Leerdoel A:
De student is in staat om de cliënt te informeren en te adviseren over de totstandkoming en beëindiging van de
verschillende samenlevingsvormen.
Criteria:
- De student legt de verschillende samenlevingsvormen uit en benoemt de rechten en plichten van alle
belanghebbenden.
Samenlevingsvormen:
- Huwelijk (wettelijke regels).
- Geregistreerd partnerschap (wettelijke regels).
- Samen wonen met of zonder contract (geen wettelijke regels).
Rechtsgevolgen van het huwelijk:
- Echtgenoten kunnen elkaars achternaam gebruiken zoals zij dat wensen.
- Echtgenoten zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. Zij zijn verplicht elkaar het nodige te
verschaffen.
- Echtgenoten zijn naar elkaar verplicht de tot het gezin behorende kinderen te verzorgen en op te voeden, en zorg te
dragen voor de kosten.
- Echtgenoten in een traditioneel huwelijk staan in een familierechtelijke betrekking met de kinderen die zijn geboren
in het huwelijk en oefenen direct het gezag over de kinderen uit. Kinderen geboren in een huwelijk tussen twee
vrouwen staan alleen in en familierechtelijke betrekking met de biologische moeder. Beide vrouwen krijgen van
rechtswege het gezag.
- Als partners trouwen, moet duidelijk zijn hoe de goeden en het vermogen worden verdeeld tussen beide echtgenoten.
As ze niets regelen over het vermogen. Trouwen ze in algehele gemeenschap van goederen. Dit betekent dat bijna
alle goederen en schulden die echtgenoten in het huwelijk meebrengen, gemeenschappelijk eigendom worden. Dit
geldt ook voor de goederen die tijdens het huwelijk worden aangeschaft. Aanstaande echtgenoten kunnen ook
voordat ze trouwen door de notaris laten vastleggen van welk deel van het vermogen en goederen de ene partner
eigenaar is, en van welk deel de andere. Dit heet trouwen onder huwelijkse voorwaarden.
Rechtsgevolgen van het geregistreerd partnerschap: Wel automatisch gezag maar juridisch vaderschap moet apart
geregeld worden
- Partners kunnen elkaars achternaam gebruiken.
- Indien partners geen partnervoorwaarden hebben laten opmaken bij de notaris, is er sprake van een algehele
gemeenschap van goederen.
- Partners zijn verplicht de kinderen tot 18 jaar die in het gezin opgroeien, te verzorgen en op te voeden en zorg te
dragen voor de kosten.
- Partners hebben gezamenlijk het gezag over de kinderen die zijn geboren na het sluiten van het geregistreerd
partnerschap. Dit geldt alleen bij twee vrouwen en bij een man en een vrouw, niet bij twee mannen.
Rechtsgevolgen van het samenwonen:
De meeste rechtgevolgen die gelden voor het huwelijk en het geregistreerd partnerschap, zijn niet van toepassing op het
samenwonen. Willen partners rechtsgevolgen verbonden aan hun relatie, dan moeten ze een samenlevingsovereenkomst
opmaken, waarin de gewenste rechtsgevolgen zijn opgenomen. Dit kan een overkomst zijn tussen beide of een notariële akte
opgemaakt door een notaris.
- De student benoemt de vereisten tot het aangaan van een huwelijk, geregistreerd partnerschap en het ongehuwd
samenwonen.
Huwelijksvereisten/vereisten geregistreerd partnerschap:
- Partners moeten 18 jaar of ouder zijn. Dit geldt niet als beide partners 16 jaar of ouder zijn en de vrouw een
medische verklaring kan afleggen dat zij zwanger is of al een kind heeft.
- Partners moeten in staat zijn geweest hun vrije wil te bepalen.
- Partners moeten ongehuwd zijn.
- Een partner die jonger is dan 18 jaar moet toestemming van beide ouders en voogd hebben. Geven ouders geen
toestemming dan kan toestemming worden aangevraagd bij de kantonrechter.
- Partners mogen niet elkaars bloedverwant in de rechte lijn of elkaars broer en zus zijn. Verbod geldt ook voor
halfbroers en zussen.
- De student beschrijft voorlopige voorzieningen en kan hierover advies geven.
Voorlopige voorzieningen:
Vanaf het moment dat een echtscheidingsprocedure is gestart, verstrijkt een bepaalde tijd tot dat de echtscheidingsbeschikking
is ingeschreven. De inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand bepaalt de definitieve
echtscheiding. Voor de periode tot de inschrijving in de registers worden vaak ordemaatregelen of noodmaatregelen getroffen,
die een voorlopig karakter hebben. Dit worden voorlopige voorzieningen genoemd, die door de rechter worden getroffen.
- Toewijzing van de woning aan een van de echtgenoten. De ander echtgenoot moet de woning verlaten en mag de
woning niet meer betreden.
- Beschikbaar stellen van goederen voor dagelijks gebruik door de ene echtgenoot aan de ander echtgenoot en
eventueel aan de kinderen.
- Vaststelling van een bedrag dat de ene echtgenoot aan de andere moet betalen voor levensonderhoud.
- Toevertrouwing van de kinderen aan een van de ouders, de omgang met de andere ouder, het verschaffen van
informatie en het consulteren van deze oude en het bepalen van het bedrag voor levensonderhoud voor de kinderen.
- De student legt uit op welke wijze een (echt)scheiding in gang gezet kan worden en wat de gevolgen hiervan zijn
voor alle belanghebbenden.
Beëindiging huwelijk - Echtscheiding:
Verzoekschrift door een van de echtgenoten:
Als een echtgenoot wil scheiden en de andere echtgenoot is het hier niet mee eens, of als ze een verschil van mening hebben
over de gevolgen van de echtscheiding, dan dient de advocaat van een van de echtgenoten een verzoek tot echtscheiding in.
De echtgenoot die indient is de verzoeker, de andere de verweerder.
Verzoekschrift bevat:
, - Gezamenlijk opgesteld ouderschapsplan, tenzij het plan redelijkerwijs niet kan worden overlegd en art. 815 RV is
toegepast.
- Gevolgen van de echtscheiding aangegeven zoals de verzoekende echtgenoot ze graag ziet.
Verweerder kan zelfstandig of samen met zijn advocaat op de inhoud van het verzoekschrift reageren. De verweerder of
advocaat van de verweerder stelt een verweerschrift op en formuleert hierin eventueel tegenvoorstellen. Daarna een
mondelinge behandeling van het verzoekt. De rechter neemt een beslissing over de zaken in het echtscheidingsverzoek. Een
verweerder kan ook berusten. Hiermee zegt hij dat hij de echtscheiding en de in het verzoekschrift aangegeven gevolgen van
de echtscheiding accepteert.
Rechter neemt een beslissing op het verzoekschrift en bepaalt op grond van de wettelijke regelingen, het ouderschapsplan of
andere stukken en de aangedragen argumenten van beide partners in zijn echtscheidingsvonnis de gevolgen van de
echtscheiding.
Gemeenschappelijk verzoek
Dit gebeurd wanneer echtgenoten het eens zijn over hun scheiding. Er kan nu een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding
worden ingediend. Voordat ze dit verzoek indienen, moeten ze een overeenkomst sluiten waarin het gezamenlijk opgesteld
ouderschapsplan is opgenomen en de overige belangrijke zaken die moeten worden geregeld zijn vastgelegd.
De partners worden hierbij ondersteund door een echtscheidingsadvocaat. De overeenkomst noemt men een
echtscheidingsconvenant. Advocaat dient het verzoek in omdat er sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging.
Echtscheidingsconvenant wordt aan het gemeenschappelijke verzoekschrift toegevoegd en door de advocaat namens beide
echtgenoten ingediend
Gevolgen van de echtscheiding:
- Hij (rechter) stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
- Hij bepaalt op verzoek de hoogte van de partneralimentatie, als er een alimentatieplicht is.
- Hij bepaalt het recht op pensioenverevening. Dit houdt in dat een echtgenoot recht heeft op het opgebouwde
pensioen door de andere echtgenoot gedurende de jaren van het huwelijk.
- Hij stelt op verzoek van een van de echtgenoten vast dat het op grond van omstandigheden noodzakelijk is dat het
gezag alleen wordt toegekend aan deze echtgenoot.
- Indien nodig stelt hij een omgangsregeling vast met de niet-gezaghebbende ouder.
- Hij bepaalt de voorzetting van het gebruik van de echtelijke woning en de inboedel door een van de echtgenoten na
inschrijving van het echtscheidingsvonnis. Dit geldt voor een periode van 6 maanden tegen een redelijke vergoeding.
- Hij bepaalt de verdeling van het huwelijk goederen gemeenschap of de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden.
Beëindiging van het geregistreerd partnerschap:
Partijen kunnen met wederzijds goedvinden het geregistreerd partnerschap ontbinden zonder tussenkomst van een rechter.
Deze wordt ingeschreven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hieruit moet blijken dat:
- Een verklaring dat hun partnerschap duurzaam is ontwricht en dat partners het willen beëindigingen.
- De hoogte van de uitkering tot levensonderhoud voor de partner die niet voldoende inkomsten voor levensonderhoud
heeft en deze niet kan verwerven.
- Het gebruik van de huurwoning of woning die aan een van de partners toekomt en in de inboedel. Voor een bij
overeenkomst overeengekomen termijn.
- De verdeling van de boedel, als dit tijdens de registratie is besloten.
Als 1 van beide partners niet wil ontbinden dan gaat het via de rechter en lijkt erg op de echtscheidingsregeling.
Omgangsregeling:
Het gezag recht na de scheiding betekend voor beide ouders omgang met hun kind. Tevens beslist de niet-verzorgende ouder
na de scheiding nog steeds mee over belangrijke zaken. (school, gezondheid etc.) De ouders maken onderling afspraken over
de omgang en hoe de ouders elkaar informeren. Lukt dit niet, dan kan de rechter worden ingeschakeld. De rechter beslist dan
het aantal dagen, de frequentie en het tijdstip van de omgang, het verschaffen van informatie aan de andere ouder. De rechter
kan de gezaghebbende ouder niet ontzeggen. Hij kan wel de omgangsregeling wijzigen, op verzoek van beide ouders of een
van hen.
Ouders die niet het gezag hebben:
De ouder die niet het gezag heeft, heeft wel recht op omgang met de kinderen. Dit omgangsrecht moet door de rechter worden
vastgesteld. De rechter kan de omgangsregeling met de niet-gezag hebbende ouder voor bepaalde tijd vastleggen en
ontzeggen. Een verzoek tot vaststellen of ontzeggen van een omgangsregeling kan nog jaren na de scheiding worden
ingediend. Een kind van 12 jaar en ouder kan de rechter verzoeken om een ouder het recht op omgang te ontzeggen.
De rechter die moet beslissen om de omgangsregeling van de niet-gezaghebbende ouder te ontzeggen of vast te stellen zal
altijd het belang van de kinderen vooropstellen. In de wet staan 4 gronden waarop de omgang met kinderen moet worden
afgewezen. In de genoemde situaties moet de jeugdige worden beschermd tegen omgang met de betrokken ouder. De rechter
ontzegt de het recht op omgang slechts indien 1 of meer van de onderstaande situaties speelt:
- De omgang levert ernstig nadeel op voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de jeugdige. Er is bijv.
sprake van geestelijke mishandeling of een vermoeden van incest.
- De ouder is kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat tot omgang. Er is bijvoorbeeld sprake van ernstige alcohol-
of drugsverslaving
- Het kind van 12 jaar of ouder heeft ernstige bezwaren tegen de omgang met zijn ouders
- De omgang is anderszins in strijd met zwaarwegende belangen van het kind
Omgang met derden:
Andere personen die na de scheiding geen contact meer hebben met het kind kunnen de rechter verzoeken een
omgangsregeling vast te stellen. Deze personen moeten een nauwe persoonlijke betrekking hebben of hebben gehad met het
kind. Er kan hier worden gedacht aan grootouders, de verwekker en de sociale ouders van het kind.
Scheidingsbemiddeling: Kenmerkend voor scheidingsbemiddeling is, is dat alle partijen zelf verantwoordelijk zijn voor een
oplossing. De bemiddelaar begeleidt alleen het proces, informeert de partijen en neemt een neutrale positie in.
Beëindiging van het samenwonen:
Geldt geen procedure. Samenwonenden kunnen gewoon uit elkaar gaan en afspraken maken over de invulling van het gezag,
de onderhoudsplicht van de niet-verzorgende ouder ten aangezien van de kinderen, de omgang met de kinderen en de