Week 1 organisatie, strafrechtelijk beleid en opsporing
Organisatie van het OM
oorspronkelijk:
Organisatie na 1999:
1. Minister van justitie (politieke functie) Aanwijzingen van de
minister gaan in tegen de magistratelijkheid die de officier heeft en
gebeurd in de praktijk dus niet zo vaak.
2. college van PG’s (1super PG, hier wordt beleid gemaakt samen met
de MvJ, kijken waar de prioriteiten moeten worden gelegd)
3. RP (resortsparketten)
4. Ap (arrondissementsparketten)
Huidige organisatie van het OM:
Landelijke onderdelen: internationale en nationale en ondermijnende
criminaliteit (= grote criminele netwerken die onze maatschappij
ondermijnen, boven en onderwereld).
Functioneel parket: ondermijnende criminaliteit met als
aandachtspunt: fraude, milieu en ontneming
Parket centrale verwerking OM: verkeerszaken
,Rode draad in hervorming
Doel achter de huidige inrichting van de organisatie:
Schaalvergroting
1. Grotere regioparketten
2. Vergelijkbare organisatie van de regioparketten ongeveer dezelfde
afdelingen, soms andere namen
Specialisme
1. LP, FP, CVOM
2. Taakaccenthouders die verschillende portefeuilles hebben en het beleid
op dat gebied in de gaten houden en landelijk overleg met elkaar
voeren. (vb. zeden, verkeer, jeugd, forensisch, recherche)
Wat doet het OM?
Het OM is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan
brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en
vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere
opsporingsdiensten. De officier van justitie leidt het opsporingsonderzoek.
Wettelijke organisatie van het OM
Art. 134 RO: Het openbaar ministerie bestaat uit:
a. het parket-generaal (art. 131 RO) (leiding: College van P-G’s);
b. de arrondissementsparketten;
c. het landelijk parket;
d. het functioneel parket;
e. het ressortsparket;
f. parket CVOM
Twee kenmerken:
- organisatie met hiërarchische verhouding tot College
, - politieke afhankelijkheid min. J&V (art. 127 RO)
Positie en taak OM
artikel 124 RO (taken OM; opsporen SF, vervolgen SF & toezicht houden op
de uitvoering van straffen)
Vervolgingstaak ex art 167 sv – opportuniteitsbeginsel
Wie kan beslissen om te vervolgen:
OvJ
Minister
Hof art. 12 procedure
Spanningsveld bij het opportuniteitsbeginsel dwingende instructies
binnen OM-aanwijzingen.
Van waarom vervolgen naar waarom niet vervolgen?
Verhouding rechter
rechterlijke toetsing van de vervolgingsbeslissing (marginaal ex 348
sv)
OMNO in vervolging “onverenigbaar met beginselen van goede
procesorde”
Controlemechanismen op de vervolgingsbeslissing:
1. Interne controlelijnen interne klachtprocedures bij de hoofdofficier
2. Politieke controle (ex art 127/128/129 RO)
3. Rechterlijke controle (indirect art 12 sv politiesepot valt hier ook onder
omdat het een uitvloeisel is van het OM-beleid) & 359a niet
ontvankelijkheid, vormverzuimen
4. RC, machtiging geven aan de OvJ, inverzekeringstelling
5. Nationale ombudsman – klacht indienen tegen overheidsoptreden
6. media en maatschappij (middels 2e kamer) houdt ons ook scherp! Vb.
zaken zoals het Marengoproces
Rec(2000) 19: “the role of public prosecution in the criminal justice system’:
taakuitoefening in individuele zaken
, eerlijk, onpartijdig en objectief
respect voor mensenrechten
voortvarende behandeling
optreden genormeerd door ‘codes of conduct’
beleidsregels; openbare verslaggeving over werkzaamheden en
prioriteiten (zie: Jaarberichten van het OM)
Taak van het Nederlandse OM
Opsporing: art. 141 en 148 Sv
verhouding tot de politie het gezag over de opsporing ligt bij de
officier van justitie en dat de officier aan de overige met opsporing
belaste ambtenaren aanwijzingen kan geven.
Art. 141 Sv: ambtenaren met algemene opsporingsbevoegdheid.
(Ovj sub a)
Art. 148 Sv: Taak OvJ bij opsporing (& geeft bevelen aan personen
opsporing)
Belangrijke functies met het oog op gezag over de opsporing:
rechercheofficier van justitie, kwaliteitsofficier en de forensisch
officier van justitie.
Vervolging: art. 167, 258 en 348-350 Sv
verhouding tot de rechter
Actuele spanningsvelden
Na-ijleffecten van bezuinigingen, stand van de ICT en personele krapte
Slimmer kiezen bij inzet strafrecht en vervolging meer samenwerken
met ketenpartners? Zoals bv. Dosssier door verzekeringsmaatschappij
laten opmaken. Zitting na 3 jaar nog voor te laten komen, heeft dat nog
zin?
Criterium ‘effect en impact’? Of toch optimum remedium? Effectievere
straffen in zaken zoals jeugd, familie.. dan kun je een kwalitatief betere
beslissing nemen wordt na gestreefd binnen ZSM.
Doorlooptijden
Oplossing: procesafspraken? OMSB?
Enkelband ipv korte GS?
Juridische grondslag
Art 140 Sv College PG’s waakt over de richtige opsporing
Art. 132a Sv opsporing: onderzoek onder gezag van de OvJ met als
doel strafvordelijke beslissingen nemen.
Doel:
Voor- en hoofdvragen ex 348/350 sv beantwoorden
Of en wat gaan we opsporen?
Inzet van dwangmiddelen?
Waarom is dit de taak van de OvJ? integriteit en beheersbaarheid van de
opsporing. OM ook beleid politieapparaat vormgeven?
Officier van justitie