TERBESCHIKKINGSTELLINGSREGELING ......................................................................................................... 2
TERBESCHIKKINGSTELLINGSREGELING: ALGEMEEN ........................................................................................................... 2
Doel ................................................................................................................................................................. 2
Oplossing ......................................................................................................................................................... 2
Ter beschikking stellen .................................................................................................................................... 2
TERBESCHIKKINGSTELLINGSREGELING: REIKWIJDTE .......................................................................................................... 3
Kleine kring ...................................................................................................................................................... 3
Grote kring ...................................................................................................................................................... 3
Terbeschikkingstelling bij huwelijk in gemeenschap van goederen ............................................................... 4
TERBESCHIKKINGSTELLINGSREGELING: EINDE .................................................................................................................. 4
ONZAKELIJKE LENING.................................................................................................................................. 5
LENING EN (ON)ZAKELIJK HANDELEN ............................................................................................................................. 5
Fiscale smaken lening...................................................................................................................................... 5
Onzakelijke lening: uitgangspunt .................................................................................................................... 6
Onzakelijke lening: toetsingsmoment ............................................................................................................. 6
Onzakelijke lening: bewijslast ......................................................................................................................... 6
GARANTSTELLING ....................................................................................................................................... 7
ONZAKELIJKE BORGSTELLING: GEVOLGEN ....................................................................................................................... 7
Cursus IB .......................................................................................................................................................... 7
Staatssecretaris van Financiën: Besluit van 9 maart 2018 ............................................................................. 7
CASUSPOSITIES........................................................................................................................................... 8
, Terbeschikkingstellingsregeling
Terbeschikkingstellingsregeling: Algemeen
Doel
De TBS-regeling is in 2001 ingevoerd om boxarbitrage te voorkomen. In box 3 heb je te maken met een
forfaitair rendement. Je wordt dus niet belast voor je werkelijke rendement. De vrees bestond dat een
DGA al zijn vermogen als privévermogen zou etiketteren, waardoor die vermogensbestanddelen in box
3 zouden worden belast. Dit vermogen zou eigenlijk aangemerkt moeten worden als
ondernemingsvermogen, net als bij de IB-ondernemer parallel winstregime.
Oplossing
De wetgever heeft dit opgelost door de TBS-vermogensbestanddelen onder te brengen in box 1. Deze
box kent een progressief tarief. De ondernemer mag hierop een 12%-tbs-vrijstelling in mindering
brengen. Zo komt het tarief aardig overeen met het box 2-tarief (i.c.m. het VPB-tarief).
De wetgever heeft ervoor gekozen het winstregime los te laten op de terbeschikkingsteller. Voor de
ondernemer geldt normalerwijs het totaalwinstbeginsel van art. 3.8 Wet IB. Voor de
terbeschikkingsteller spreek je van het totaalresultaatbeginsel van art. 3.95 Wet IB. Deze twee
begrippen komen op hetzelfde neer.
Voorbeeld:
Stel een DGA verhuurt een pand aan zijn BV. De overeengekomen huur is 200, maar de werkelijke huur
is 300. De BV gaat er door deze bevoordeling 100 op vooruit. Dit wordt niet aangemerkt als winst, want
het is een informele kapitaalstorting. Dit voordeel valt in box 2, want het verhoogt de verkrijgingsprijs.
Ter beschikking stellen
Het ter beschikking stellen wordt ruim opgevat. In art. 3.92 lid 2 Wet IB worden er een aantal zaken
gelijkgesteld aan het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen:
• Het aangaan/hebben van een schuldvordering;
• Het sluiten van een overeenkomst van levensverzekering;
• Het vestigen/hebben van een genotsrecht op het tbs-vermogensbestanddeel; en
• Het verkrijgen/hebben van een recht/verplichting om het vermogensbestanddeel te kopen
van of te verkopen aan: een vennootschap waarin de belastingplichtige of een verbonden
persoon een aanmerkelijk belang heeft of een samenwerkingsverband waarvan de verbonden
vennootschap deel uitmaakt.
2