,Samenvatting materieel strafrecht hullu 9e editie 2024 oefentoets oefenvragen 9789013173512
,Samenvatting materieel strafrecht hullu 9e editie 2024 oefentoets oefenvragen 9789013173512
, Samenvatting materieel strafrecht hullu 9e editie 2024 oefentoets oefenvragen 9789013173512
Week 1: Strafwetgeving
Wanneer wordt gesproken over een strafbepaling, wordt gedoeld op de combinatie van
delictsomschrijving en sanctienorm. De delictsomschrijving omschrijft het gedrag dat onder
strafrechtelijke aansprakelijkheid valt en bevat zowel subjectieve vereisten (zoals opzet of schuld) als
objectieve vereisten (bijvoorbeeld wederrechtelijkheid, causaliteit en eventuele specifieke
bijzonderheden van het strafbare feit).
Deze vereisten worden aangeduid als bestanddelen. De delictsomschrijving kan tevens een kwalificatie
inhouden. Voor strafrechtelijke aansprakelijkheid is daarnaast noodzakelijk dat vervolgingsrecht
bestaat: naast het vervuld zijn van alle bestanddelen moeten ook de elementen wederrechtelijkheid
en schuld aanwezig zijn.
Indien deze elementen ontbreken, verliest het feit zijn strafbare karakter en ontbreekt strafbaarheid.
Sinds 2023 wordt in de literatuur nadrukkelijk gewezen op de samenhang tussen toerekenbaarheid en
wederrechtelijkheid in het licht van mensenrechtenbescherming (Van der Wilt & Klip, 2023).
Bovendien moet het bewezen verklaarde feit wederrechtelijk zijn en moet de dader verwijtbaar
hebben gehandeld, waarbij recente jurisprudentie van de Hoge Raad bevestigt dat deze elementen
afzonderlijk moeten worden gemotiveerd in het vonnis bij complexe casuïstiek (HR 17 januari 2023,
ECLI:NL:HR:2023:32).
1.1 Indeling delicten
De indeling van delicten in verschillende rubrieken behoudt een belangrijk wetgevingstechnisch nut:
het vergemakkelijkt het gebruik van algemene bepalingen binnen een titel en ondersteunt de
interpretatie van specifieke delictsomschrijvingen. De ordening brengt structuur in de veelheid van
bijzondere strafbepalingen.
a. Misdrijven en overtredingen: Het onderscheid tussen misdrijven en overtredingen wordt in essentie
bepaald door de ernst van het strafbare feit. Misdrijven vereisen doorgaans de aanwezigheid van
opzet of schuld. Met de invoering van de Wet straffen en beschermen (Stb. 2021, 499), per 1 juli 2022
in werking getreden, wordt het onderscheid tevens van belang geacht bij de toepassing van
voorwaardelijke invrijheidstelling.
b. Gevaarzettingsdelicten: Strafbaarstelling vindt plaats bij bedreiging van een rechtsgoed, waarbij bij
abstracte gevaarzettingsdelicten het daadwerkelijke gevaar niet relevant hoeft te zijn, zoals bij
opruiing.
Concreet gevaarzetting vereist dat het gevaar zich heeft verwezenlijkt. In 2024 is in het kader van
cybercrime gepleit voor uitbreiding van gevaarzettingsdelicten naar digitale dreigingen (Ministerie van
Justitie en Veiligheid, 2024).
c. Formele en materiële delicten: Formele delicten sanctioneren specifiek handelen, terwijl materiële
delicten een bepaald gevolg centraal stellen. Dit onderscheid is in recente rechtspraak cruciaal
gebleken bij milieustrafzaken (HR 3 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1301).
d. Kwaliteits- en algemene delicten: Algemeen gerichte delicten zijn op iedereen van toepassing,
terwijl kwaliteitsdelicten slechts bepaalde normadressaten treffen. Dit onderscheid is van bijzonder
belang bij deelneming en daderschap, temeer nu de Wet uitbreiding strafrechtelijke aansprakelijkheid
rechtspersonen per 2023 de reikwijdte van kwaliteitsdelicten heeft verduidelijkt (Kamerstukken II
2022/23, 35999).