Algemene principes
HC 1, 2-9
Recap neurofysiologie en anatomie
Herhaling
Neurotransmissie is het proces van neurotransmitter (NT) afgifte -> onjuist.
- Neurotransmissie -> gaat over signaaloverdracht, dus ook het detecteren van neurotransmitter.
Depolarisatie-fase van de actiepotentiaal wordt gereguleerd door kaliumstromen -> onjuist.
- Depolarisatie -> veroorzaakt door de influx van natrium.
Excitotoxiciteit is vaak het gevolg van een herseninfarct -> juist.
- Glutamaat een neurotransmitter speelt een belangrijke rol bij excitotoxiciteit en komt vrij na een infarct.
Benzodiazepines stimuleren glutamaat receptoren in de amygdala en nemen daarmee angst klachten weg ->
- Benzodiazepines stimuleren GABA receptoren, waardoor glutamaat activiteit juist geremd wordt. onjuist.
Acetylcholine zorgt voor de contractie van skeletspieren -> juist.
- maar kan bijv. ook voor de relaxatie van de hartspier zorgen.
Cellen ven het brein, synapsen en neurotransmitter blaasjes
Leerdoelen:
- Je kent de verschillende celtypen in het brein en je kan hun functie uitleggen.
- Je kan uitleggen hoe een actiepotentiaal tussen neuronen kan worden overgedragen.
2 celtypen van het brein
- Grijze stof -> cellichamen (is in werkelijkheid donkerroze).
- Witte stof -> oligodendrocyten, deze maken myeline.
- Gliacel (rood) -> maakt uitlopers en contact met de omgeving.
- zijn vaak platter.
Neuronen bestaat uit verschillende componenten
- axon -> zendende stuk dendrieten -> ontvangers, deze bevatten spines.
Neuronsignaal door actiepotentiaal
- Een neuron heeft eerst een potentiaal van ± -60/-60 mV.
- Actiepotentiaal zijn snelle en korte veranderingen in het
membraanpotentieel van neuronen.
- depolariseren -> Na naar binnen, t/m +30 mV.
- hyperpolariseren -> K naar buiten bij +30 mV.
- Depolarisatie door Na de cel in.
- absolute refractaire periode -> alles-of-niets principe (GEEN nieuwe actiepotentiaal)
- Repolarisatie door K de cel uit.
- relatieve refractoire periode -> alles-of-niets principe
- Een actiepotentiaal heeft een richting.
- Vaak van presynaptische cel naar postsynaptische cel.
, (0.) Rustende membraan potentiaal, bij -70 mV.
1. Depolarisatie van de drempel, bij -60 mV.
- drempelwaarde (-60 mV) wordt overschreden.
2. Activatie van Na-kanalen en snelle depolarisatie, bij +10 mV.
- absolute refractaire periode -> cel is ongevoelig voor andere elektrische fluxies.
- bijv. voltage afhankelijke membranen waarbij Na naar binnen stroomt.
3. Inactivatie Na-kanalen en activatie van K-kanalen, bij +30 mV.
- bijv. voltage afhankelijke membranen waarbij K naar buiten stroomt.
4. Terugkeer naar normale permeabiliteit (repolarisatie), bij -90 mV.
- relatieve refractaire periode -> is lastig om een nieuw actiepotentiaal te beginnen.
- want, het verschil is dan groter dan bij het rustende membraanpotentiaal.
(5.) Rustende membraanpotentiaal, bij -70 mV.
Neuronaal netwerk
- van presynaptische cel --naar--> postsynaptische cel.
Gliacellen -> steuncellen, er zijn verschillende types en hun eigen functie:
- astrocyte -> regulatie van neurotransmissie.
- behouden de homeostase of het CZS, van: water, ionen, NT, metabolieten en weefselherstel.
- functie en fysiek verschijnsel: bloed-hersen barrière (afsluiten van bloedvaten d.m.v. de uitlopers).
- veel medicijnen komen door de barrière niet op de juiste plek.
- oligodendrocyten -> myelinisatie van meerdere axonen.
- CZS -> oligodendrocyten perifeer -> Schwann cel
- functie van myeline: actiepotentiaal gaat sneller door het brein.
- kanalen komen in groepjes, dus het actiepotentiaal zal verspringen.
- ? geen ruimte grote uitlopers -->
- multiple sclerosis -> afbraak van myeline -> aansturing van skeletspieren
moeilijk en pijnprikkels.
- microglial cellen -> onderdeel van immuunsysteem (macrofagen) en dus cruciaal.
- er ontstaat schade als ze te veel actief zijn.
-> 10x meer dan neuronen.