Practica
Circulatie en volumeregulatie
Fysiologie: Bloeddruk en pols
Bloeddruk= het resultaat van twee krachten. De ene wordt gegenereerd door het hart dat
bloed de circulatie in pompt; de andere door de arteriën, die weerstand bieden aan de
bloedstroom en de uitrekking van hun wand (in millimeter kwik, mmHG), 120/80 normaal
- Invasief= bloedig, direct, gemeten door naald of katheter in arterie of vene
- Non-invasief= onbloedig, indirect, boven- (systolische) en onderdruk (diastolische)
bepaald
Methode van Riva-Rocci en Korotkoff
Techniek van meten:
- Systolische bloeddruk= bovendruk
Palpatoir bepaald= arteria radialis in de pols wordt niet meer waargenomen
door dicht knijpen arteria brachialis door het manchet. Opnieuw oppompen
maar dan 20 mmHG hoger. De druk wanneer je de pols weer voelt als je het
manchet leeg laat lopen is de palpatoir bepaalde systolische bloeddruk.
Auscultatoir bepaald= stethoscoop plaatsen in ellenboog holte. Laat de druk
dalen en de vaattonen worden hoorbaar.
- Diastolische bloeddruk= onderdruk
Palpatoir bepaald= niet te bepalen
Auscultatoir bepaald= verdwijnen van de tonen is de auscultatoir bepaalde
diastolische bloeddruk.
Factoren die van invloed zijn op de meting positie van de arm, lichaamshouding, emoties,
kwaliteit van de bloeddrukmeters, deflatiesnelheid, auscultatoire stilte, ademhaling, relatie
tussen armomtrek en manchetbreedte, onjuist aanleggen van de manchet, fysieke activiteit
Bloeddrukken tot 140/90 worden nog als normaal gezien (afhankelijk van de leeftijd), hoger
dan 160/95 wijst op hypertensie. Het gebied tussen 140/90 en 160/95 wordt borderline
hypertensie genoemd.
Polsfrequentie normaal= 60-80 slagen per minuut
Polsdruk= verschil tussen systolische en diastolische druk
Nabespreking:
Invasief= voordeel is continue meting en nauwkeuriger, nadeel is ziekenhuis
Non-invasief= nadeel is moment opname, voordeel is snel en praktischer
Lagere bloeddruk tijdens inademing door lagere intra thoracale druk, hogere druk tijdens
uitademing
, Anatomie: Vaten en nieren
Nieren en bijnieren:
Capsula fibrosa (nier kapsel) capsula adiposa fascia renalis (van Gerota)
Vaten en diafragma:
Ligamentum arteriosum= overblijfsel van embryologie, dat het bloed niet naar longen hoeft
als embryo
Diafragma geïnnerveerd door nervus phrenicus, gevasculariseerd door arterie
musculaphrenica, percardiacophrenica, phrenica inferior, aa phrenicaee superiores
Radiologie:
Aortadesectie= door loslaten van de vaatwand
Anurisma= verwijding van een vat
MCV-KR: Pijn op de borst
Vragen ter voorbereiding:
- Welke tractus met bijbehorende aandoeningen kunnen pijn op de borst geven?
De differentiële diagnose= aandoeningen van skelet en/of borstwandspieren
(traumatisch, Tietze, myalgie, artralgie), cardiale ischemie (myocardinfarct,
(instabiele) angina pectoris, pericarditis, aortadissectie), psychiatrisch
(angststoornissen), gastro-intestinaal (refluxoesofagitis, spasmen, galstenen),
vasculair (dissectie van de aorta thoracalis), huidaandoeningen (herpes
zoster), pulmonaal (embolie, pneumothorax, pneumonie)
- Wat zijn de meest voorkomende categorieën (naar tractus) van oorzaken van POB in
de huisartspraktijk en in welke percentages worden deze gezien?
Vaak= skelet- en spierpijn (36-49 %)
Soms= angina pectoris/infarct (16-22 %), gastro-intestinale reflux (2-19 %),
psychiatrisch (5-11 %), herpes zoster
Zeldzaam= longembolie, pneumothorax, pericarditis, thoraxaortadissectie (3-
8 %)
- Welke ziektebeelden die pijn op de borst veroorzaken, vereisen direct handelen?
Hartinfarct, myocardinfarct, angina pectoris, pneumothorax
- Welke anamnestische gegevens en/of bevindingen bij LO wijzen hierop? Dit zijn
tekenen van urgentie of te wel alarmsignalen (= spoedeisende signalen)
Drukkende stekende retrosternale pijn
Acute hevige pijn, gepaard gaande met vegetatieve verschijnselen
Acute pijn en dyspneu (= benauwdheid)
Lage bloeddruk
Zwakke pols
Vasovagale verschijnselen (zweten, misselijkheid)
- Wat is medische context? En wat zijn risicofactoren bij de klacht pijn op de borst met
een cardiale oorzaak?
Hoge bloeddruk, hoog cholesterol, roken, overgewicht, diabetes, stress,
erfelijkheid, reuma, leeftijd, voorgeschiedenis met atherosclerose
- Medische context: hoe speelt afkomst/ etniciteit een rol bij het ontstaan van cardiale
aandoeningen?
Circulatie en volumeregulatie
Fysiologie: Bloeddruk en pols
Bloeddruk= het resultaat van twee krachten. De ene wordt gegenereerd door het hart dat
bloed de circulatie in pompt; de andere door de arteriën, die weerstand bieden aan de
bloedstroom en de uitrekking van hun wand (in millimeter kwik, mmHG), 120/80 normaal
- Invasief= bloedig, direct, gemeten door naald of katheter in arterie of vene
- Non-invasief= onbloedig, indirect, boven- (systolische) en onderdruk (diastolische)
bepaald
Methode van Riva-Rocci en Korotkoff
Techniek van meten:
- Systolische bloeddruk= bovendruk
Palpatoir bepaald= arteria radialis in de pols wordt niet meer waargenomen
door dicht knijpen arteria brachialis door het manchet. Opnieuw oppompen
maar dan 20 mmHG hoger. De druk wanneer je de pols weer voelt als je het
manchet leeg laat lopen is de palpatoir bepaalde systolische bloeddruk.
Auscultatoir bepaald= stethoscoop plaatsen in ellenboog holte. Laat de druk
dalen en de vaattonen worden hoorbaar.
- Diastolische bloeddruk= onderdruk
Palpatoir bepaald= niet te bepalen
Auscultatoir bepaald= verdwijnen van de tonen is de auscultatoir bepaalde
diastolische bloeddruk.
Factoren die van invloed zijn op de meting positie van de arm, lichaamshouding, emoties,
kwaliteit van de bloeddrukmeters, deflatiesnelheid, auscultatoire stilte, ademhaling, relatie
tussen armomtrek en manchetbreedte, onjuist aanleggen van de manchet, fysieke activiteit
Bloeddrukken tot 140/90 worden nog als normaal gezien (afhankelijk van de leeftijd), hoger
dan 160/95 wijst op hypertensie. Het gebied tussen 140/90 en 160/95 wordt borderline
hypertensie genoemd.
Polsfrequentie normaal= 60-80 slagen per minuut
Polsdruk= verschil tussen systolische en diastolische druk
Nabespreking:
Invasief= voordeel is continue meting en nauwkeuriger, nadeel is ziekenhuis
Non-invasief= nadeel is moment opname, voordeel is snel en praktischer
Lagere bloeddruk tijdens inademing door lagere intra thoracale druk, hogere druk tijdens
uitademing
, Anatomie: Vaten en nieren
Nieren en bijnieren:
Capsula fibrosa (nier kapsel) capsula adiposa fascia renalis (van Gerota)
Vaten en diafragma:
Ligamentum arteriosum= overblijfsel van embryologie, dat het bloed niet naar longen hoeft
als embryo
Diafragma geïnnerveerd door nervus phrenicus, gevasculariseerd door arterie
musculaphrenica, percardiacophrenica, phrenica inferior, aa phrenicaee superiores
Radiologie:
Aortadesectie= door loslaten van de vaatwand
Anurisma= verwijding van een vat
MCV-KR: Pijn op de borst
Vragen ter voorbereiding:
- Welke tractus met bijbehorende aandoeningen kunnen pijn op de borst geven?
De differentiële diagnose= aandoeningen van skelet en/of borstwandspieren
(traumatisch, Tietze, myalgie, artralgie), cardiale ischemie (myocardinfarct,
(instabiele) angina pectoris, pericarditis, aortadissectie), psychiatrisch
(angststoornissen), gastro-intestinaal (refluxoesofagitis, spasmen, galstenen),
vasculair (dissectie van de aorta thoracalis), huidaandoeningen (herpes
zoster), pulmonaal (embolie, pneumothorax, pneumonie)
- Wat zijn de meest voorkomende categorieën (naar tractus) van oorzaken van POB in
de huisartspraktijk en in welke percentages worden deze gezien?
Vaak= skelet- en spierpijn (36-49 %)
Soms= angina pectoris/infarct (16-22 %), gastro-intestinale reflux (2-19 %),
psychiatrisch (5-11 %), herpes zoster
Zeldzaam= longembolie, pneumothorax, pericarditis, thoraxaortadissectie (3-
8 %)
- Welke ziektebeelden die pijn op de borst veroorzaken, vereisen direct handelen?
Hartinfarct, myocardinfarct, angina pectoris, pneumothorax
- Welke anamnestische gegevens en/of bevindingen bij LO wijzen hierop? Dit zijn
tekenen van urgentie of te wel alarmsignalen (= spoedeisende signalen)
Drukkende stekende retrosternale pijn
Acute hevige pijn, gepaard gaande met vegetatieve verschijnselen
Acute pijn en dyspneu (= benauwdheid)
Lage bloeddruk
Zwakke pols
Vasovagale verschijnselen (zweten, misselijkheid)
- Wat is medische context? En wat zijn risicofactoren bij de klacht pijn op de borst met
een cardiale oorzaak?
Hoge bloeddruk, hoog cholesterol, roken, overgewicht, diabetes, stress,
erfelijkheid, reuma, leeftijd, voorgeschiedenis met atherosclerose
- Medische context: hoe speelt afkomst/ etniciteit een rol bij het ontstaan van cardiale
aandoeningen?