Hoorcolleges kennislijn pedagogiek semester 2:
Hoorcollege 1 blok 3:
Cultuur:
Cultuur is het geheel van gevoelens, houdingen ideeën en veronderstellingen,
oordelen, tradities en rituelen die leden van een bepaalde cultuur gemeen hebben en
met elkaar creëren.
Cultuur is een dynamisch begrip. Het is veel omvattend. Het is een verzamelen van
alle mensen doen en gebruiken.
(Godsdienst, eten, drinken, gevoelens, gedachten) het is veranderlijk en
tijdsgebonden.
Etniciteit:
Etniciteit verwijst meer naar een saamhorigheidsgevoel en naar een identiteit die een
groep met gezamenlijke kenmerken verbindt. (Nationaliteit, taal, dialect, fysieke
kenmerken, geschiedenis).
Statisch, een vastere vorm.
Nederlandse cultuur:
Kenmerken
- Multicultureel van oorsprong
- Traditionele voorbeelden versus realiteit.
Verschillen binnen culturen:
- Cultuur is constant in beweging
- Verschillende culturele aspecten (leven in een stad of dorp)
- Culturele belevingen
- Intersectionaliteit (een snijpunt van het samenkomen van verschillende
constructen binnen een persoon).
Migranten gezinnen hebben twee culturen, land van herkomst en land van
bestemming
Intersectioneel denken:
Deze dingen spelen allemaal een rol en zitten verweven in jou als individu
,Culturele diversiteit in ons vakgebied:
Eerste visie: (hoffmann en kortmann)
Kennis is helemaal niet nodig: onhaalbaar
- Oprechte betrokkenheid en respect zijn voldoende om als gezin je gehoord te
voelen.
- Relevante informatie komt naar voren als je gezinsstructuur en patroon naar
boven haalt.
Tweede visie: (hofstede en pinto)
Kennis over cultuur is cruciaal: noodzakelijk om in contact met cliënt te blijven.
- Aandacht voor diversiteit in denken/doen van culturen draagt bij aan
wederzijds begrip.
- Als professional moet je de juiste vragen kunnen stellen.
- Bereid zijn om je culturele visie te verbreden.
Migratie:
Migratie is het verwisselen van de vaste verblijfplaats van individuen of groepen naar
een ander geografisch gebied dan de geboortestreek. Niet gebonden aan een groep
of volk.
Het is een bijzondere fase van een levensovergang. Het is het afscheid nemen van
het oude en het leren omgaan met het nieuwe. Dit kan gepaard gaan met rouw en
verlies.
Immigratie
De komst van n mensen uit een ander land naar ons land
Emigratie
mensen die uit Nederland weggaan naar een ander land te gaan.
Vrijwillig
- Situaties waarin de liefde, een avontuur, het vinden van een betere baan,
familiehereniging. Eigen keuze om naar een ander land te gaan.
Semivrijwillig
- Het is een eigen keuze, maar er is een reden voor de keuze. Gebrek aan
voedsel, levensbehoefte, werk of grondstoffen, ruzie en discriminatie.
Onvrijwillig
- Het is geen keuze, maar een noodzaak. Vluchten of uitzetting door oorlog
vervolging.
Remigratie:
Iemand die geëmigreerd is en die definitief terugkeert naar het land van herkomst,
ook wel uitzetting genoemd.
,Migrantengroeperingen:
- Gastarbeiders (komen hier werken in Nederlandse bedrijven
- Voormalige Nederlandse koloniën
- Vluchtelingen (mensen die noodgedwongen hierheen moeten)
- Illegalen (hebben geen bewijs)
Migratie levert een positieve bijdrage aan de samenleving:
- Vergroot diversiteit
- Leidt tot variatie
- Verbreedt de kijk (op allerlei zaken) opvoeden van kinderen, verbeden op de
kijk van vriendschappen.
Migratie als levensovergang:
Transitieproces:
- 1e proces seperatiefase
- 2e fase: overgangsfase
- 3e fase: re-integratiefase
Iedere fase is dynamisch en ingrijpende gebeurtenissen kunnen hem in een vorige of
volgende fase laten komen.
Beschermende en risicofactoren transitie:
Beschermende factoren:
- Veerkracht
- Netwerk (hoe komt de persoon in de samenleving terecht)
- Wisselwerking (veiligheid)
Risicofactoren:
- Trauma’s (vanuit het land van herkomst)
- Stapeling problemen (taal niet eigen zijn, geen werk kunnen vinden, geen
vaste huisvesting)
- Terugval transitie (fase terugval)
- Stagnatie transitie (niet lukken om het transitieproces te volbrengen)
- Asynchroon verloop transitie (het gezin waarbij familieleden in een andere
fase van het transitieproces zitten).
Aandachtspunten migratie:
- Gezagdragers (wie heeft er regie)
- Loyaliteiten (meerdere werelden, diverse loyaliteiten van de maatschappij en
het gezin noemen we pendelen)
- Verschillen binnen generaties (ouder en het kind die verschillen in het
migratieproces)
- Gemengde identiteit (kan stress opleveren, lage plek op de maatschappelijke
ladder)
- Visie op opvoeden (hoe denkt de ouder over opvoeden)
- Sekseverschillen
- Spanningsveld oud en nieuw (oude en nieuwe cultuur)
- Uiten gevoelens
- Klachtenpresentatie & oplossingsstrategieën
, Complexiteit migrant zijn:
- Etnocentrisme (het idee dat de westerse cultuur superieur is, het neerkijken
op de andere culturen. Ze moeten meedoen met de westerse cultuur. Hun
moeten zich aanpassen.
- Racisme (het ene ras voelt zich superieur aan het andere ras).
- Discriminatie (verschil maken en onderscheiden, door handelen.
- Indirecte binnen de regels van een systeem geen ruimte is voor een
andermans denken.
- Uitsluiting (werklozen, mensen met een beperking, migranten, uitgesloten
worden van de maatschappij)
- Onterechte negatieve beoordeling (wanneer iemand met een achtergrond
zwaarder wordt beoordeeld dan een andere).
- Beleidsfactoren (maatregelen die genomen worden met betrekking op
migranten)
- Onduidelijke verwachtingen rondom integratie (eenzijdig door een dominante
partij gemaakt worden)
Acculturatie:
Die verschijnselen die optreden door direct contact tussen groepen individuen die
afkomstig zijn uit verschillende culturen en die aanleiding zijn tot verandering in de
oorspronkelijke culturele patronen van een of meerdere groepen.
Model van Berry:
Assimilatie:
- Neemt de nieuwe cultuur van het land van bestemming aan en neemt de
cultuur van het land van herkomst niet met zich mee.
Integratie:
- Er is zowel cultuurbehoud als aanpassing aan de nieuwe cultuur.
Separatie:
- Volledig de cultuur van herkomst gebruikt en zich niet aanpast aan de cultuur
van het land van bestemming.
Marginalisatie:
- Geen cultuurbehoud uit de oude cultuur, maar ook niet aanpassen aan de
cultuur van het land van bestemming. (Uitsluiting) groep sluit zich uit van de
nieuwe samenleving en oude samenleving.
Hoorcollege 1 blok 3:
Cultuur:
Cultuur is het geheel van gevoelens, houdingen ideeën en veronderstellingen,
oordelen, tradities en rituelen die leden van een bepaalde cultuur gemeen hebben en
met elkaar creëren.
Cultuur is een dynamisch begrip. Het is veel omvattend. Het is een verzamelen van
alle mensen doen en gebruiken.
(Godsdienst, eten, drinken, gevoelens, gedachten) het is veranderlijk en
tijdsgebonden.
Etniciteit:
Etniciteit verwijst meer naar een saamhorigheidsgevoel en naar een identiteit die een
groep met gezamenlijke kenmerken verbindt. (Nationaliteit, taal, dialect, fysieke
kenmerken, geschiedenis).
Statisch, een vastere vorm.
Nederlandse cultuur:
Kenmerken
- Multicultureel van oorsprong
- Traditionele voorbeelden versus realiteit.
Verschillen binnen culturen:
- Cultuur is constant in beweging
- Verschillende culturele aspecten (leven in een stad of dorp)
- Culturele belevingen
- Intersectionaliteit (een snijpunt van het samenkomen van verschillende
constructen binnen een persoon).
Migranten gezinnen hebben twee culturen, land van herkomst en land van
bestemming
Intersectioneel denken:
Deze dingen spelen allemaal een rol en zitten verweven in jou als individu
,Culturele diversiteit in ons vakgebied:
Eerste visie: (hoffmann en kortmann)
Kennis is helemaal niet nodig: onhaalbaar
- Oprechte betrokkenheid en respect zijn voldoende om als gezin je gehoord te
voelen.
- Relevante informatie komt naar voren als je gezinsstructuur en patroon naar
boven haalt.
Tweede visie: (hofstede en pinto)
Kennis over cultuur is cruciaal: noodzakelijk om in contact met cliënt te blijven.
- Aandacht voor diversiteit in denken/doen van culturen draagt bij aan
wederzijds begrip.
- Als professional moet je de juiste vragen kunnen stellen.
- Bereid zijn om je culturele visie te verbreden.
Migratie:
Migratie is het verwisselen van de vaste verblijfplaats van individuen of groepen naar
een ander geografisch gebied dan de geboortestreek. Niet gebonden aan een groep
of volk.
Het is een bijzondere fase van een levensovergang. Het is het afscheid nemen van
het oude en het leren omgaan met het nieuwe. Dit kan gepaard gaan met rouw en
verlies.
Immigratie
De komst van n mensen uit een ander land naar ons land
Emigratie
mensen die uit Nederland weggaan naar een ander land te gaan.
Vrijwillig
- Situaties waarin de liefde, een avontuur, het vinden van een betere baan,
familiehereniging. Eigen keuze om naar een ander land te gaan.
Semivrijwillig
- Het is een eigen keuze, maar er is een reden voor de keuze. Gebrek aan
voedsel, levensbehoefte, werk of grondstoffen, ruzie en discriminatie.
Onvrijwillig
- Het is geen keuze, maar een noodzaak. Vluchten of uitzetting door oorlog
vervolging.
Remigratie:
Iemand die geëmigreerd is en die definitief terugkeert naar het land van herkomst,
ook wel uitzetting genoemd.
,Migrantengroeperingen:
- Gastarbeiders (komen hier werken in Nederlandse bedrijven
- Voormalige Nederlandse koloniën
- Vluchtelingen (mensen die noodgedwongen hierheen moeten)
- Illegalen (hebben geen bewijs)
Migratie levert een positieve bijdrage aan de samenleving:
- Vergroot diversiteit
- Leidt tot variatie
- Verbreedt de kijk (op allerlei zaken) opvoeden van kinderen, verbeden op de
kijk van vriendschappen.
Migratie als levensovergang:
Transitieproces:
- 1e proces seperatiefase
- 2e fase: overgangsfase
- 3e fase: re-integratiefase
Iedere fase is dynamisch en ingrijpende gebeurtenissen kunnen hem in een vorige of
volgende fase laten komen.
Beschermende en risicofactoren transitie:
Beschermende factoren:
- Veerkracht
- Netwerk (hoe komt de persoon in de samenleving terecht)
- Wisselwerking (veiligheid)
Risicofactoren:
- Trauma’s (vanuit het land van herkomst)
- Stapeling problemen (taal niet eigen zijn, geen werk kunnen vinden, geen
vaste huisvesting)
- Terugval transitie (fase terugval)
- Stagnatie transitie (niet lukken om het transitieproces te volbrengen)
- Asynchroon verloop transitie (het gezin waarbij familieleden in een andere
fase van het transitieproces zitten).
Aandachtspunten migratie:
- Gezagdragers (wie heeft er regie)
- Loyaliteiten (meerdere werelden, diverse loyaliteiten van de maatschappij en
het gezin noemen we pendelen)
- Verschillen binnen generaties (ouder en het kind die verschillen in het
migratieproces)
- Gemengde identiteit (kan stress opleveren, lage plek op de maatschappelijke
ladder)
- Visie op opvoeden (hoe denkt de ouder over opvoeden)
- Sekseverschillen
- Spanningsveld oud en nieuw (oude en nieuwe cultuur)
- Uiten gevoelens
- Klachtenpresentatie & oplossingsstrategieën
, Complexiteit migrant zijn:
- Etnocentrisme (het idee dat de westerse cultuur superieur is, het neerkijken
op de andere culturen. Ze moeten meedoen met de westerse cultuur. Hun
moeten zich aanpassen.
- Racisme (het ene ras voelt zich superieur aan het andere ras).
- Discriminatie (verschil maken en onderscheiden, door handelen.
- Indirecte binnen de regels van een systeem geen ruimte is voor een
andermans denken.
- Uitsluiting (werklozen, mensen met een beperking, migranten, uitgesloten
worden van de maatschappij)
- Onterechte negatieve beoordeling (wanneer iemand met een achtergrond
zwaarder wordt beoordeeld dan een andere).
- Beleidsfactoren (maatregelen die genomen worden met betrekking op
migranten)
- Onduidelijke verwachtingen rondom integratie (eenzijdig door een dominante
partij gemaakt worden)
Acculturatie:
Die verschijnselen die optreden door direct contact tussen groepen individuen die
afkomstig zijn uit verschillende culturen en die aanleiding zijn tot verandering in de
oorspronkelijke culturele patronen van een of meerdere groepen.
Model van Berry:
Assimilatie:
- Neemt de nieuwe cultuur van het land van bestemming aan en neemt de
cultuur van het land van herkomst niet met zich mee.
Integratie:
- Er is zowel cultuurbehoud als aanpassing aan de nieuwe cultuur.
Separatie:
- Volledig de cultuur van herkomst gebruikt en zich niet aanpast aan de cultuur
van het land van bestemming.
Marginalisatie:
- Geen cultuurbehoud uit de oude cultuur, maar ook niet aanpassen aan de
cultuur van het land van bestemming. (Uitsluiting) groep sluit zich uit van de
nieuwe samenleving en oude samenleving.