, wraak etc.
-​ kosten
➢​ kosten voor voorbereiden / uitvoeren van delict (bv plan maken, breekijzer kopen,
omzeilen tegenmaatregelen van potentiële slachtoffers etc).
➢​ kan gevoelens van spijt / wroeging oproepen → persoonlijke drempel (intern, komt
straks nog terug)
➢​ kosten als men ontdekt wordt: strafrisico en gevolgen op sociaal vlak (bv afwijzing /
stigmatisering) en op de arbeidsmarkt (baan verliezen, strafblad etc)
Wanneer een individu in de gelegenheid komt tot het overtreden van de norm, en de kosten de baten
overstijgen, is er grote kans dat het individu de regels zal overtreden.

Relevant is dus vooral alle maatschappelijke ontwikkelingen die aanleiding kunnen geven tot een
verandering in de kosten en baten van crimineel gedrag → bv. (indirecte) oorzaken als werkloosheid
en verdeling van inkomens.
Vooral relevant is het strafrisico: de gemiddelde sanctie die een overtreder kan verwachten als
gevolg van optreden van politie / justitie → hier kan de overheid dus invloed op uitoefenen (en
daarmee kosten en baten ook beïnvloeden). Deze wordt berekend door de pakkans (p) x strafmaat
(f) van de sanctie → bv bij fietsendiefstal een laag ophelderings% en lichte straf = laag strafrisico (vs
moord: hoog strafrisico). Maar: het gaat hierbij wel om de perceptie van individuen; zij kunnen de
pakkans / strafmaat anders inschatten / ervaren (invloed op de hoogte van kosten).
Echter: een klein strafrisico leidt niet per se tot een grote hoeveelheid normovertredingen; hierin zijn
niet alle kosten en baten meegenomen en is de gelegenheid ook buiten beschouwing gelaten → het
gaat dus niet puur om afschrikking door het strafrisico, er wegen meerdere elementen mee.
Maar: ook de heersende maatschappelijke normen en waarden kunnen erg relevant zijn om mee te
nemen in de analyse naar kosten en baten (let op: dit gaat iets verder dan het economische
‘standaardmodel’, past meer bij de criminologische RKT).

De overheid kiest voor een bepaalde mate van handhaving die (ideaal gezien) de meeste baten en
minste kosten oplevert: een balans tussen de kosten van handhaving en criminaliteit → maar de
overheid is vaak niet volledig in staat aan de knoppen te draaien vanwege een aantal complicaties:
-​ politieke processen spelen een grote rol voor de ingezette lijn tav beleid en prioriteiten /
beschikbare middelen
-​ de overheid stuurt niet alles centraal; vaak op decentraal niveau ruimte voor nadere invulling
van beleid, politie / OM kunnen bv niet opsporen / vervolgen en rechter heeft ruimte in
sanctieoplegging
-​ niet alleen de overheid speelt een betekenisvolle rol; bv potentiële slachtoffers kunnen zelf
ook actie ondernemen door bv extra maatregelen te nemen.
Dus; er is sprake van een strategische interactie tussen deze complicaties, wat het lastig maakt om
gedragsverandering aan 1 oorzaak toe te schrijven; burgers, overheid en uitvoerende instanties
hebben invloed op elkaar. Het bekendste vb van de strategische interactie is het Prisoner’s Dilemma;
de deelnemers hebben hier een dominante strategie, maar in veel andere situaties zijn keuzes vooral
afhankelijk van de keuzes van / interactie met anderen → deze interactie kan uiteindelijk tot een
evenwicht leiden (die bestudeerd kan worden).

Naast het bestuderen van overheidsoptreden, kunnen economen ook kijken naar de regels zelf en het
nut / noodzaak van gesanctioneerde handelingen. Hierbij wordt veelal gekeken naar:




2

, a)​ de schadelijkheid van de handelingen → bepaalt of ingrijpen wenselijk is; hierbij wordt
gekeken naar de negatieve externe effecten die het handelen met zich meebrengen. Vaak
niet privaat handelen, maar handelingen die negatieve gevolgen voor meerderen hebben.
Ook kan het niet-ingrijpen ertoe leiden dat het schadelijke gedrag herhaald wordt (gunstige
uitkomst voor dader, schept namelijk vaak lager gepercipieerd strafrisico). In dit geval is
publiek ingrijpen aangewezen
b)​ Bij ingrijpen; is strafrechtelijk optreden nuttig / nodig of een andere vorm v optreden geschikt?
⇒ kan nl ook via bv mediation, civiel recht, bestuursrecht en als ultimum remedium strafrecht
(zwaarste vorm v ingrijpen, oa vanwege geweldsmonopolie en zware sancties)

Kortom = vanuit economisch perspectief wordt vaak nadruk gelegd op de strafbaarstelling van
bepaalde handelingen en de afschrikkende en preventieve werking van deze strafbaarstellingen
(en overheidsoptreden) → dit werkt echter alleen als de strafbaarstellingen en daarmee het
strafrisico voorspelbaar zijn: als deze willekeurig zijn zou het niet eens uitmaken of je het delict wel
of niet hebt gepleegd: je kan toch al gepakt worden. Rechten voor verdachten / het garanderen dat
enkel schuldigen straf krijgen is daarmee van belang om de preventieve functie te bewerkstelligen.

Andere bate van het strafrecht is oa het voorkomen van eigenrichting; zo kan de wens op vergelding
op een collectieve wijze plaatsvinden en wordt chaos en wanorde in de samenleving voorkomen (als
het strafrecht dus goed functioneert) ⇒ beter voor de welvaart. Ook levert het strafrecht
schaalvoordelen op: de recherche kan opsporen, OM vervolgen; zij zijn in hun taken gespecialiseerd
en als iedereen dit zelf zou moeten doen zou dit gepaard gaan met veel hogere kosten.

Daartegenover staan wel handhavingskosten: nodig om functie van het strafrecht waar te maken →
inzet van middelen voor opsporing, vervolging en berechting, maar ook CJIB, reclassering en
gevangenissen die sancties ten uitvoer leggen. Zo lang de maatschappelijke baten van het
verminderen / voorkomen van schadelijke (criminele) gedragingen de kosten van handhaving en
tenuitvoerlegging overstijgen, is strafrechtelijke handhaving (economisch gezien) zinvol.
Bij het bepalen van het strafbaar stellen van bepaalde gedragingen moet dus ook worden nagedacht
of de baten die dit waarschijnlijk oplevert de kosten voor handhaving zal overstijgen of niet → zo niet,
dan is het mogelijk beter om hier vanaf te zien (vanuit economisch perspectief).




H2 Criminaliteit in Nederland
Het hoofdstuk gaat over de omvang, ontwikkeling en samenstelling van criminaliteit in Nederland →
eerst moet daarvoor een strafbaar feit worden gedefinieerd. Dit zijn handelingen die strafbaar zijn
gesteld; in NL onderverdeeld in overtredingen en misdrijven → de politie registreert delicten, maar
vooral de misdrijven (zwaarder). Aangezien hier dus vaker informatie over te vinden is, geschiedt de
beschrijving van (trends in) criminaliteit in NL vooral adhv misdrijven.

Een strafbaar feit in NL is een menselijke gedraging die valt binnen een wettelijke
delictsomschrijving, wederrechtelijk is en aan de schuld te wijten.
De meeste strafbare gedragingen zijn te vinden in het Wetboek van strafrecht (het commune
strafrecht), maar ook in het bijzondere strafrecht; wetten als WVW, Opiumwet, Wet wapens en
munitie etc. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen overtredingen (meer mala prohibita; regels om
maatschappelijke orde te handhaven) en misdrijven (meer mala in se: gedrag dat vanuit de
heersende opvatting / overtuiging door burgers wordt afgekeurd → meer moreel verwerpelijk). Soms
onderscheid niet helemaal duidelijk → relevant, want alleen bij misdrijven is vrijheidsstraf mogelijk.

Om inzicht te krijgen in de prevalentie en ontwikkeling van criminaliteit in NL worden grofweg 2
bronnen het vaakst gebruikt:



3

, ●​ (door politie) geregistreerde misdrijven = dit zijn misdrijven waarbij een proces-verbaal is
opgesteld door politie → het gaat dus enkel om bij de politie bekende delicten. De misdrijven
kunnen bij de politie bekend worden via:
-​ brengdelicten = via aangiftes van burgers
-​ haaldelicten = via opsporingsautoriteiten zelf bekend geworden (bv alcoholcontroles)
Ontwikkeling van criminaliteit volgens de geregistreerde misdrijven;
sinds de jaren ‘50 is criminaliteit in NL sterk gestegen, sinds 2002 juist sterk gedaald. In 2005
veranderde de wijze van registratie vd politie, maar zette de daling zich nog steeds door. In
2015 was de grootste categorie delicten vermogensdelicten, daarna verkeersmisdrijven en
vernieling / beschadiging, daarna geweldsdelicten. Maar: de samenstelling van de
geregistreerde criminaliteit verandert wel constant. De verschillende 'categorieën'
ontwikkelden dus niet allemaal op exact dezelfde wijze.
Voordeel aan de registraties is dat deze gedurende lange tijd op relatief dezelfde wijze zijn
bijgehouden en daardoor goed te vergelijken zijn (min of meer: wel mogelijk gewijzigde
patronen in aangiftebereidheid burgers en registratiepatroon v politie).
Problemen politieregistraties:
➢​ onduidelijk in hoeverre de patronen feitelijke ontwikkelingen weergeven of gevolg zijn
van een verandering in de wijze van registratie (bij politie) / aangiftebereidheid (van
burgers) van misdrijven → ook kunnen sommige delicten bij verschillende
categorieën worden ondergebracht / geregistreerd.
➢​ dark number van criminaliteit blijft onbekend: alleen bij de politie bekende delicten
worden geregistreerd (ook kunnen selectie / filtering / discriminatie een rol spelen)
➢​ bij niet alle gemelde delicten wordt een proces-verbaal opgesteld en er zijn nog
slachtofferloze delicten die niet via aangifte / opsporing bij politie bekend worden.
●​ feitelijk gepleegde criminaliteit → slachtofferenquêtes = kunnen beter inzicht geven in de
dark number. Er wordt hierbij dmv een steekproef aan de bevolking / het bedrijfsleven
gevraagd naar de mate waarin men slachtoffer is geworden van criminaliteit (gedurende een
bepaalde periode, vaak afgelopen jaar). Nadeel = door de verschillende afgenomen enquêtes
(qua vraagstelling, waarnemingsperiode en steekproeftrekking) zijn uitkomsten hiervan vaak
lastig te vergelijken. Door steekproefresultaten ‘op te hogen’ kan een schatting worden
gedaan van het totale aantal delicten in Nederland. Deze geven echter geen compleet beeld
van criminaliteit vanwege een aantal problemen:
-​ niet alle personen en bedrijven komen aan bod in de enquêtes → bv niemand jonger
dan 15 of toeristen
-​ niet alle misdrijven aan de orde, vaak beperkt aantal veelvoorkomende delicten
-​ slachtofferloze delicten (bv drugsbezit, rijden onder invloed etc) komen niet aan bod

Schatting van alle gepleegde misdrijven → hierbij wordt dus de dark number die niet via
slachtofferenquêtes bekend kan worden (zoals slachtofferloze delicten) geschat aan de hand
van de bekende cijfers. Bij de vangst / hervangstmethode worden politiegegevens hiervoor
gebruikt; binnen elke deelgroep wordt op basis van het aantal aanhoudingen betreffende de
delicten (en frequentie hiervan) geschat wat de pakkans is van de deelgroep en welk deel dus
verborgen blijft → dit levert een schatting op voor het totale aantal delicten in NL. Maar: nog
steeds een groot onzekerheidsmarge.
Problemen slachtofferenquêtes:
➢​ de enquêtes zijn retrospectief; er wordt gevraagd naar slachtofferschap, vaak in de
voorgaande 12 maanden → respondenten hebben vaak neiging om minder recente
gebeurtenissen naar voren te schuiven (telescoping) → leidt tot vertekening en
overschatting van de gepleegde criminaliteit
➢​ mogelijke vertekening via het responseffect; eventueel selectie in de non-respons →
leidt ook tot vertekening (vaak non-respons het hoogst bij groepen die het vaakst
slachtoffer worden, jonge mannen ⇒ onderschatting criminaliteit).



4

Documentinformatie

Geüpload op
1 juni 2025
Aantal pagina's
64
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€5,76
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lauralascher Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
18
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
7
Laatst verkocht
4 dagen geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen