Hoofdstuk 1,2,3,5,6 en 8
Inhoud
Het palet van de psychologie..................................................................................................................1
Essayvragen H1 Het Palet van de Psychologie. Een palet vol theorieën.............................................2
Essayvragen H2 Het Palet van de Psychologie. De psychoanalyse......................................................7
Essayvragen H3 Het Palet van de Psychologie. Het behaviorisme....................................................15
Essayvragen H5 Het Palet van de Psychologie. De cognitieve psychologie.......................................24
Essayvragen H6 Het Palet van de Psychologie. De systeemtheorie..................................................36
Essayvragen H8 Het Palet van de Psychologie. De biologische psychologie.....................................45
Herhalingsles....................................................................................................................................51
1
,Essayvragen H1 Het Palet van de Psychologie. Een palet
vol theorieën
1. Wat is psychologie?
Voor psychologie is een duidelijke definitie niet mogelijk. In dit boek is de definitie:
Psychologie is een wetenschap die zowel het Gedrag van mensen bestudeert als de
Gevoelens en Gedachten die ze hebben bij het ervaren van hun gedrag en de
omstandigheden waarin dit plaatsvindt.
2. Waarin verschilt psychologie van andere wetenschappen?
Bij wetenschap is er intern (binnen een wetenschap) en extern (vanuit andere
wetenschappen) is het object (het studieonderwerp) goed te formuleren. Bij psychologie is er
zowel intern als extern geen eenduidigheid over het object.
3. Wat betekent lifetimeprevalentie?
Lifetimeprevalentie houdt in hoe groot het deel van een groep mensen is dat ooit in hun
leven een bepaalde stoornis gehad heeft op het moment van het onderzoek nog steeds deze
stoornis heeft.
4. In de psychologie worden maatschappelijke verschijnselen op meerdere manieren
verklaard. Anders gezegd: meerdere theorieën kunnen hetzelfde maatschappelijke
verschijnsel verklaren. Wat zijn theorieën?
Theorieën zijn referentiekaders waaruit psychologen te werk gaan. Ze bieden interpretaties
waarmee verschijnselen bekeken en verhelderd worden. Hierin kent de psychologie een
grote verscheidenheid (variatie).
5. Welke hoofdstromingen van psychologische theorieën komen in Het Palet van de
Psychologie aan bod?
Mensbeelden
Biopsychosociale model: 3 niveaus
6. Wat zijn de drie functies van theorieën?
Systematiserende/ordende weergave van verschijnsel
Verklaren en voorspellen
Heuristische functie: nieuwe voorspellingen (andere situaties)
2
,7. Wat betekent het als er gezegd wordt ‘de waarneming is theoriegeladen’?
Dat betekend dat er geen objectieve waarneming is. Het referentiekader van
wetenschappers bepaalt wat ze zien, waar ze de nadruk op leggen en wat ze verwaarlozen.
Dit is de reden dat psychologen hetzelfde gedrag verschillend kunnen waarnemen en
verklaren.
8. Een van de meest beroemde experimenten in de psychologie is van Stanley Milgram.
Beschrijf kort de inhoud van het experiment. Geef daarbij ook aan wat er onderzocht werd.
In het experiment werd de invloed van de omgeving gehoorzaamheid onderzocht. Dit deden
ze door een proefpersoon die niet wist waar het experiment omging (hij dacht dat het ging
om effect van straf op leren) schokken te geven aan zijn leerling als hij/zij een vraag fout
beantwoorde. Dit onder invloed van een proefleider die zei wat de leraar (de proefpersoon)
moest doen.
9. Wat betekent het als een hulpverleningsmethode ‘evidence based’ is?
Het uitvoeren van een handeling door een beroepsbeoefenaar op zo'n manier dat de
uitvoering is gebaseerd op de best beschikbare informatie over doelmatigheid en
doeltreffendheid.
10. Wat is een mensbeeld?
Een uitdrukking hoe ‘de mens’ opgevat wordt.
Hoe de mens wordt gezien
Hoe de psycholoog kijkt naar de mens
Wat het beeld is dat men heeft van de mens
11. Welke twee aspecten kent een mensbeeld?
Een beschrijving van de kenmerkende eigenschappen (de bodem van het menselijk
bestaan)
Een verwijzing hoe mensen behoren te zijn (het zogenaamde doelbeeld)
12. Menselijk gedrag wordt onderverdeeld in drie niveaus. Welke drie niveaus zijn dit?
Welke drie mensbeelden corresponderen met deze drie niveaus van menselijk gedrag?
- Mechanistisch niveau mechanistische mensbeeld
- Organistische niveau organistische mensbeeld
- Persoonlijk niveau personalistische mensbeeld
3
,13. Wat houden de drie mensbeelden in? Wat zijn de bijbehorende implicaties?
Mechanistische mensbeeld houdt in dat we mensen net als machines opvatten als een
samenstelling van afzonderlijke delen. De onderdelen bewaren hun afzonderlijke
eigenschappen.
De mens is samengesteld uit afzonderlijke delen
Delen van de mens kunnen zelfstandig bestudeerd worden
De mens kan bestudeerd worden los van de sociale of materiële omgeving
Geen onderscheidt tussen mensen en dieren
Organistische mensbeeld houdt in dat mensen worden opgevat als groeiende organismen,
als één geheel. Er is geen opdeling.
De mens is één geheel, een levend groeisel
De mens staat in wisselwerking met zijn omgeving: wederzijdse beïnvloeding
Er worden vergelijkingen getrokken tussen mensen en dieren beiden zijn organismen
die in wisselwerking staan met hun omgeving
Er wordt vanuit gegaan dat het geheel meer is dat alle delen samen
Personalistische mensbeeld houdt in dat het unieke karakter van mensen binnen de levende
natuur wordt benadrukt. Mensen leiden niet alleen een biologisch maar ook een cultureel
leven.
Uniek karakter van de mens, geen vergelijking met dieren mogelijk.
Wordt beïnvloed door cultuur én schept cultuur
Het doelgericht handelen staat centraal: gemotiveerd om iets in de toekomst te
bereiken (zingeving)
Mensen moeten als één geheel bestudeerd worden: het ‘opknippen’ van de mens in
afzonderlijk te bestuderen deeltjes wordt afgewezen
14. Welke drie benaderingen kent de psychologie als het gaat om kennisverwerving?
Leg deze kort uit.
Objectiviteit en controleerbaarheid van de kennisverwerving. Kennis moet verkregen
worde door de objectieve verbanden aan te tonen en door algemeen geldende
wetten (geldend voor het gedrag van alle mensen) te formuleren
De retorische vraag of de verklarende benadering. De mens is meer dan een
optelsom van onderdelen.
Psychologie kan een harde wetenschap zijn.
15. De algemene systeemtheorie is een metatheorie. Wat is een metatheorie?
Metatheorie is een theorie over theorieën.
4
,16. Wat zijn de vijf uitgangspunten van de algemene systeemtheorie?
De werkelijkheid wordt onderscheiden in een aantal lagen. Deze lagen zijn
hiërarchisch geordend (hiërarchisch niveaus).
Elk hiërarchisch niveau wordt opgevat als een systeem met als kenmerk dat het
zichzelf in stand houdt. Dit doet het systeem door het interne en externe evenwicht
te handhaven.
Een hiërarchisch hoger niveau is complexer van aard dan het niveau/niveaus
eronder. Een hoger niveau omvat kenmerken van het lageren niveau maar heeft
teven iets specifieks dat daar niet toe te herleiden is.
Geen enkel niveau is te herleiden tot de niveaus die hoger in de hiërarchie staan.
In het hiërarchie van systeemniveaus staat het vlak ‘persoon, beleving en gedrag’ dat
is het niveau waarmee de psychologie zich voornamelijk bezighoudt.
17. Beschrijf de zes kenmerken van een open systeem.
Dynamisch
Open voor omgeving
Zichzelf zijn via het andere
Werkwoord
Functioneel (‘hoe’)
Relaties primair
18. In welk model wordt de algemene systeemtheorie vereenvoudigd weergegeven?
Welke niveaus bevat dit model? Wat houden deze niveaus in?
De AST wordt weergegeven in het biopsychosociale model. De verschillende systeemniveaus
worden hierin teruggebracht tot het biologische, het psychische en het sociale. Niet alleen
biologische aspecten spelen een rol moor ook psychische en sociale aspecten. Alle drie deze
factoren zijn nodig om het menselijke gedrag te begrijpen.
Hiërarchie van systeemniveaus. Hoe hoger het niveau, hoe complexer het systeem.
19. Wat betekent psychosomatiek?
Er is geen medische (lichamelijke) oorzaak voor een lichamelijke klacht. Waarschijnlijk spelen
er dat andere factoren, zoals psychische, een rol.
5
, Kortom:
1. Wat is psychologie?
2. Wat zijn theorieën? Wat zijn de functies van theorieën?
3. Waar draait het Milgram experiment om?
4. Welke drie mensbeelden worden in de psychologie gebruikt? Onderscheid tussen deze
mensbeelden?
5. Wat houdt de algemene systeemtheorie in?
6. Wat is het biopsychosociale model?
6