Hoofdstuk 9 Redoxchemie
§9.1 Elektronenoverdracht
Redoxreacties
Redoxreacties: elektronen worden overgedragen van een metaalatoom naar een niet-metaalatoom,
waardoor er uit neutrale deeltjes ionen ontstaan.
Oxidatoren en reductoren
Een deeltje dat elektronen op kan nemen heet een o
xidator. Een deeltje dat elektronen af kan staat
heet een r eductor. Deze deeltjes samen vormen een redoxkoppel.
Het opnemen of afstaan van elektronen heeft te maken met de elektronegativiteit:
- Hoge elektronegativiteit → vorming n
egatief geladen ionen
- Lage elektronegativiteit → vorming positief geladen ionen
Reactiviteit van metalen
Sterke reductoren (onedele metalen (natrium, calcium)) hebben een zwakke geconjugeerde
oxidator.
Zwakke reductoren (edelmetalen (goud, zilver)) hebben een sterke geconjugeerde oxidator.
Reactiviteit van niet-metalen
Alle halogenen zijn sterke oxidatoren, maar negatieve ionen, zoals chloride en bromide, kunnen ook
als reductor reageren. Zuurstof en andere moleculen zoals water kunnen ook als oxidator reageren.
Ook een groep deeltjes kan als reductor of oxidator reageren.
§9.2 Redoxreacties opstellen
Halfreacties
Bij een redoxreactie reageert een reductor die elektronen afgeeft met een oxidator die ze opneemt. Je
kunt dit in twee h
alfreacties opsplitsen, de reactie van de reductor en de reactie van de oxidator. Het
aantal elektronen dat wordt afgestaan moet gelijk zijn aan het aantal elektronen dat opgenomen
wordt. Wanneer je de twee halfreacties bij elkaar optelt kom je tot een totaalreactie.
LET OP! Noteer H3O+ als H+
Wanneer er meer deeltjes aanwezig zijn die als oxidator/reductor kunnen reageren, zal de sterkte de
reactie aangaan.
Stappenplan opstellen redoxreactie
Stap 1: Maak een deeltjes-inventarisatie
Stap 2: Zoek de sterkste oxidator en de sterkste reductor
Stap 3: Schrijf de halfreacties onder elkaar op
§9.1 Elektronenoverdracht
Redoxreacties
Redoxreacties: elektronen worden overgedragen van een metaalatoom naar een niet-metaalatoom,
waardoor er uit neutrale deeltjes ionen ontstaan.
Oxidatoren en reductoren
Een deeltje dat elektronen op kan nemen heet een o
xidator. Een deeltje dat elektronen af kan staat
heet een r eductor. Deze deeltjes samen vormen een redoxkoppel.
Het opnemen of afstaan van elektronen heeft te maken met de elektronegativiteit:
- Hoge elektronegativiteit → vorming n
egatief geladen ionen
- Lage elektronegativiteit → vorming positief geladen ionen
Reactiviteit van metalen
Sterke reductoren (onedele metalen (natrium, calcium)) hebben een zwakke geconjugeerde
oxidator.
Zwakke reductoren (edelmetalen (goud, zilver)) hebben een sterke geconjugeerde oxidator.
Reactiviteit van niet-metalen
Alle halogenen zijn sterke oxidatoren, maar negatieve ionen, zoals chloride en bromide, kunnen ook
als reductor reageren. Zuurstof en andere moleculen zoals water kunnen ook als oxidator reageren.
Ook een groep deeltjes kan als reductor of oxidator reageren.
§9.2 Redoxreacties opstellen
Halfreacties
Bij een redoxreactie reageert een reductor die elektronen afgeeft met een oxidator die ze opneemt. Je
kunt dit in twee h
alfreacties opsplitsen, de reactie van de reductor en de reactie van de oxidator. Het
aantal elektronen dat wordt afgestaan moet gelijk zijn aan het aantal elektronen dat opgenomen
wordt. Wanneer je de twee halfreacties bij elkaar optelt kom je tot een totaalreactie.
LET OP! Noteer H3O+ als H+
Wanneer er meer deeltjes aanwezig zijn die als oxidator/reductor kunnen reageren, zal de sterkte de
reactie aangaan.
Stappenplan opstellen redoxreactie
Stap 1: Maak een deeltjes-inventarisatie
Stap 2: Zoek de sterkste oxidator en de sterkste reductor
Stap 3: Schrijf de halfreacties onder elkaar op