2.1 Wat is een test?
Een psychologische test is een systematisch onderzoek van gedrag met speciaal geselecteerde
opdrachten, gericht op het verkrijgen van inzicht in een psychologisch kenmerk van een
persoon, in vergelijking met anderen.
Belangrijke onderdelen van een test:
Testmateriaal: opgaven, stimuli
Testformulieren: voor registratie van antwoorden/gedrag
Testhandleiding:
o Standaardinstructies
o Verwerkingsprocedures
o Normtabellen
o Betrouwbaarheid en validiteit
Kenmerken van een goede test:
1. Efficiëntie – Snel en informatief
2. Standaardisatie – Gelijke omstandigheden voor iedereen
3. Normering – Vergelijking van resultaten met een normgroep
4. Objectiviteit – Onafhankelijkheid van beoordelaar
o Intersubjectiviteit wordt vaak gemeten via rangcorrelaties
5. Betrouwbaarheid – Meetprecisie, weinig toevallige fouten
6. Validiteit – Meet de test wat hij beoogt te meten?
2.2 Meten van eigenschappen door middel van tests
Tests zijn een meetinstrument voor psychologische eigenschappen.
Vier schaalniveaus volgens Stevens:
1. Nominaal – Alleen classificatie (bv. man/vrouw)
2. Ordinaal – Rangorde (bv. voorkeuren)
3. Interval – Gelijke afstanden, geen absoluut nulpunt (bv. temperatuur)
4. Ratio – Absoluut nulpunt (bv. lengte)
Problemen bij psychologisch meten:
Eigenschappen zijn abstract en vaak niet direct observeerbaar
Metingen zijn meestal op intervalniveau, maar empirische onderbouwing is zwak
Operationalisme (Stevens):
Meten = het toekennen van getallen volgens een vaste procedure
Kritiek: negeert theoretische basis van meting
, 2.3 Definitie van een test
Een test is een systematische classificatie- of meetprocedure waarmee men een uitspraak kan
doen over eigenschappen of gedrag van de onderzochte, gebaseerd op reacties op
gestandaardiseerde stimuli.
2.4 Toepassingsmogelijkheden
Individueel niveau:
1. Voorspelling van toekomstig gedrag
2. Keuzebegeleiding (bv. profielkeuze)
3. Sterkte-zwakteanalyse
4. Ontwikkelingsonderzoek (bv. longitudinaal)
5. Diagnostiek en advies
6. Counseling en bewustwording
Groepsniveau:
Onderzoek naar groepsverschillen
Effectevaluatie van methoden (bv. behandelingen)
Averechtse diagnostiek: inzicht in het criterium zelf via testresultaten
Samenvattend
Hoofdstuk 2 biedt een theoretisch en praktisch kader voor het begrijpen van psychologische tests
als meetinstrumenten. Het benadrukt het belang van standaardisatie, betrouwbaarheid, validiteit
en normering, evenals de rol van theorie bij testconstructie. Tests worden ingezet voor
individuele en groepsbeoordelingen en vormen de basis voor talrijke toepassingen in selectie,
diagnostiek, counseling en onderzoek.
Hoofdstuk 3 – Indelingen, onderscheidingen en begrippen
3.1 Indeling naar testgedrag
Wat wordt Typische Belangrijk om
Hoofdcategorie Sub-indelingen
gemeten? instrumenten te onthouden
Tests voor Maximale 1. Enkelvoudige algemene zie links - Hoge
prestatieniveau prestatie; niveautests – individuele objectiviteit en
eenduidig ontwikkelingstests (bijv. WISC, normering zijn
“goed/fout” RAKIT) en volwassenentests cruciaal -
(WAIS, GIT); collectieve Verschil
intelligentietests (GALO, NDT) 2. “intelligentie”
Veelvoudige algemene (potentieel) ↔
niveautests – testbatterijen voor “vordering”
intelligentiefactoren (PMA, (bereikte
Guildford-modellen) of voor kennis)
geschiktheden (DAT, GATB) 3.