Geneesmiddelenkennis hoofdstuk 2
De vijf verschillende reden om een geneesmiddel te gebruiken
-causale behandeling
-symptomatische behandeling en palliatieve behandeling;
-substitutiebehandeling;
-preventieve of profylactische behandeling;
-diagnostisch gebruik.
Causale behandeling
het bestrijdt de ziekte. Causa= oorzaak
Symptomatische en palliatieve behandeling
bestrijdt het geneesmiddel alleen de klachten of de ziekteverschijnselen symptoom= verschijnsel
palliatieve behandeling= erop gericht het leven van een patiënt zo draaglijk mogelijk te maken. Het
doel is niet in de eerste plaats genezing, maar verlichting van het lijden.
Substitutiebehandeling
Het geneesmiddel vervangt dan de lichaamseigen stof. (als het lichaam zelf de stof niet meer
aanmaakt)
Preventieve of profylactische behandeling
is erop gericht het uitbreken van een ziekte te voorkómen. (bijvoorbeeld iemand krijgt de griepprik,
zo wordt voorkomen dat diegene de griep krijgt)
Diagnostisch gebruik van geneesmiddelen
is erop gericht de oorzaak of aard van de aandoening te achterhalen of vast te stellen.
Lokale toediening
Lokaal = plaatselijk
Direct op plaats van werking
(Zinkzalf op rode billetjes)
- cutaan
- per inhalatie
- neusspray
- oogdruppels
- oordruppels
- vaginaal
Systemische toediening
Via het bloed: via het bloed naar plaats van werking
medicijn: mond-> maag -> darmen -> bloed -> lever -> bloed
Voorbeelden: Oraal, rectaal, parentaal, nasaal, transcutaan
Oraal:
Kauwtablet
MSR tabelet (enteric coated)
Dragees
De vijf verschillende reden om een geneesmiddel te gebruiken
-causale behandeling
-symptomatische behandeling en palliatieve behandeling;
-substitutiebehandeling;
-preventieve of profylactische behandeling;
-diagnostisch gebruik.
Causale behandeling
het bestrijdt de ziekte. Causa= oorzaak
Symptomatische en palliatieve behandeling
bestrijdt het geneesmiddel alleen de klachten of de ziekteverschijnselen symptoom= verschijnsel
palliatieve behandeling= erop gericht het leven van een patiënt zo draaglijk mogelijk te maken. Het
doel is niet in de eerste plaats genezing, maar verlichting van het lijden.
Substitutiebehandeling
Het geneesmiddel vervangt dan de lichaamseigen stof. (als het lichaam zelf de stof niet meer
aanmaakt)
Preventieve of profylactische behandeling
is erop gericht het uitbreken van een ziekte te voorkómen. (bijvoorbeeld iemand krijgt de griepprik,
zo wordt voorkomen dat diegene de griep krijgt)
Diagnostisch gebruik van geneesmiddelen
is erop gericht de oorzaak of aard van de aandoening te achterhalen of vast te stellen.
Lokale toediening
Lokaal = plaatselijk
Direct op plaats van werking
(Zinkzalf op rode billetjes)
- cutaan
- per inhalatie
- neusspray
- oogdruppels
- oordruppels
- vaginaal
Systemische toediening
Via het bloed: via het bloed naar plaats van werking
medicijn: mond-> maag -> darmen -> bloed -> lever -> bloed
Voorbeelden: Oraal, rectaal, parentaal, nasaal, transcutaan
Oraal:
Kauwtablet
MSR tabelet (enteric coated)
Dragees