Methodologie van sociaalwetenschappelijk onderzoek deel 1
Week 1
Module 1. Het onderzoeksproces
De stappen in het onderzoeksproces
1. Onderzoeksvraag
2. Literatuur bestuderen (literature review)
3. Concepten en theorie
4. Selectie van onderzoekseenheden (=sampling cases)
5. Dataverzameling
6. Data-analyse
7. Rapportage (writing up)
Deze stappen vormen een soort van cirkel, de cyclus van empirisch-
wetenschappelijk onderzoek. Het vormt een cirkel omdat als je eenmaal
klaar bent met een onderzoek er meestal weer nieuwe vragen komen,
waardoor je dus in vicieuze cirkel blijft zitten.
Wat wordt er bedoelt met Stap 1 Onderzoeksvraag?
Je begint het onderzoek met het opstellen van een onderzoeksvraag, en
die is heel belangrijk. De onderzoeksvraag heeft invloed op alle andere
stappen in het proces.
Er zijn verschillende type vragen:
1. Exploratory study (verkennend): dit soort onderzoeksvraag
gebruik je als je nog niet precies weet wat je kunt verwachten. Je
gaat op verkenning en probeert nieuwe inzichten te krijgen.
Voorbeeld: Stel je wilt onderzoeken waarom jongeren minder
vaak een krant lezen. Je onderzoeksvraag zou kunnen zijn:
''Waarom lezen jongeren minder vaak de krant?'' Hiermee ga je
verkennen welke redenen er allemaal kunnen zijn zonder dat je
al een vast antwoord hebt.
, 2. Descriptive study (beschrijvend): hier probeer je iets heel
precies in kaart te brengen. Het gaat erom dat je beschrijft wat er
gebeurt, zonder dat je probeert te verklaren waarom dat zo is.
Voorbeeld: je bent benieuwd naar hoeveel uren per dag jongeren
op hun telefoon zitten. Een beschrijvende onderzoeksvraag zou
kunnen zijn: ''Hoeveel uren per dag brengen jongeren gemiddeld
door op hun telefoon?'' je onderzoekt dan alleen wat het
gemiddelde aantal uren is, zonder in te gaan op waarom dat
aantal zo hoog of laag is.
3. Explanatory study (verklarend): hier wil je juist wel weten
waarom iets gebeurt. Je zoekt de oorzaken en probeert verbanden
te leggen tussen verschillende factoren.
Voorbeeld: stel je merkt dat jongeren die minder slapen ook
vaker stress ervaren. Een verklarende vraag zou dan zijn: ''Hoe
beïnvloedt slaaptekort het stressniveau onder jongeren?'' Je gaat
op zoek naar een uitleg voor dit verband.
4. Evaluative study (evaluatie): met dit type onderzoek kijk je of
iets werkt of effect heeft. Dit wordt vaak gedaan om te bepalen of
bijvoorbeeld een nieuwe methode of beleid succesvol is.
Voorbeeld: misschien heeft jouw school een nieuwe aanpak
ingevoerd om pesten tegen te gaan. Een evaluatieve vraag zou
dan zijn: ''In hoeverre heeft het nieuwe anti-pestbeleid op school
het aantal pestincidenten verminderd?'' Hier kijk je of het beleid
zijn doel bereikt heeft.
Wat wordt er bedoelt met Stap 2 Literatuur bestuderen (literature
review)?
Nadat je je onderzoeksvraag hebt opgesteld ga je zoeken naar
antwoorden in de literatuur, want misschien is het antwoord op je vraag al
gegeven. In theorie zou het dan kunnen zijn dat je onderzoek hier eindigt
en hoef je niet zelf onderzoek meer te doen, maar meestal is dit niet het
geval.
Het bestuderen van theorie wordt weergegeven als stap 2 in de cyclus
van empirisch wetenschappelijk onderzoek, maar eigenlijk kan die het
beste in het midden staan. Dit omdat literatuurstudie continu plaatsvindt.
Wat wordt er bedoelt met stap 3 Concepten en theorie?
,Hier kijk je naar de belangrijkste begrippen en ideeën die bij jouw
onderwerp horen. Je geeft hiermee je richting aan je onderzoek, zodat
duidelijk is wat je bedoelt met bepaalde termen.
Wat wordt er bedoelt met stap 4 de selectie van onderzoekseenheden
(sampling cases)?
Dit is de stap waarin je beslist wie of wat je gaat onderzoeken. Het doel is
om de juiste mensen of gevallen te kiezen die je verder helpen met je
onderzoek. Maar het gaat ook over de tijdsdimensie, namelijk hoe lang je
erover doet om het onderzoek uit te voeren.
Wat wordt er bedoelt met stap 5 Dataverzameling?
Dit is het verzamelen van informatie om antwoord te kunnen geven op je
onderzoeksvraag. Het doel is om voldoende gegevens te hebben
waarmee je iets kunt concluderen. Dit kan door vragenlijsten, interviews,
of observaties.
Wat wordt er bedoelt met stap 6 Data-analyse?
In deze stap bekijk je de gegevens die je hebt verzameld en probeer je
patronen en antwoorden te vinden. Het doel is om te begrijpen wat de
gegevens betekenen en wat ze zeggen over je onderzoeksvraag.
Wat wordt er bedoelt met stap 7 Rapportage (writing up)?
Dit is het schrijven van je onderzoeksrapport waarin je alle stappen,
bevindingen en conclusies op een rij zet. Het doel is om je resultaten en
inzichten te delen met anderen.
Het onderscheid tussen sociaalwetenschappelijk onderzoek en
''alledaags'' onderzoek.
1. Systematisch:
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: dit onderzoek wordt zorgvuldig en
stapsgewijs uitgevoerd volgens vaste methoden. Onderzoekers volgen
een plan en maken gebruik van onderzoeksmethoden zoals interviews,
experimenten of enquêtes.
, - Ze proberen daarbij ''confirmation bias'' te vermijden. Dit is de
neiging om alleen op zoek te gaan naar informatie die hun eigen
overtuigingen bevestigt.
Alledaags onderzoek: dit is vaak niet systematisch.
- Mensen zoeken meestal snel antwoorden en zijn vaak gevoelig voor
confirmation bias, ze zien en onthouden vooral informatie die hun
mening bevestigt en negeren tegengestelde informatie.
2. Transparant:
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: transparantie betekent dat de
onderzoeksmethode, verzamelde data en conclusies duidelijk worden
uitgelegd, zodat anderen het proces kunnen begrijpen en eventueel zelf
kunnen herhalen.
- Transparantie zorgt ervoor dat het onderzoek controleerbaar en
betrouwbaar is.
Alledaags onderzoek: hier is er meestal weinig of geen transparantie.
- Iemand die alledaags onderzoek doet, vertelt vaak niet precies hoe
de informatie is verzameld of hoe de conclusie is getrokken.
3. Empirisch bewijs:
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: onderzoekers gebruiken empirisch
bewijs, wat betekent dat hun bevindingen gebaseerd zijn op
waarnemingen, experimenten, of data uit de werkelijkheid.
- Het gaat om feiten en gegevens die gecontroleerd en herhaald
kunnen worden, waardoor de resultaten sterker en geloofwaardiger
zijn.
Alledaags onderzoek: dit onderzoek maakt vaak weinig gebruik van
empirisch bewijs.
- Conclusies worden vaak gebaseerd op persoonlijke ervaringen of
anekdotes, die geen brede, wetenschappelijke onderbouwing
hebben.
De rol van theorie in onderzoek
Week 1
Module 1. Het onderzoeksproces
De stappen in het onderzoeksproces
1. Onderzoeksvraag
2. Literatuur bestuderen (literature review)
3. Concepten en theorie
4. Selectie van onderzoekseenheden (=sampling cases)
5. Dataverzameling
6. Data-analyse
7. Rapportage (writing up)
Deze stappen vormen een soort van cirkel, de cyclus van empirisch-
wetenschappelijk onderzoek. Het vormt een cirkel omdat als je eenmaal
klaar bent met een onderzoek er meestal weer nieuwe vragen komen,
waardoor je dus in vicieuze cirkel blijft zitten.
Wat wordt er bedoelt met Stap 1 Onderzoeksvraag?
Je begint het onderzoek met het opstellen van een onderzoeksvraag, en
die is heel belangrijk. De onderzoeksvraag heeft invloed op alle andere
stappen in het proces.
Er zijn verschillende type vragen:
1. Exploratory study (verkennend): dit soort onderzoeksvraag
gebruik je als je nog niet precies weet wat je kunt verwachten. Je
gaat op verkenning en probeert nieuwe inzichten te krijgen.
Voorbeeld: Stel je wilt onderzoeken waarom jongeren minder
vaak een krant lezen. Je onderzoeksvraag zou kunnen zijn:
''Waarom lezen jongeren minder vaak de krant?'' Hiermee ga je
verkennen welke redenen er allemaal kunnen zijn zonder dat je
al een vast antwoord hebt.
, 2. Descriptive study (beschrijvend): hier probeer je iets heel
precies in kaart te brengen. Het gaat erom dat je beschrijft wat er
gebeurt, zonder dat je probeert te verklaren waarom dat zo is.
Voorbeeld: je bent benieuwd naar hoeveel uren per dag jongeren
op hun telefoon zitten. Een beschrijvende onderzoeksvraag zou
kunnen zijn: ''Hoeveel uren per dag brengen jongeren gemiddeld
door op hun telefoon?'' je onderzoekt dan alleen wat het
gemiddelde aantal uren is, zonder in te gaan op waarom dat
aantal zo hoog of laag is.
3. Explanatory study (verklarend): hier wil je juist wel weten
waarom iets gebeurt. Je zoekt de oorzaken en probeert verbanden
te leggen tussen verschillende factoren.
Voorbeeld: stel je merkt dat jongeren die minder slapen ook
vaker stress ervaren. Een verklarende vraag zou dan zijn: ''Hoe
beïnvloedt slaaptekort het stressniveau onder jongeren?'' Je gaat
op zoek naar een uitleg voor dit verband.
4. Evaluative study (evaluatie): met dit type onderzoek kijk je of
iets werkt of effect heeft. Dit wordt vaak gedaan om te bepalen of
bijvoorbeeld een nieuwe methode of beleid succesvol is.
Voorbeeld: misschien heeft jouw school een nieuwe aanpak
ingevoerd om pesten tegen te gaan. Een evaluatieve vraag zou
dan zijn: ''In hoeverre heeft het nieuwe anti-pestbeleid op school
het aantal pestincidenten verminderd?'' Hier kijk je of het beleid
zijn doel bereikt heeft.
Wat wordt er bedoelt met Stap 2 Literatuur bestuderen (literature
review)?
Nadat je je onderzoeksvraag hebt opgesteld ga je zoeken naar
antwoorden in de literatuur, want misschien is het antwoord op je vraag al
gegeven. In theorie zou het dan kunnen zijn dat je onderzoek hier eindigt
en hoef je niet zelf onderzoek meer te doen, maar meestal is dit niet het
geval.
Het bestuderen van theorie wordt weergegeven als stap 2 in de cyclus
van empirisch wetenschappelijk onderzoek, maar eigenlijk kan die het
beste in het midden staan. Dit omdat literatuurstudie continu plaatsvindt.
Wat wordt er bedoelt met stap 3 Concepten en theorie?
,Hier kijk je naar de belangrijkste begrippen en ideeën die bij jouw
onderwerp horen. Je geeft hiermee je richting aan je onderzoek, zodat
duidelijk is wat je bedoelt met bepaalde termen.
Wat wordt er bedoelt met stap 4 de selectie van onderzoekseenheden
(sampling cases)?
Dit is de stap waarin je beslist wie of wat je gaat onderzoeken. Het doel is
om de juiste mensen of gevallen te kiezen die je verder helpen met je
onderzoek. Maar het gaat ook over de tijdsdimensie, namelijk hoe lang je
erover doet om het onderzoek uit te voeren.
Wat wordt er bedoelt met stap 5 Dataverzameling?
Dit is het verzamelen van informatie om antwoord te kunnen geven op je
onderzoeksvraag. Het doel is om voldoende gegevens te hebben
waarmee je iets kunt concluderen. Dit kan door vragenlijsten, interviews,
of observaties.
Wat wordt er bedoelt met stap 6 Data-analyse?
In deze stap bekijk je de gegevens die je hebt verzameld en probeer je
patronen en antwoorden te vinden. Het doel is om te begrijpen wat de
gegevens betekenen en wat ze zeggen over je onderzoeksvraag.
Wat wordt er bedoelt met stap 7 Rapportage (writing up)?
Dit is het schrijven van je onderzoeksrapport waarin je alle stappen,
bevindingen en conclusies op een rij zet. Het doel is om je resultaten en
inzichten te delen met anderen.
Het onderscheid tussen sociaalwetenschappelijk onderzoek en
''alledaags'' onderzoek.
1. Systematisch:
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: dit onderzoek wordt zorgvuldig en
stapsgewijs uitgevoerd volgens vaste methoden. Onderzoekers volgen
een plan en maken gebruik van onderzoeksmethoden zoals interviews,
experimenten of enquêtes.
, - Ze proberen daarbij ''confirmation bias'' te vermijden. Dit is de
neiging om alleen op zoek te gaan naar informatie die hun eigen
overtuigingen bevestigt.
Alledaags onderzoek: dit is vaak niet systematisch.
- Mensen zoeken meestal snel antwoorden en zijn vaak gevoelig voor
confirmation bias, ze zien en onthouden vooral informatie die hun
mening bevestigt en negeren tegengestelde informatie.
2. Transparant:
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: transparantie betekent dat de
onderzoeksmethode, verzamelde data en conclusies duidelijk worden
uitgelegd, zodat anderen het proces kunnen begrijpen en eventueel zelf
kunnen herhalen.
- Transparantie zorgt ervoor dat het onderzoek controleerbaar en
betrouwbaar is.
Alledaags onderzoek: hier is er meestal weinig of geen transparantie.
- Iemand die alledaags onderzoek doet, vertelt vaak niet precies hoe
de informatie is verzameld of hoe de conclusie is getrokken.
3. Empirisch bewijs:
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: onderzoekers gebruiken empirisch
bewijs, wat betekent dat hun bevindingen gebaseerd zijn op
waarnemingen, experimenten, of data uit de werkelijkheid.
- Het gaat om feiten en gegevens die gecontroleerd en herhaald
kunnen worden, waardoor de resultaten sterker en geloofwaardiger
zijn.
Alledaags onderzoek: dit onderzoek maakt vaak weinig gebruik van
empirisch bewijs.
- Conclusies worden vaak gebaseerd op persoonlijke ervaringen of
anekdotes, die geen brede, wetenschappelijke onderbouwing
hebben.
De rol van theorie in onderzoek